Gaat u maar zwart werken

Het is flink buffelen om níet in de WAO te belanden. De doolhof aan regels, regelingen en uitzonderingen is om moedeloos van te worden....

door Jet Bruinsma en Ineke Jungschleger

Tien jaar geleden meldde Harry Haddering (28) zich bij het GAK voor zijn uitkering. Omdat hij spastisch is, heeft hij daar recht op sinds zijn 18de. 'De ambtenaar zei: ''Dan zie ik u terug als u 65 bent, dan wordt de uitkering omgezet in een pensioen.'' Dat ben ik niet van plan, zei ik.'

Haddering werkt sedert zes jaar als zelfstandig ondernemer bij het website- en sportsponsoringbedrijfje race.nl. Om dat te kunnen moet hij een hele 'papierwinkel' bijhouden, die maandelijks wordt opgestuurd naar het GAK. 'Ik zou tachtig uur per week moeten werken om een 40-urige werkweek te kunnen volmaken, zoveel papieren moet ik invullen.'

Mensen met een handicap kunnen sinds een paar jaar aanspraak maken op een budget om aanpassingen van hun werkplek te betalen. Toen Haddering begon, was die mogelijkheid er nog niet. 'De instanties zeiden: laat je maar failliet verklaren, dan kun je daarna met een schone lei beginnen. Maar dat wil ik niet. Ik heb al het stempel van gehandicapte. Ik wil er niet nog het stempel failliet bij.'

Na het behalen van zijn mbo-diploma financieel-administratief werk ('het makkelijkste traject') kwam hij via allerlei baantjes terecht bij de Informatie Beheer Groep in Groningen, waar zijn vlotte babbel werd herkend als een uitstekend marketinginstrument. Op kosten van deze werkgever mocht hij een cursus volgen.

Het vrije ondernemerschap leek niet voor hem weggelegd. 'De bank wilde geen starterskrediet geven, omdat het GAK niet garant wilde staan. Er wordt wel gemakkelijk gezegd dat de subsidie op straat ligt, maar dat is niet zo. Ik ben gestopt om energie te steken in het verkrijgen van subsidie. Ik moet klanten af en toe vragen om eerder te betalen, opdat mijn inkomsten goed gespreid binnenkomen.'

Hadderings verdiensten zijn onregelmatig. 'In de maanden dat ik goed verdien, krijg ik geen uitkering. Maar dat lukt niet altijd. Iedere maand moet ik met mijn bankafschriften naar het GAK. Mijn vervoersbudget wordt gecontroleerd, want ik kan nog geen eigen vervoer betalen. Waarom koppelen ze al die gegevens niet? Dat kan wél als er iets fout gaat. Waarom kan ik mijn gegevens niet eens per jaar aanleveren, net als bij de belastingdienst? De regels zijn niet ingesteld op flexibel ondernemerschap. Hoe kunnen ze ooit van mij verwachten dat ik alle Haagse regels ken? Eigenlijk ligt mijn motivatie om door te gaan bij de ambtenaar die zei: we zien elkaar terug op uw 65ste. Ik ben een bijtertje. Vóór mijn 30ste wil ik uit de uitkering zijn.'

'Gaat u maar zwart werken, anders komen er zoveel regelingen op u af', zei de ambtenaar toen George Dragt (35) wilde weten wat voor gevolgen zijn nieuwe baan zou hebben voor zijn uitkering. 'Maar ik wil niet zwart werken en mijn werkgever wil dat ook niet', zegt Dragt. Hij heeft een ongeneeslijke spierziekte en krijgt sinds zijn 18de een uitkering.

Vanaf mei dit jaar werkt hij als eindredacteur bij de internet-uitgeverij Focus-in. Zijn eerste betaalde baan. Wat hij precies verdient en hoeveel hij overhoudt van zijn uitkering weet hij nog altijd niet, ondanks vele vragen om opheldering aan het GAK, de uitkeringsinstantie. Eigenlijk had Dragt al een jaar geleden met zijn deeltijdbaan kunnen beginnen, maar door de onzekerheid over de financiële gevolgen werd dat mei. Niet dat er toen wel helderheid was. 'Maar ik was het allemaal zo zat, dat ik dacht: zoek het maar uit.'

'Het zijn Oost-Europese toestanden', vindt Dragt. 'Ik heb om te beginnen een maand lang geprobeerd om het GAK te bereiken. Dat lukte niet. Ik kwam eerst terecht bij de afdeling inkoop. Niemand wist waar ik dan wel heen moest. De afdeling Sociale Zekerheid wilde mij wel begeleiden naar werk. Maar ik héb al werk.'

Dragts vraag naar de financiële gevolgen was uiterst simpel: 'Ik had al een baan en mijn werkplek hoeft niet te worden aangepast, want ik werk thuis. Ze wisten het niet en dat was ook niet hun taak, kreeg ik te horen. Sinds ik een uitkering krijg, ben ik voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt verklaard. Maar omdat ik nu ook zelf verdien, werd dat teruggebracht naar 25 tot 35 procent. Nu hebben ze het over 65 tot 80 procent, maar het is allemaal nog niet definitief.'

Kort geleden kwam het GAK met een nieuwe vraag: is de baan van Dragt, afgestudeerd als klinisch psycholoog, als passend werk te beschouwen? 'Aan die vraag zijn ze al die tijd niet toegekomen', zegt Dragt.

Het werk dat Hetty van Maaren (55) doet bij het Steunpunt Mantelzorg is haar op het lijf geschreven. Ze kan er veel in kwijt wat zij, verpleegster in hart en nieren, in haar oude vak fijn vond. Haar contract bij het Steunpunt is het voorlopige einde van de strijd die zij voerde om te voorkomen dat ze in de WAO zou worden 'geduwd'. Voorlopig, want het geld voor de baan is voor een half jaar gegarandeerd. Als haar werkgever geen potje vindt, moet hij haar alsnog kwijt.

Ruim 25 jaar geleden koos Van Maaren voor de wijkverpleging, omdat het contact met de patiënten haar meer voldoening gaf dan het omgaan met de steeds ge avanceerder bewakingsapparatuur op intensive care. Als kind wilde ze al verpleegster worden en achteraf gezien is ze daarvoor geknipt. Handig, graag in de weer en toch veel geduld en belangstelling voor mensen.

Vanaf haar 18de verdiende zij haar brood in de verpleging. Ze zou tevreden zijn doorgegaan tot haar 60ste, de vut-leeftijd in haar vak, als ze geen last had gekregen met haar rug. 'Er hebben zich heel veel mensen aan mij opgetrokken. Natuurlijk heb ik mijn rug ontzien; met alle apparatuur van tegenwoordig werd dat ook makkelijker. Maar lang niet alles kan met apparaten. Om iemand in een rolstoel aan te kleden, moet je een tijd voorover gebogen staan.'

Toen ze 44 was, kon ze door rugproblemen niet langer fulltime werken. Ze werd voor de helft afgekeurd en werkte voortaan tweeënhalve dag. Dat ging goed, behalve als er geen rustdag tussen zat, zoals in de weekeinden. Toch bleef ze die diensten doen. 'Je werkt in een team en iedereen moet een aaneengesloten weekeinde vrij kunnen hebben.'

Twee jaar geleden ging het niet meer. Rust, daarna nog even 'therapeutisch werken'. In de wijkverpleging betekent dat: een paar extra handen, zodat het overbelaste team een beetje lucht krijgt. In december 1998 meldde ze zich opnieuw ziek en nu wist ze zeker dat ze niet meer terug kon komen als verpleegkundige in de wijk. Daarop begon de strijd tegen de WAO.

'Ga toch die cursus doen voor doventolk', werd haar keer op keer gezegd. 'Ik had weleens laten vallen dat ik dat ooit wilde gaan doen. Na mijn pensioen, bedoelde ik, als vrijwilliger. Niet nu. Ik wil niet uitgerangeerd worden, ik wil een betaalde baan houden.'

Anderhalf jaar moest ze die opvatting verdedigen. Ze voelde het isolement naderbij komen. In april was er opeens een brief met een aanbod: een halve baan bij het Steunpunt Mantelzorg. Ze moest een afspraak maken voor een sollicitatiegesprek, er waren meer kandidaten. 'Het was meteen duidelijk dat het goed zat.' Ze deed het werk een half jaar onbetaald, met behoud van de ziektewetuitkering. In oktober kwam de toezegging voor een contract, gegarandeerd voor een half jaar. Of er daarna nog geld voor is, weet niemand.

De begeleiding van mantelzorg is een groeimarkt, 75 procent van de zorg voor zieken en hulpbehoevende bejaarden wordt gedaan door familieleden, buren en vrienden. De opkomst van het woord mantelzorg, een jaar of tien geleden, viel samen met het begin van drastische bezuinigingen in de gezondheidszorg. De steunpunten zijn overal in het land opgezet voor advies en praktische ondersteuning.

Op het spreekuur heeft Hetty van Maaren aan een half woord genoeg. Met alle ziekten waar de mensen het over hebben, heeft ze als wijkverpleegster te maken gehad. Als ze op huisbezoek gaat, hoeft ze niet meer te tillen. Haar kennis en ervaring kan ze kwijt in adviezen en in contacten met allerlei diensten.

Hetty van Maaren heet in werkelijkheid anders.

Mensen die niet (meer) voor honderd procent inzetbaar zijn, moeten vaak de grootste moeite doen om niet voorgoed in de uitkering te worden geduwd. De politiek denkt het nog steeds toenemende aantal arbeidsongeschikten te kunnen indammen door de WAO-keuring aan te scherpen. Dat zal best, maar de bezem door de bureaucratie halen zou ook heel effectief kunnen blijken. Het aantal WAO'ers is inmiddels opgelopen tot 931 duizend. Van hen krijgen er 126 duizend een uitkering omdat zij vanaf jeugdige leeftijd gehandicapt zijn.

Van degenen die een jaar ziek waren had 20 procent naar eigen zeggen best weer aan het werk gekund bij de oude baas, maar die liet het afweten. Tweederde van alle zieken probeerde na een jaar weer aan het werk te komen, maar arbodiensten en GAK's waren daarbij niet bijzonder behulpzaam. Dat blijkt uit onderzoek van het LISV, de opdrachtgever van de GAK's en andere uitkerende instanties.

Meer over