Friesland: witte zeilen schuin op het water in de wind

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

null Beeld anp
Beeld anp

Leeuwarden, 18 juli 1933

In Leeuwarden. Er zijn landen en steden waar ik als kind van droomde omdat zij een naam hadden die mij met een verrukkelijk verlangen vervulden. Van de naam Edinburgh werd ik ontzettend melancholiek. En de naam Antwerpen oefende zoveel bekoring op mij uit dat ik die stad lange tijd niet goed durfde te bezoeken, uit angst voor de teleurstelling.

Friesland was ook zo'n magische naam. Jezelf zitten vervelen in een studiezaal van het Janson-lyceum terwijl er op hetzelfde moment mensen rondliepen in Friesland, je moest er niet aan denken! Ik had liever gehad dat ik nooit, nooit van dat land gehoord had, of dat het een andere naam had gehad.

En nu ben ik dan in Friesland, in Leeuwarden. We logeren in een oud hotel met grote kamers, die uitkijken op een rustige, diepe tuin. Op de tafel waar ik zit te schrijven, ligt net als honderd jaar geleden een groen pluchen kleed . Elk uur speelt het carillon van een kerk in de buurt een wijsje dat ik niet herken, waarschijnlijk het begin van een gezang.

Gisteren zijn we gaan lunchen in Grouw. Dat is een dorp aan de rand van een van de talloze grote plassen waarmee deze streek als het ware doorzeefd is, want Friesland is een waar vergiet. Witte zeilen schuin op het water in de wind, weilanden vol gele bloemen.

Julien Green (1900-1998), Frans-Amerikaanse schrijver. Ingekort fragment uit Journaal 1926-1945. Vertaling Greetje van den Bergh. De Arbeiderspers, 1977.

Meer over