Gaat Europa uiteenvallen of groeien?

De eurocrisis gaat niet alleen over geld, maar ook over de Europese gedachte. De bemoeizucht moet worden teruggedrongen, zegt de Duitse denker Hans Magnus Enzensberger.

PETER GIESEN

De dochter van Hans Magnus Enzensberger is 24. Een intellectueel, een wereldburger. Maar als het Oktoberfest is, koopt ze een dirndl en gaat ze feesten. Zo is München, stad van Laptop und Lederhose, van BMW en Siemens, waar mensen de wereldmarkt bespelen zonder hun Beierse identiteit te verloochenen.

Dichter en essayist Hans Magnus Enzensberger (81) is ook zo'n kosmopoliet die zijn eigen cultuur koestert. Onlangs schreef hij het essay Het zachte monster Brussel of Europa in de klem, een aanklacht tegen de anonieme, niet-gekozen bureaucraten van de Europese Unie. Open binnengrenzen, vrij verkeer van personen en goederen, allemaal prima, betoogt Enzensberger. Maar de Europese burgers hebben geen behoefte aan nog meer bemoeizucht uit Brussel. Europa bestaat allang, aldus Enzensberger, en daar hebben de Europeanen helemaal geen Brussel voor nodig.

'Ik kan zaken doen, vrij reizen, trouwen met iemand in een buurland. Dat was vroeger veel ingewikkelder. Daarom moeten we ook niet schelden op de Europese Unie', zegt hij in zijn flat bij de Englischer Garten in München, terwijl hij een sigaret opsteekt. Op de achtergrond klinkt Haydn. 'Ik kan een vakantiehuis in Denemarken kopen, terwijl een Deen een huis in Spanje heeft. Dat soort banden zijn in de loop van decennia ontstaan. Die zijn onomkeerbaar geworden. Dat is het reële Europa, het Europa van de feiten. Daartegenover staat het Europa van de instituties, van de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Europese Raad en al die andere instanties met hun onnavolgbare afkortingen.'

Het essay van Enzensberger past in de groeiende euroscepsis in Duitsland. Jarenlang was Duitsland de Zahlmeister van Europa, de betaalmeester die zonder morren bijpaste omdat hij zo blij was dat hij na de oorlog weer aan tafel mocht zitten. Maar die herinnering is vervaagd, de schuldgevoelens zijn minder geworden.

De biografie van Hans Magnus Enzensberger is verknoopt met de recente Duitse geschiedenis. Hij groeide op in Neurenberg, als buurjongetje van Julius Streicher, uitgever van het rabiaat antisemitische weekblad Der Stürmer. Als zoon van een ambtenaar was hij verplicht lid van de Hitler Jugend. In de laatste dagen van de oorlog werd de 16-jarige Enzensberger gedwongen mee te vechten voor een verloren zaak. Op strategische plaatsen verstopte hij burgerkleding om tijdig te kunnen deserteren.

In de jaren vijftig debuteerde Enzensberger als dichter. Ondertussen werd Duitsland weer in de Europese familie opgenomen. Het Westen had een sterk West-Duitsland nodig als bastion tegen het Sovjet-communisme.

Hoe keek u destijds tegen Europa aan?

'In heel Europa heerste een stemming van: zo kan het niet verder. We willen niet nog een keer zo'n oorlog meemaken. We waren een land van paria's. Daarom was Europa zo aantrekkelijk voor ons. Het was een kans om weer aan tafel te zitten. We hebben ontzettend veel geluk gehad. Waarom zijn we in Europa opgenomen, en in de NAVO? Niet omdat de Amerikanen, Britten en Fransen ons zo graag mochten. Maar het kon niet anders, omdat de Russen nog gevaarlijker waren. Zoals de Britse premier Thatcher het ooit zei: Europa was bedoeld to keep the Russians out and the Germans down.'

Wat betekende Europa voor u?

'Voor ons, de jonge generatie, was de grootste behoefte: ik wil eruit, ik wil reizen. Dat was toen helemaal niet zo eenvoudig. Toen ik in 1948 naar Engeland wilde, had ik een uitnodiging van een Engelse vriend nodig. Vervolgens had ik een transitvisum voor Nederland of België nodig. Je kreeg zo'n transitvisum pas als je een Engels visum had. Maar de Engelsen zeiden: nee, je krijgt pas een visum als je een transitvisum hebt. Zo waren er zo veel dingen: om een boek uit Frankrijk te krijgen, dat was enorm moeilijk. Voor ons was het opheffen van de binnengrenzen een utopie. Mensen van mijn leeftijd hadden heel praktische redenen om enthousiast over Europa te zijn.'

Heeft Duitsland zijn schuldgevoel over de oorlog inmiddels achter zich gelaten?

'Mevrouw Merkel heeft gezegd dat er weer oorlog kan uitbreken als haar plannen met de euro mislukken. Dat is heel demagogisch. Er is iets vreemds gebeurd: de Duitsers zijn pacifistisch geworden. We hebben meegedaan aan de oorlog in Afghanistan, maar die was heel impopulair. Duitsers hebben geen zin meer om te vechten. De Duitse cultuur was eeuwenlang sterk gemilitariseerd. Dat is helemaal weg.'

Is Duitsland een normaal land geworden?

'Heel lang was ik er niet van overtuigd dat Duitsland zijn verleden achter zich had gelaten. Ik schrok enorm toen eind jaren zeventig asielzoekerscentra in brand werden gestoken. Maar achteraf is het meegevallen. Immigratie vergt aanpassing van beide kanten, dat is een proces dat enige tijd vergt. De Duitsers waren er ook niet op voorbereid. Duitsland heeft nooit een grote koloniaal rijk gehad. Toen het Amerikaanse leger in 1945 binnentrok, waren wij als kinderen verrast over het feit dat er ook zwarte mensen waren. Maar nu gaat het eigenlijk heel goed. Ik moet toegeven: Duitsland is normaal, normaler zelfs dan veel andere Europese landen. De rechtse populisten zijn in Nederland en Scandinavië groter dan bij ons.'

Gedraagt een normaal Duitsland zich ook anders ten opzichte van Europa?

'Niet ten opzichte van het reële Europa. Wel ten opzichte van de ambtenaren, van Brussel, van de eurozone. Mensen voelen zich beperkt door talloze directieven van een anonieme instantie die we niet gekozen hebben. Hoe moet ik mijn kamer verlichten, hoe groot moeten de tomaten zijn? Het is een gezonde reactie om te zeggen: nu is het genoeg, ik laat me niet door jullie, die ik niet gekozen heb, de wet voorschrijven. Dat is een anti-autoritaire reflex die al voor de eurocrisis bestond. De Europese leiders hebben niet voor niets een bijna panische angst voor referenda. Die verliezen ze meestal.'

Laten de Europese leiders zich daarom zo gijzelen door het populisme?

'Het populisme is een resultaat van wat de grote partijen doen. Als die bijvoorbeeld zeggen: ach, immigratie is geen probleem, dan roepen ze het populisme zelf op. Door de realiteit te ontkennen, roepen ze het populisme op.

'Het is duidelijk dat de euro onvrede opwekt, die gevaarlijk is voor de regeringen die zich moeten verantwoorden. Maar wat wil je, als je zulke verschillende economieën in één pot gooit?'

De Duitsers hebben toch niet alleen principiële bezwaren tegen Brussel? Ze hebben toch ook geen zin meer om te betalen voor de Grieken?

'Duitsland heeft altijd betaald. Dat was ook goed. Toen Portugal, Spanje en Griekenland democratieën werden, hebben we geholpen, zodat ze op eigen benen konden staan. Maar dat was bescheiden, tijdelijk, aan voorwaarden gebonden. Er ontstaat pas ongenoegen als je geld in een bodemloze put stort.'

In uw boek geeft u talloze voorbeelden van Brusselse bemoeizucht, van de kromming van de komkommer tot de kleur van de prei. Maar dat zijn toch onschuldige, lachwekkende zaken?

'Dat is inderdaad niet het ergste. Maar waar ik mij zorgen over maak is de aantasting van de democratie. Daar wil men steeds verder mee gaan. Nu wordt er al gesproken over een economische regering voor Europa. Ik geloof dat de leiders daarmee met de kop tegen de muur zullen lopen.'

Volgens pro-Europeanen is er geen alternatief voor verdere Europese eenwording. Zelfs Duitsland zou te klein zijn om een vuist te maken tegen grootmachten als de VS en China?

'Een heerlijke zin: er is geen alternatief. Een geliefde zin van politici ook. Maar dat betekent toch: ik capituleer, ik kan niets meer bedenken, ik ben uitgepraat.

'Ik denk niet dat Europa ooit een gezamenlijk buitenlands beleid zal voeren. Europa zal nooit een compact blok worden. Dat is ook het mooie van Europa. Als ik in het vliegtuig stap, zit ik binnen een uur in een totaal andere wereld. Dat moet ook zo blijven, ik ben tegen de homogenisering van Europa. We moeten ook blij zijn met de Europese samenwerking, zoals die bestaat. Dat is toch iets geweldigs, als je naar de geschiedenis kijkt. We zijn ook helemaal niet aan het eind van ons Latijn. Onze economieën, wetenschap en kunst doen nog volop mee.'

undefined

Meer over