Friesland

De lichten begonnen te knipperen toen ik eraan kwam. De slagbomen daalden, en de brug ging open. Ik was de enige wachtende....

Uitstappen dus maar.

Er moest een flinke dot zeilboten voorbij. Maar als eerste passeerden twee futen met drie jongen in hun kielzog. Op de voorplecht van de eerste zeilboot zat een meisje gebiologeerd naar de vogels te kijken. Het leek erop dat de ouders de kleintjes leerden duiken.

De duikende fuut is een wonder van elegantie, hoewel er ook iets koddigs in de bewegingen zit. De vogel heeft een vrij lange nek en lijkt als hij duikt voorover te rollen. Z'n kont komt dan nog even omhoog ook.

En weg is ie, de diepte in.

De kleintjes keken goed hoe het moest en de boten deden rustig aan om het leerproces niet te verstoren. Verderop was een boer in korte broek gedroogd gras op een berg aan het harken en achter hem in het land stapten twee ooievaars rond, vogels die ik nog nooit in het echt had gezien en alleen maar kende van Dik Trom. Het droge gras rook al naar hooibergen.

Jaja.

Na de derde zeilboot kreeg ik gezelschap van twee meisjes op een brommer. Ze reden door tot hun voorwiel onder de slagboom stond en deden hun helmen af. Ze begonnen in slepend Fries met elkaar te praten.

De brug ging eindelijk dicht.

Ik vervolgde mijn weg. Aan de horizon lag Leeuwarden.

Bij het dorp Goutum moest ik linksaf, om de stad heen, richting de A31, Harlingen en de Afsluitdijk. De weg scheerde ter rechterzijde mooi langs de bebouwing, flats uit de jaren zeventig, en aan de linkerhand langs weilanden, bosschages en sloten.

Halverwege lag een spoordijk. De weg zeilde er door een smal tunneltje soepel onderdoor. Aan weerszijden van de dijk stonden grote billboards met reclame voor de KLM. Het karakteristieke blauw van de luchtvaartmaatschappij was schrikbarend temidden van al het groen hier. Bovenop de spoordijk liep een eenzame man in een geel hesje.

Wat een spoordijk!

Wat een tunneltje!

Aan de andere kant hingen aan weerszijden dezelfde billboards, met dezelfde zwanenreclame. Ook in de achteruitkijkspiegel knalde het blauw erop los.

Ik kwam bij een dorp met bij wijze van spits op de kerktoren een grote ui. Daar moest ik de snelweg af. Voor me reed een mobile home met achter het stuur, zo bleek bij inhalen, een stijf rechtop zittende vrouw met grote vlechten. Naast haar zat een herdershond. In het binnenste van de Hymer was vader vast thee aan het zetten.

Franeker.

Harlingen.

Zurich, de Afsluitdijk.

Zowel aan het begin van de dijk als aan het einde trof ik de bruggen geopend. Hier geen futen en Friezinnen op brommers. Wel heimwee naar Friesland waar ik en de automobilisten om mij heen zojuist waren geweest.

Meer over