Frits lijkt niet op Joop

Van een gelijkenis tussen Frits Bolkestein en Joop den Uyl, waarover Felix Rottenberg onlangs repte, is volgens Maarten van Traa hoegenaamd geen sprake....

FELIX ROTTENBERG ziet in VVD-leider Frits Bolkestein een nieuwe Joop den Uyl, als we de krantenberichten mogen geloven. Dit bericht kwam in de krant naar aanleiding van het korte woord dat Rottenberg op 22 mei gesproken heeft bij de aanbieding van Bolkestein's nieuwe boek Moslim in de Polder.

Mijn eerste reactie was: Felix komt terug. Hij is ons weer door elkaar aan het schudden en activeren. En hoe dat beter te doen dan met een vergelijking tussen Bolkestein en Den Uyl. Door Bolkestein's uitspraken worden sommige PvdA 'ers nog altijd getroffen als een BSE-koe door schrikdraad, en voor Den Uyl bestaat nog altijd bij de PvdA het ontzag dat een politieke vader van velen (ook van Felix Rottenberg en van mij) toekomt.

'Ogenschijnlijk lijkt Bolkestein het toppunt van innerlijke rust, maar hij wordt permanent gedreven door vragen, irritaties, waarnemingen, ideeën uit de literatuur, de wereldgeschiedenis en vooral de dagelijkse praktijk. Dat had Den Uyl ook. Altijd weer vragen, uitproberen, stellingen innemen, de kwesties op scherp zetten. Dat is het ware karakter van de politicus die eenzaamheid, laster en ongemak verdragen kan', aldus Felix Rottenberg.

Dat lijkt op een enigermate narcistische samenspraak tussen twee heren die het met zichzelf wel getroffen hebben. Volgens De Telegraaf heeft Bolkestein de complimenten enigszins glunderend aangehoord. Het is ook wat! Door een succesvolle politieke kleinzoon van Den Uyl uitgeroepen worden tot 'een nieuwe Den Uyl'! En in het programma Buitenhof zei hij het van de kant van de oud-voorzitter van de PvdA als een compliment op te vatten.

Maar, vraag ik me af, waarom laat Bolkestein zich dat aanleunen - om vergeleken te worden met de man waarvan hij juist keer op keer gezegd heeft de politieke sporen in Nederland te willen doen verdwijnen. Daarom ging Bolkstein in de politiek: om de erfenis van 1968 en Den Uyl bij wijze van spreken uit te wissen.

Dat Bolkestein er niet van gruwt om met Den Uyl te worden vergeleken, is ook curieus omdat Bolkestein Den Uyl voor een intellectuele lichtgewicht houdt. Zoals het gros van zijn collega's in de politiek. Het liefst zou Bolkestein immers een echt goed boek over de intellectuelen en de grote ismen van na 1945 schrijven, à la François Furet's Le passé d'une illusion).

In Trouw van 1 juli 1995 zegt Bolkestein over Den Uyl: 'Ik heb onlangs zijn destijds geruchtmakende Paradiso-rede over de dreiging van 'Nieuw Rechts' gelezen. Met een loep heb ik de tekst nagevlooid. Ik ontdekte er niets van betekenis in, helemaal niets. Van Thijn noemde hem een intellectuele reus. Kennelijk is er niet veel voor nodig om in Nederland zo'n reputatie op te bouwen'.

Den Uyl zou van Bolkestein nooit zoiets hebben beweerd. Het tekent misschien het verschil tussen de goed gestudeerde, erudiete man van de wereld die in de politiek gegaan is, en Joop den Uyl die van het gehele politieke bedrijf een hartstochtelijke aangelegenheid maakte, en daarnaast ook nog meer boeken las dan zijn omgeving. Den Uyl verschilde in zijn politieke vezels wezenlijk van Bolkestein. Den Uyl was in zijn hart een grote twijfelaar. Dat lijkt mij Bolkestein niet.

Au fond heb ik nooit het idee dat het Bolkestein werkelijk veel kan schelen of hijzelf premier van Nederland wordt. 'Daar zijn veel anderen in de partij ook geschikt voor.' Bolkestein weigert nu, zo zei hij zondag in Buitenhof, die keus te maken.

Maar ook hij zal - net als Hans Wiegel voor hem - niet aan die keuze kunnen ontkomen. De VVD moet volgens Bolkestein de grootste partij van Nederland worden. En de grootste partij levert in de regel nu eenmaal de premier.

In tegenstelling tot Bolkestein, heeft Joop den Uyl er nooit enige twijfel over laten bestaan dat hij dit ambt begeerde. Sterker nog: dat is te pas en soms te onpas zijn hartstocht geweest en gebleven. 'Dat tweede kabinet-Den Uyl, dat komt er toch', werden wij niet moe hem te horen grommen tussen de sigarenrook van een geprangd gemoed na de kabinetsformatie van 1977, die voor de PvdA als resultaat had dat ze - ondanks een winst van tien Kamerzetels - toch in de oppositie terechtkwam.

Je ziet Bolkestein niet op een Zuid-Franse camping tijdens een vredig schaakpartijtje ineens opschieten met de mededeling: 'Ja, ik had ook meer met Van Agt moeten bespreken. Hoe ik er mee omging was natuurlijk ook fout.' Den Uyl bleef zich na 1977 te lang vastklampen aan de mogelijkheid van dat tweede kabinet Den Uyl, waarvan we eigenlijk wel wisten dat het nooit meer zou komen - zeker niet meer in 1986, toen Joop den Uyl nogmaals lijsttrekker werd. Ook dat zal Bolkestein niet overkomen.

Met zijn dosis drammerige overtuiging had Den Uyl ook niet met Bolkestein kunnen samenwerken, waar Wim Kok dat nu wel kan.

Den Uyl zag de politiek als hartstocht. Bolkestein ziet de politiek als een ambacht dat hem persoonlijk soms minder kan bekoren. Natuurlijk wil hij discussiëren als het hem uitkomt, maar derhalve even niet met Jacques Wallage in Buitenhof. 'Alles heeft zijn tijd.' Den Uyl was 's nachts om twee uur nog bereid om met een liberaal of christen-democraat in discussie te gaan, met of zonder pers.

Den Uyl was een parlementariër met een soms overdreven oog voor detail. Hij kon zich eindeloos als Kamerlid vastbijten in bepaalde issues, ook over de buitenlandse politiek. Bolkestein vuurt zijn schoten voor de boeg, maar bekommert zich minder om de parlementaire vertaling van zijn voorstellen, en lijkt zich niet af te vragen of de regering zijn voorstellen ook tot onderdeel van het beleid maakt.

Vooral in de Europese en de buitenlandse politiek is dat treffend. Als het aan Bolkestein gelegen had, was er waarschijnlijk helemaal geen groot debat over de uitbreiding van de NAVO in de Kamer gekomen. En of het gesloten akkoord tussen Rusland en de NAVO nu zijn mening over de NAVO-uitbreiding heeft veranderd, hebben we niet mogen vernemen.

Ook het artikel van Van den Doel en Weisglas in NRC Handelsblad van 23 mei jl. geeft daarover geen uitsluitsel. Ik durf er bijna om te wedden dat Bolkestein de zaak zelf niet meer in de Kamer aan de orde zal stellen voor de NAVO-top in Madrid van 8 en 9 juli.

Het lag aan de PvdA-fractie dat het tot een aparte discussie met Bolkestein in de Kamer over de NAVO-uitbreiding kwam. Bolkestein wijst tegen de zin van de regering meerderheidsbesluiten in het Europees buitenlands beleid af, maar heeft er in de Kamer in feite geen groot punt van gemaakt.

Van Mierlo wordt een 'romantische kijk' op het gebeuren verweten omdat hij vindt dat de natie-staat zijn langste tijd heeft gehad. Frans Weisglas laat dat punt in de Kamer bij de behandeling van de voorstellen voor de Intergouvernementele Conferentie in feite liggen, terwijl het toch gaat om het wezen van Europese integratie, namelijk het verder kijken dan de nationale staat.

Den Uyl zou in zo'n situatie als parlementariër tot drie uur 's nachts de regering hebben beziggehouden. Zoals hij deed naar aanleiding van de sociale zekerheid, of een slecht gevallen interview met Brinkman als minister van WVC, of in zijn streven om de plaatsing van kruisraketten uit te stellen. Bolkestein heeft Van Mierlo ook niet naar de Kamer gehaald toen de EU - tegen de zin van de liberale voorman in - het principe van Turks lidmaatschap voor de EU openhield.

Volgens mij wil Bolkestein in zijn hart geen premier worden omdat hij het ambacht, het handwerk, van de politiek niet hartstochtelijk aanhangt. Een compromis binnen de coalitie tot stand brengen over de stadsprovincie, daar wil hij zich nog wel voor lenen, maar - zo leerden we in Buitenhof -: leuk is anders.

Dat is het wezenlijke verschil met Den Uyl, en dat moet Felix Rottenberg toch ook weten. Anders wil ik er in het tiende sterfjaar van Joop den Uyl nog even aan herinneren, voordat de mythe ontstaat dat Frits Bolkestein een nieuwe Joop den Uyl is.

Maarten van Traa is lid van de Tweede Kamer voor de PvdA.

Meer over