AnalyseTechreuzen

Gaan overheden Google, Amazon, Apple en Facebook in stukken hakken?

In een historische hoorzitting legden vier van de grootste techbedrijven ter wereld deze week verantwoording af tegenover een kritische Amerikaanse onderzoekscommissie. Die stelt dat Google, Amazon, Apple en Facebook misbruik maken van hun macht. Dat roept de vraag op: moeten techreuzen de hakbijl vrezen?

Jeff Bezos, CEO van Amazon, legt een getuigenis af tijdens een vijf uur durend verhoor met een Amerikaanse onderzoekscommissie, die onderzoek doen naar machtsmisbruik van Google, Amazon, Apple en Facebook.Beeld Getty Images

Na een vijf uur durend verhoor concludeert het Amerikaanse Congreslid David Cicilline in een tumultueuze hoorzitting over vier van de machtigste techbedrijven ter wereld: ‘Deze bedrijven hebben monopoliemacht. Sommige moeten worden opgebroken, andere gereguleerd en allemaal zullen ze fatsoenlijk verantwoording moeten afleggen. Hier moet een einde aan komen.’ Duidelijke taal, zou je zeggen, na een jaar onderzoek naar mogelijk misbruik van hun marktmacht door Amazon, Google, Apple en Facebook. De getergde topmannen – doorgaans aangeduid als de Meesters van het Universum of Poortwachters van het Internet – zaten erbij als bange jongens op de gang bij de rector.

Wie niet beter weet, zou denken dat de techreuzen spoedig dezelfde behandeling zullen krijgen als Standard Oil, AT&T en IBM. Notoire monopolisten die door de overheid in stukken zijn gehakt of hun bedrijfsvoering radicaal moesten omgooien. Kan niet lang duren, zou je denken, nu openbaar aanklagers en mededingsautoriteiten ook volop bezig zijn met onderzoek en tijdens de komende presidentsverkiezingen in de VS de leuze Break Up Big Tech! waarschijnlijk trending wordt.

Mededingingswet

Wie langer nadenkt, moet concluderen dat de online-economie een stuk lastiger is te reguleren dan spoorwegen of telefoonmaatschappijen. De Amerikaanse mededingingswet uit 1890 is bedoeld om prijzen voor consumenten laag te houden en nieuwkomers op de markt een kans te geven. Maar bedrijven als Google en Facebook bieden hun producten al gratis aan (althans, je betaalt met je data) en onlinewinkel Amazon is kampioen in prijsverlagingen en levert de snelste service. Het in stukken hakken van deze bedrijven, waarschuwen deskundigen, kan juist een verslechtering voor de consument opleveren. Bovendien groeiden de restanten van Standard Oil en At&T ook weer uit tot nieuwe reuzen.

Minder rigoureuze maatregelen leveren wellicht betere resultaten op. Zo mocht IBM niet langer haar computers koppelen aan de eigen software, waarna Microsoft zijn kans pakte. Later werd Microsoft op zijn beurt gedwongen zijn software compatibel te maken met die van concurrenten, waardoor onder meer Google Chrome opbloeide. Mogelijk verzinnen toezichthouders een manier waarop Amazon, Google, Apple en Facebook hun schaalvoordelen mogen houden, maar zij niet langer potentiële concurrenten de nek om kunnen draaien. Een praktijk die zij overigens ontkennen, ondanks schrijnende voorbeelden die Congresleden hun voorlegden tijdens de hoorzitting.

Eerlijke kansen

De kern van het probleem, stellen deskundigen, is dat de regels voor eerlijke concurrentie uit de 19de eeuw  achterhaald zijn. Ongeschikt voor de onlinemarkt waar economische en maatschappelijke gevolgen nauw verweven zijn. Niet alleen de prijs en eerlijke kansen staan op het spel, maar ook de privacy van burgers en de vrijheid van meningsuiting. Hoogleraar José van Dijck (media & digitale samenleving, Universiteit Utrecht) stelt dat de bestaande wetgeving fragmentarisch is terwijl de macht van grote techbedrijven systemisch is. Zij vergelijkt de online-economie met een boom: de wortels bestaan uit datacentra, kabels en hardware; de stam is gemaakt van zoekmachines, online betaaldiensten, appstores en sociale netwerken; de takken en bladeren zijn private en publieke apps. Al die onderdelen zijn vaak in handen van één partij, waardoor het bos wordt gedomineerd door een paar Amerikaanse en Chinese woudreuzen die al het zonlicht voor de rest blokkeren. De overheid, stelt Van Dijck, moet diversiteit en keuzevrijheid stimuleren tussen als die onderdelen en zorgen voor publieke ruimte.

Beleidsdirecteur Marietje Schaake van het Cyber Policy Center op de Stanforduniversiteit verwacht geen snel resultaat van het onderzoek door het Amerikaanse Congres. ‘Om machtsmisbruik aan te tonen, heb je toegang nodig tot informatie op algoritmeniveau. Ik geloof niet dat de politici dat hebben gekregen.’ Haar werkgroep mededinging op Stanford brengt negatieve effecten van de marktmacht van techbedrijven in kaart. ‘Zelf wijzen ze graag op één product en naar de bijbehorende concurrentie. Maar ze hebben het hele ecosysteem in handen en kunnen gegevens van het ene platform gebruiken om te groeien op het andere.’ 

Te veel macht

‘Eén ding is zeker, stelt Schaake, de techreuzen hebben te veel macht. Iedere bundeling van infrastructuur en datastromen is volgens haar problematisch.

Schaake pleit voor nieuwe wetgeving die meer gericht is op behoud van de rechtsstaat. Want de monopolisering door de mondiale tech-sector heeft niet alleen gevolgen voor de economie, stelt zij, maar ook voor de kwaliteit van de maatschappij en de democratie. ‘In de VS is lang gedacht: digitaal is commercieel. Ze lieten gewoon alles over aan bedrijven en nu komt de schade terug als een boemerang.’ Een combinatie van nieuwe mededingingsregels, privacyregels en non-discriminatieregels zijn volgens Schaake nodig om het tij te keren. ‘Verwacht geen snelle oplossing, dit gaat nog lang duren.’

Meer over