Fris en chips

In verband met een binnenkort te verschijnen bundeling van de honderd beste bijdragen aan NL verzoeken wij de volgende lezers contact op te nemen met de redactie (020-5623038 of 020-5622530): A.M....

Het was het einde van de jaren zestig. Ik was zo'n twaalf jaar oud. Het aantal Nederlandse televisienetten was inmiddels verdubbeld; een zwart-witte aanval op de toen heersende huiselijkheid. Een aanval op hoorspel en ganzenbord. Mijn huiselijk leven bereikte elke zaterdagavond weer een climax.

In mijn toenmalige streng calvinistische milieu was de tendens om alvast dát op zaterdagavond te doen, wat de heilige zondagsrust kon optimaliseren. Immers, zondag tweemaal naar de kerk. Televisie kijken was uit den boze. Sporten leidde rechtstreeks naar hel en verdoemenis. Niet buiten spelen. Hooguit op familiebezoek, hetgeen het toppunt van frivoliteit was. Soms, een wandeling in familieverband. Een zondag duurde eeuwig.

Dus sudderden de sukadelapjes zaterdagavond geurend door het ganse huis. Dus poetste m'n vader de zondagse schoenen van het hele gezin. Dus stond de huisnijvere groentesoep welriekend te trekken. Dus stonden de peertjes al lustig te stoven. Dus werd de zondagse kledij van de kinderen naast de diverse bedden gedrapeerd. Dus lagen psalm- en gezangboeken in de aanslag.

Maar wat was dan die climax? De culinaire voorpret? Of dat zondagse keurslijf: een 'prikkelbroek' met vouw, wit benauwend overhemd met strikje? Nee, mijn broer en ik mochten opblijven tot wel tien uur, kijkend naar Eén van de acht. Mies Bouwman met in mijn kinderogen een weergaloos flitsende show.

Toch kwam mijn grootste opwinding niet van Mies, het late tijdstip, of de show. Toppunt van huiselijkheid was het feit dat wij als kind zo maar een glas fris (Exota of Riedel) en een eigen bakje chips (Golden Wonder) kregen. Zulks was ongebruikelijk, de luxe ten top. Versnaperingen die doordeweek taboe waren.

Mijn broer slaagde erin het gehele te consumeren quotum te verdelen over de zendtijd van Eén van de acht. Tijdens de lopende band bereikte hij dan uiteindelijk de twee bodems. Ik niet. Mijn kick zat in de ogenblikkelijke consumptie van de chips, gevolgd door het in één adem opslokken van het explosieve vocht. Met tranen in mijn ogen wachtte ik de lopende band af. Wat behelsde het vraagteken, was de wekelijkse prangende vraag.

Tijdens de aftiteling begon voor mijn gevoel al de loodzware zondag. Zo lagen climax en anticlimax van het huiselijk leven voor mij persoonlijk dicht bijeen. Nog altijd ervaar ik het grote verschil tussen zaterdagavond en zondagmorgen, tussen Mies Bouwman en ter kerke moeten. Daarom slaap ik tegenwoordig zondag zeer lang uit. Mijn huiselijkheid anno nu.

Simon Trommel, Bleiswijk

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 223.

Meer over