Fuck!, met dank aan de sponsor

Ooit gold 'alternatief' als keurmerk voor een kleine popelite. Nu is het een stijl-aanduiding die niks zegt over verkoopcijfers of de betrokkenheid van grote platenmaatschappijen....

Waarschijnlijk zullen de eerste fans zich vrijdagmiddag al bij de ingang van de Amsterdamse Music Hall melden, gewapend met een rugzakje proviand. Om alvast een beetje in de sfeer komen, maar ook om zeker te zijn van een plekje vooraan bij het podium, ter hoogte van de zanger. In totaal zullen er enkele duizenden fans naar de Music Hall komen.

Een groot concert dus, en de prijs is ook naar: 21 euro 55. Toen de voorverkoop in 2001 begon, was dat nog 45 gulden. De popgroep die in de Music Hall optreedt, Incubus uit Amerika, heet 'alternatief' te zijn. De tijden dat je alleen alternatief was als je nooit de hitlijsten of MTV haalde en je platen uitbracht op kleine independent platenlabels, zijn blijkbaar voorbij.

Incubus brengt zijn platen uit via een van de drie grote machtsblokken in de platenindustrie (Sony Music) en is zeker geen kleintje binnen die maatschappij: van debuutalbum Make Yourself (1999) werden ruim twee miljoen exemplaren verkocht. Opvolger Morning View (2001) zal het niet slechter doen. Niettemin staat boven de artiestenbio 'category: alternative'.

'Alternatief' is in de popmuziek niet langer het tegenovergestelde van 'commercieel', maar een term die grote platenmaatschappijen van pas komt om het aanbod onder te verdelen in overzichtelijke categorieën: naast 'pop', 'A.O.R.' (adult orientated rock), 'hiphop', 'dance' heb je dus ook 'alternative'. Gewoon, een serieuze muzikale categorie, waar net zo veel geld in omgaat als in elke andere.

Incubus hoort tot de lichting Amerikaanse rockbands die door grote labels werden gecontracteerd nadat Korn en Limp Bizkit een nieuwe rage hadden ontketend: harde crossover, met metal-riffs en rap-elementen. Niet dat dat nieuw was, trouwens. Ze keken de kunst af van de Red Hot Chili Peppers en - jawel - onze eigen Urban Dance Squad, en later van Rage Against The Machine en de skaters hardcore van een band als Dog Eat Dog.

Voor de nieuwe lichting navolgers werd de verzamelnaam nu metal geïntroduceerd, een categorie die, zeker in de Verenigde Staten, talloze miljoenenacts kent. De muziek klinkt boos, de teksten zijn opstandig, maar de grootste labels en de machtigste muziekmedia zijn medestander. Hoe meer fucks MTV uit de videoclips moet wegpiepen, hoe beter het is. Daar zijn band, platenlabel, MTV en fans het waarschijnlijk wel over eens.

De komende anderhalve maand treden vijf nu metal-groepen op in grote Nederlandse zalen: na Incubus volgt Slipknot, ook in de Music Hall. Daarna komen Alien Ant Farm en Staind naar Tilburg. In maart volgt de band die zich met het album Toxicity (2001) en de hit Chop Suey bij de commerciële kopgroep heeft gevoegd: System Of A Down. De Music Hall (5,5 duizend plaatsen) is al uitverkocht.

Dat er sprake is van een scene is wel duidelijk. Het zwaartepunt van de nu metal ligt in California, vooral rond Los Angeles. Daar kwam Korn op het idee van een jaarlijks terugkerende nu metal-tournee: de Family Values Tour geheten. Een ironische naam, natuurlijk, ook al omdat de meeste nu metal-jongens geen rouwdouwers van de straat zijn, maar kids uit de rijkere delen van L.A.

Dit jaar bestaat de Family Values-karavaan uit oudgedienden Stone Temple Pilots, plus Staind, Linkin Park, Static-X en Deadsy. Die laatste groep moeten we hier nog ontdekken, maar dat zal wel gebeuren. Nederland volgt de VS altijd op een eerbiedige afstand van een paar maanden.

Er zijn in het oog springende verschillen binnen de scene: Slipknot en Staind horen met hun lage, vervormde gitaarakkoorden en gekrijste vocalen tot de Korn-categorie, die zogenoemde spooky core maakt. Jonathan Davis van Korn gaat vaak gekleed in lange zwarte gewaden, terwijl Slipknot zich schminkt en in angstaanjagende kleding hijst.

Spooky, jazeker, en muzikaal minder op rap geënt dan de springerige categorie, waarin Limp Bizkit vaandeldrager is. Die categorie is ook hard en boos, maar minder eng. System Of A Down en Alien Ant Farm zijn voorbeelden. Die laatste groep heeft af en toe zelfs tijd voor een geintje: een geestige rockversie van Michael Jacksons Smooth Criminal betekende hun doorbraak.

Vooral deze tweede categorie lijkt van grote invloed op de kledingkeuze van jonge nu metal-fans: wijde spijker- of trainingsbroeken, sportshirts of -truien met capuchon, eventueel ook nog met honkbalpetje. Als je er oud genoeg voor bent, hoort er eigenlijk een ringbaardje of een sik bij. En als het mag van je ouders een tattoo of een wenkbrauwpiercing.

Veel bands, waaronder Limp Bizkit zelf, bevelen in hun cd-boekjes hun favoriete merk sports gear aan. Vaak hangt aan zulke kledingtips een sponsorcontract vast. Is dat alternatieve gitaarrock anno 2001? Rockbands met een kleding sponsor?

Het lijkt erop, en het is allemaal de schuld van Nirvana, de archetypische underground-band, die in 1991 bij een groot platenlabel tekende, op onvoorstelbare wijze commercieel doorbrak met het album Nevermind en daarmee de grens tussen commercieel en alternatief voorgoed uitgomde. Sindsdien mochten vertegenwoordigers van vrijwel alle alternatieve rockrages het bij een groot platenlabel proberen: meteen na de grunge van Nirvana en Pearl Jam volgde in de VS een punkgolf (The Offspring, Green Day), terwijl in Groot-Brittannië Oasis, The Verve en Radiohead doorbraken. Ook post-grunge-groepen als Bush, Live en Creed debuteerden op grote labels. Voor de echte underground moest je voortaan nóg dieper graven.

Wat vooral opvalt, is dat de fans van de 'commerciële alternatieven' steeds jonger worden. Niet eerder in de popgeschiedenis was het publiek van zulke harde en grofgebekte rockbands zo jong. Alien Ant Farm- en System Of A Down-fans van twaalf of dertien jaar zijn geen uitzondering. Juist voor hen is de Music Hall in Amsterdam geknipt: zoonlief wordt bij de ingang afgezet (wel fijn dat die Music Hall zo'n nette, schone en helverlichte zaak is). Pa en ma kunnen tijdens het concert één deur verderop een filmpje pakken, of een hapje eten.

En om elf uur tref je elkaar weer bij de auto, die probleemloos geparkeerd kon worden in het Transferium onder de Amsterdam ArenA. Stipt om elf uur. Want ook dat is een voordeel van die nieuwe alternatieven: de woede wordt verpakt in keurig ingestudeerde optredens, waarvan ze je aan de kassa precies kunnen vertellen hoe laat het begint en weer afgelopen is. Voor de jongste punkertjes én hun ouwelui is daarmee een perfecte infrastructuur gecreëerd.

Meer dan alternatieve artiesten ooit waren, zijn de nieuwe lichting 'doelgroepbands', en in die zin weer exclusief. Vind maar eens iemand van boven de dertig die Papa Roach en Linkin Park kent en hun hits van elkaar kan onderscheiden. Waar je bij Pearl Jam, de Smashing Pumpkins, of The Verve ook dertigers en veertigers kon tegenkomen, zijn de oudere generaties het zicht op de wereld van System Of A Down, Staind, Slipknot, Mudvayne, Papa Roach en Linkin Park weer ouderwets kwijt.

Je zou er hoopvolle conclusies uit kunnen trekken: tieners houden tenminste weer van rockmuziek die hun ouders niet in de huiskamer willen horen. Op dat gebied heeft het begrip 'alternatief' de mainstream weer ingehaald.

Meer over