Fundamentalisten profiteren van meer vrijheden

NA DE VAL van het communisme in Centraal- en Oost-Europa kreeg het Westen ineens veel aandacht voor de 'civiele maatschappij', een verzamelnaam voor partijen, vakbonden, mensenrechtenbewegingen en andere groeperingen die een buffer vormen tussen staat en burger....

Het gevolg was onder meer dat auteurs als Samuel Huntington enthousiast een 'derde golf van democratisering' aan de horizon zagen opdoemen. Die golf zou in het Midden-Oosten moeten plaatsvinden. De vraag is of dat ook inderdaad het geval is. Met de publicatie van het uit twee delen bestaande Civil Society in the Middle East wordt geprobeerd de stand van zaken in dat gebied weer te geven.

Een belangrijk verschil met Oost-Europa is dat in het Midden-Oosten niet alleen de val van de Berlijnse Muur van belang is geweest. Ook de Golfoorlog heeft er grote gevolgen gehad. Al was het alleen al, omdat daardoor de gigantische verschillen in de Arabische wereld werden blootgelegd.

Een aantal heersers besefte dat in ieder geval enige vorm van economische en politieke liberalisering noodzakelijk was om te overleven. In Jordanië, Algerije, Koeweit en Jemen vonden kort na elkaar verkiezingen plaats. Zelfs in politiek vermolmde landen als Saudi-Arabië, Bahrein en de andere Golfstaten deden de heersers voorzichtige stapjes in de richting van meer inspraak. Zij stelden een shura-vergadering in, waar stamoudsten en andere belangrijke figuren bij elkaar kunnen komen om de politiek te bespreken. Eventueel kan de heerser worden geadviseerd over de te volgen koers.

Libanon, Marokko en Kurdistan zijn in het boek opvallend afwezig. Ook overlappen de artikelen elkaar soms, of hebben ze een verschillende aanpak. Toch biedt Civil Society in the Middle East een goed overzicht van de voorzichtige tendens naar meer democratische vrijheden in de verschillende landen. Dat daarbij lang niet alles van een leien dakje gaat, is duidelijk.

De meeste heersers die voorzichtig wat meer openheid toestaan, doen dat niet van harte en zeker niet uit idealistische motieven. Ze hebben de pragmatische conclusie getrokken dat af en toe stoom laten afblazen gunstig is voor de continuering van de eigen macht. Bovendien kan het internationale voordelen opleveren.

Een nadeel van de aanpak van het boek is dat het werk van de auteurs soms zeer van niveau verschilt. Een voorbeeld daarvan is de beschrijving van de Palestijnse situatie, die in twee artikelen aan bod komt. Muhammad Muslih beperkt zich tot een brave opsomming van verschillende organisaties op de westelijke Jordaanoever en hun respectieve werkwijzen. Dat is eerder en veel beter gedaan door andere auteurs. Nergens een analyse, laat staan een kritische toon als hij de gevolgen van de wijdverbreide corruptie en de moorden op politieke tegenstanders tijdens de intifada probeert te verdoezelen.

Dan komt de situatie in de Gazastrook er in de bijdrage van Sara Roy heel wat beter van af. Gedegen beschrijft ze de totale afbraak van ieder verenigingsleven tijdens de Israëlische bezetting in een poging van Israël de nationale identiteit van de Palestijnse bevolking te vernietigen. Zij beschrijft ook goed de voorzichtige opkomst van nieuwe netwerken in de strijd tegen de bezetting.

De funeste invloed van de intifada, die uiteindelijk angst, wantrouwen en verdeeldheid onder de Palestijnse bevolking zaaide, krijgt ook aandacht. Zij gaat zelfs in op de eerste pogingen van het nieuwe Palestijnse bestuur om al te kritische geluiden tot zwijgen te brengen.

Interessant is Ahmad Moussalli's artikel over de islamitische visie op de civiele maatschappij en democratie. Hij probeert aan de hand van de denkbeelden van een aantal islamitische denkers over de begrippen democratie, pluralisme en civiele maatschappij een onderscheid aan te brengen tussen radicale en gematigde fundamentalisten.

Hij weet duidelijk te maken dat er geen sprake is van een monolithisch gevaar, en dat de gematigde fundamentalisten zeker open staan voor pluralisme en democratie. Die welwillendheid staat overigens nog ver af van westerse liberale ideeën over democratie.

Dit sluit aan bij de bijdrage van Saad Eddin Ibrahim, directeur van het Egyptische Ibn Khaldoun Center. Hij wijst erop dat in enkele landen juist de fundamentalisten gebruik maken van de mogelijkheden die politieke liberalisering met zich meebrengt. Zo hebben fundamentalisten in Jordanië een groot aantal zetels bij de laatste parlementsverkiezingen gewonnen en in Egypte zijn zij de afgelopen jaren bijzonder sterk in het verenigingsleven geworden.

Ibrahim vraagt zich af of het mogelijk is dat in sommige gevallen de fundamentalisten zich ontwikkelen tot wat de christen-democraten in West-Europa zijn. Dat is een theoretische vraag, want in Algerije, het enige land waar de fundamentalisten door eerlijke verkiezingen aan de macht dreigden te komen, werd deze machtsovername door het leger in de kiem gesmoord. Het gevolg was een bloedige burgeroorlog.

Charles Schoenmaeckers

Augustus Richard Norton (ed.): Civil Society in the Middle East.

E.J. Brill; deel 1 ¿ 49,-.

ISBN 90 04 10353 8.

Deel 2 ¿ 56,-.

ISBN 90 04 10469 0.

Meer over