Frisse echo's uit het oude Europa en het nieuwe Amerika

Bij het kijken naar die opzichtige en zelfs ietwat smerige french fries and ketchup van Claes Oldenburg, werk uit de verzameling van het Newyorkse Whitney Museum, rommelen mijn darmen....

PAUL DEPONDT

Van onze verslaggever

Paul Depondt

AMSTERDAM

De expositie Amerikaanse Perspectieven in het Amsterdamse Stedelijk, een keuze uit de collectie van het Whitney met meer dan twintig topstukken van Edward Hopper en aangevuld met werken van het Stedelijk, nodigt uit tot zulke bespiegelingen. Het is een door directeur Rudi Fuchs 'geënsceneerde' ontmoeting tussen twee collecties.

De beeldende kunst kent geen ismen meer, geen definitieve doctrines, zelfs geen Amerikaanse of Europese hegemonie, want dat druist allemaal in tegen onze multi-disciplinaire, -mediale, -culturele en multi-nationale kunstwereld. De internationale culturele pikorde is sinds de jaren tachtig veranderd en ook de kunsthistorische ismen lijken te zijn uitgeput. Misschien lijkt de kunst van nu, schrijft conservator Adam Weinberg van het Whitney bij een afbeelding van de Oldenburg in de catalogus, 'stemmingen te hebben'. Waar hoor je dat nog? Stemmingen, dat klinkt Fuchs.

'De sensibiliteit in kaart brengen', een opdracht die de directeur van het Stedelijk neerschreef in Seamus Heaney's The Government of the Tongue, de essays die hij zijn collega Weinberg cadeau gaf, is het uitgangspunt van de tentoonstelling. Het is het sluitstuk van honderd jaar Stedelijk. De expositie was, in een heel andere vorm, eerder dit jaar in New York.

Het Whitney Museum, in 1930 door Gertrude Vanderbilt Whitney opgericht, richt zich volledig op Amerikaanse kunst. Momenteel is in het museum een expositie te zien over de beat generation. Die missie, waar het museum zich aan houdt, is heldhaftig en belangrijk. Maar in een cosmopolitisch New York en in het licht van internationale kunstontwikkelingen is die oorspronkelijke opdracht ook een beperking. Om aan die knellende beperking te ontsnappen, hebben directeur David Ross en Weinberg drie museumdirecteuren - drie Europese buitenstaanders - gevraagd als gastcuratoren op te treden in het Whitney. De selecties van Fuchs, Nicholas Serota van de Londense Tate Gallery en Jean-Christophe Ammann van het Frankfurtse Museum für Moderne Kunst, zijn hun 'view from abroad' op de collectie.

Met de drie tentoonstellingen wil het Whitney naar eigen zeggen 'een nieuw paradigma voor internationale samenwerking tussen musea ontwikkelen'. Buitenlandse gezichtspunten - waardoor op een heel andere manier met een andere achtergrond naar delen van de collectie wordt gekeken - kunnen onthutsend en verfrissend zijn. Er zijn nu eenmaal, dat is een wezenlijke waarde van kunst, verschillende manieren om te begrijpen wat we zien. Musea kunnen veel meer samenwerken. Ze kunnen elkaar werken in langdurige bruikleen geven. Op die manier verstarren noch het collectioneren, noch het kijken naar kunst.

In het Stedelijk hangen minder bekende schilderijen, werk van John Sloan, Marsden Hartley, Charles Sheeler of Thomas Hart Benton, naast bekende Amerikaanse en Europese iconen. Je krijgt een veel poëtischer of zelfs juister beeld te zien, niet alleen het naoorlogse verhaal over de door de Amerikaanse regering en musea agressief geëxporteerde abstracte kunst.

Het besef van traditie en geschiedenis is belangrijk in de Europese kunst. Dat zag je afgelopen jaren geregeld in het Stedelijk. Traditie was er nooit ver weg. Veel Amerikaanse kunst is 'clean, pragmatisch en praktisch', zeggen de organisatoren. Op die verschillen, wat Fuchs wel vaker 'het karakter van de Europese en van de Amerikaanse kunst' heeft genoemd, wil hij ons wijzen door werken uit beide verzamelingen bij elkaar te hangen.

Het Amerikaanse Perspectief laat, zoals in Fuchs' coupletten, 'contrapunten' zien. Een aantal Europese schilderijen uit de collectie van het Stedelijk, die het museum bij de werken uit het Whitney exposeert, tonen verwantschappen maar ook verschillen. Die manier van exposeren, zeg maar Fuchs' 'curatorenpoëzie', is een bij ons ruim bekende manier van tentoonstellen, maar is voor Amerikanen van een verbluffende frisheid. Fuchs kijkt, naar eigen zeggen, met een veel behoedzamer blik naar kunst dan vroeger. Als hij zich probeert voor de geest te halen wat in de jaren zestig of zeventig over Amerikaanse kunst werd gezegd, schieten hem woorden als 'dynamiek', 'energie', 'radicalisme' en 'zuiverheid' te binnen. 'Als ik er nu op terugblik', zegt hij, 'zou ik een woord als zuiverheid nader definiëren en zeggen dat schilderijen van Lichtenstein of Kelly ook ongewoon clean zijn.' De verschillen vallen hem meer op dan de verwantschappen. 'Zo'n karakterisering doet niets af aan hun kwaliteit, maar doet ze nog meer verschillen van Europese kunst.

Amerikaanse Perspectieven. Tot en met 28 januari in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Catalogus: ¿ 32,50.

Meer over