Gaan majorettes ook dood, papa?

Het is een heikel genre, dat van ouders die schrijven over hun kinderen. Ook ouderliefde maakt stekeblind, zo blijkt dikwijls....

De laatste jaren zijn er gelukkig een paar publicaties op dit terrein verschenen die voor derden goed te pruimen zijn. Wat wij zien en horen (1991) van Jan, Bob en Tom Wolkers is zo'n onweerstaanbaar boekje, en ook Een gebreid echtpaartje van Nicolaas Matsier komt glorieus door de keuring. Van dit laatste boekje verschenen in 1982 en 1985 reeds edities die zeven, respectievelijk veertien columns bevatten. Onder de titel Elke dag vaderdag is nu de complete serie stukjes (21) van vader Matsier over zijn twee dochters tussen hun nulde en zesde jaar uitgegeven (De Bezige Bij; fl. 15,-).

Matsier slaagt, omdat hij een pleidooi houdt voor onophoudelijk kijken, oog hebben voor 'de traagheid van het alledaagse'. Met als voorbeeld die dochters van hem. Die zijn dus niet de onontkoombare kindsterretjes die wij ook leuk moeten en zullen vinden. Nee, het gaat in deze stukjes - over de eerste tik, de eerste woordjes, de eerste bloedende vinger, lastige vragen als: 'Papa, gaan majorettes ook dood?', de eerste zelfgemaakte versjes - over zorgvuldig gadeslaan, zodat je vroege karaktertrekken en veranderingen kunt vastleggen die anders onherroepelijk verloren gaan. De observant moet derhalve ook omzichtig met zijn taal omspringen.

Dat doet Matsier. Over zijn dochter Janna: 'Hoochel is haar woord voor vogel. Ik zou haar vader niet zijn wanneer ik er geen etymologisch vernuft in zag: zij heeft het hoge in de vogel begrepen. (... ) Je zou natuurlijk ook kunnen zeggen: 't is nog maar een rommeltje.' Een rommeltje waar Janna zich waarschijnlijk al niets meer van herinnert, maar dat door pa Matsier consciëntieus is gearchiveerd.

Meer over