analyse

Gaan de miljoenen al afgedankte AstraZeneca-vaccins straks naar armere landen?

Onder meer doordat AstraZeneca nu vrijwel alleen aan zestigplussers wordt toegediend, bestaat de kans dat miljoenen al geleverde coronavaccins niet worden gebruikt. Die kunnen dan mooi voor een prikkie naar armere landen, zou je denken. Maar zo simpel is het niet.

Een man in Zuid-Soedan ontvangt een dosis van het AstraZeneca-vaccin dat via het Covax-programma van de WHO is gedistribueerd. Beeld Getty Images
Een man in Zuid-Soedan ontvangt een dosis van het AstraZeneca-vaccin dat via het Covax-programma van de WHO is gedistribueerd.Beeld Getty Images

In Nederland blijven nu al dagelijks AstraZeneca-vaccins over. Denenmarken stopte definitief met het vaccin. Tsjechië meldde zich al om de vaccins van de Denen over te nemen. Kunnen ook andere landen die achterlopen met het vaccineren nu een inhaalslag maken? Zoals de landen met een laag inkomen?

De risico’s van de vaccins zijn immers laag. Het Europees geneesmiddelenbureau stelde bij AstraZeneca dat er een zeer klein risico is een op zeldzame trombose in combinatie met een laag aantal bloedplaatjes. Ook van het Janssen-vaccin zijn maar acht Amerikaanse gevallen bekend van trombose, na zeven miljoen inentingen. Bovendien: de verwachting is dat steeds meer vaccins van diverse fabrikanten worden geleverd, dus zou er straks in westerse landen een overschot kunnen ontstaan.

Als de vraag daalt, zou de prijs kunnen zakken. En zo zouden armere landen kunnen worden voorzien in hun vaccinbehoeften. Maar zo simpel is het niet. De vaccins die Nederland niet gebruikt zijn ‘kruimels’ vergeleken met de hoge wereldwijde vraag, zegt Wilbert Bannenberg, voorzitter van stichting Farma ter Verantwoording die zich inzet voor betaalbare medicijnen wereldwijd. ‘Het is nog maar de vraag of die in lagelonenlanden terecht komen.’

‘Er wordt al niet genoeg geproduceerd’, zegt Bannenberg, die tevens oprichter is van Wemos, een stichting voor betere gezondheid wereldwijd. ‘En AstraZeneca heeft leveringsproblemen.’ Opschalen is voor die farmaceut niet makkelijk, volgens Bannenberg. ‘Ze moeten meer en grotere tanks maken, en de ingrediënten voor vaccins zijn schaars.’

In Juba, Zuid-Soedan maakt een zorgmedewerker een AstraZeneca-vaccin klaar. Het kan nog tot 2024 duren voordat iedereen in Afrika is gevaccineerd.  Beeld Getty Images
In Juba, Zuid-Soedan maakt een zorgmedewerker een AstraZeneca-vaccin klaar. Het kan nog tot 2024 duren voordat iedereen in Afrika is gevaccineerd.Beeld Getty Images

En uitgerekend Janssen en AstraZeneca verkopen hun vaccins al voor een eerlijke prijs, die dicht bij de productieprijs zit, volgens Farma ter Verantwoording. ‘AstraZeneca heeft gezegd dat ze in tijdens de pandemie non-profit werken.’

Schril contrast

Toch komen de vaccins vooral in landen met een hoog inkomen terecht. Daar schiet het vaccineren al aardig op. Gemiddeld heeft in landen met een hoog inkomen bijna 1 op de 4 mensen een prik gekregen, schrijft de wereldgezondheidsorganisatie. Nederland zit inmiddels bijna op dat gemiddelde. Dat staat in schril contrast met landen met een laag inkomen, waar de teller op 1 op 500 staat. ‘Het gaat dus slecht met het wereldwijde vaccinatieprogramma’, zegt Bannenberg. ‘Terwijl de hele wereld er belang van heeft dat iedereen ingeënt wordt. Anders blijft het virus zich muteren en zo kunnen mutaties, waartegen vaccins minder goed werken, weer in Europa terecht komen.’

Wereldwijd zijn er meer dan 900 miljoen vaccins toegediend, waarvan zo’n 87 procent in landen met een hoog inkomen of hoger middeninkomen. Landen met een laag inkomen konden slechts 0,2 procent bemachtigen. Volgens Bannenberg zou het tot 2024 kunnen duren voordat bijvoorbeeld iedereen in Afrika is ingeënt.

De ongelijke verdeling wordt grotendeels veroorzaakt door schaarste. Rijkere landen kunnen meer betalen voor de vaccins. Daar komt bij dat armere landen soms meer moeten betalen voor dezelfde vaccins. Zo betaalde Zuid-Afrika, volgens de minister van gezondheid, het dubbele voor AstraZeneca-vaccins ten opzichte van de meeste Europese landen. De farmaceut verklaarde dat de landen die een lagere prijs krijgen, geïnvesteerd hebben in het onderzoek en de ontwikkeling, schreef The Guardian. Maar dat deed Zuid-Afrika ook: in 2020 namen tweeduizend Zuid-Afrikanen deel aan klinische proeven voor het vaccin.

De Afrikaanse zorgautoriteiten reageerden dan ook woedend op het luchtige advies om een ander vaccin te gebruiken, toen de VS en Europa tijdelijk stopten met Janssen en AstraZeneca. Afgezien van het tekort aan vaccins: de infrastructuur in lagelonenlanden is minder geschikt voor bijvoorbeeld Pfizer of Moderna. ‘Je kunt AstraZeneca en Janssen in de koelkast bewaren, andere vaccins komen uit hele koude vriezers’, zegt Bannenberg. ‘In de steden is dat nog wel te doen, maar op het platteland kun je daarmee niet uit de voeten.’

Daarnaast spelen de geschiedenis van het kolonialisme en onethische medische praktijken van westerse landen een rol. Als de indruk ontstaat dat rijke landen ‘tweederangs’ vaccins in armere landen willen dumpen, kan het wantrouwen dat van nature aanwezig is nog verder groeien.

Geen winst op de pandemie

De oplossing voor een eerlijkere verdeling ligt volgens Bannenberg bij het wereldwijd delen van kennis, kunde en intellectuele eigendomsrechten - volgens hem is het overgrote deel van de ontwikkeling van de vaccins betaald door de publieke sector. ‘Als de farmaceuten niet zo vasthouden aan de patenten, kunnen particuliere fabrieken in landen met lage en middeninkomens ook vaccins maken.’

Wemos steunt daarom het Europese Burgerinitiatief (EBI) No profit on pandemic. Dat pleit voor transparantie van de kosten en eist dat bestaande technologie publiek beschikbaar is. ‘De prijzen moeten zo laag mogelijk worden’, zegt SP’er Sara Murawski, die het initiatief ondersteunt. ‘Grootschalige productie kan alleen als patenten worden vrijgegeven.’ Wanneer het initiatief een miljoen Europese handtekeningen heeft verzameld, kan de Europese Commissie actie overwegen.

Niet iedereen is het eens met de oproep om patenten vrij te geven. Hoogleraar geneeskunde Willem Mulder schreef in deze krant dat de productiecapaciteit al sinds maart/april vorig jaar is gemaximaliseerd. Bovendien zijn het productieproces en de logistiek volgens hem te ingewikkeld om zomaar na te doen in fabrieken die niet aangesloten zijn bij de grote farmaceuten.

Bannenberg denkt dat het wèl kan: ‘Er zijn 41 vaccin-fabrieken in landen met een laag of middelhoog inkomen. Daarvan zijn er nu 5 in gebruik om vaccins te maken tegen corona. Nog eens 20 proberen zelf een vaccin te maken.’ Volgens Bannenberg moeten die fabrieken allemaal worden ingezet. Ze hebben ongeveer een half jaar nodig om de productie op te starten, vanaf het moment dat de patenten worden vrijgegeven. ‘Dus daar kun je maar beter zo snel mogelijk mee beginnen.’

Meer over