Freud contra Einstein

AL VROEG worden middelbare-schoolleerlingen ingedeeld in zij die aanleg hebben voor talen en zij die aanleg hebben voor exacte vakken....

Voor de universiteiten zijn exacte vakken stukken duurder dan de alfa- en gamma-disciplines. Vooral als je de kosten omslaat naar aantallen studenten. Deze ongelijkheid is voor menigeen slecht te verkroppen.

Ik hoor daar dan ook al tientallen jaren klachten over. Ook politici, zelf vaak opgeleid in een niet-exact vak, kunnen hun ongenoegen moeilijk verbergen.

Toen Jos van Kemenade in een grijs verleden voorzitter was van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam, nodigde hij mij, pas benoemd hoogleraar natuurkunde, uit voor een gesprek. Het bleek geen gesprek, maar een tirade. Natuurkunde kreeg volgens hem veel te veel geld en ik moest er maar op rekenen dat hij dat persoonlijk ging veranderen.

Hoeveel geld is er eigenlijk nodig voor natuurkunde, sterrenkunde of wiskunde? In principe kun je elk bedrag ter discussie stellen. Waarom niet het aantal chemici halveren?

Nederland is geen eiland, dus lijkt het logisch om ons te vergelijken met het buitenland. Met andere landen in de Europese Unie, bijvoorbeeld. En wat blijkt: Nederland geeft veel minder uit aan natuurkunde en scheikunde dan andere EU-landen.

Wat bovendien opvalt, is dat de chemici en fysici extreem goed geciteerd worden in vergelijking met hun directe collega's in het buitenland.

Andere natuurwetenschappelijke vakken, zoals sterrenkunde en biologie, scoren trouwens beduidend minder goed. Bron: OCenW-rapport Wetenschap- en technologie-indicatoren 2000 (www.cwts.leidenuniv.nl/).

Dat rapport is gebaseerd op analyse van aantallen publicaties en aantallen citaties. Een methode waarover heel veel kritische geluiden te horen zijn.

De meeste bezwaren tegen citatie-analyse betreffen het ongeschikt zijn van die methode voor het meten van individuele prestaties, en daar hebben we het hier maar even niet over.

In de Amsterdamse Boekengids is recent een heftige discussie losgebrand over het nut van citatie-analyses voor alfa- en gamma-wetenschappen. Beoefenaren van die vakken roepen hun collega's op om in opstand te komen tegen de citatie-terreur.

Ik kan me bij die protesten wel iets voorstellen. Je doet jaren over een prachtig boek over de vaderlandse geschiedenis. Blijkt wonderwel goed te verkopen. En dan wordt dat niet geteld als prestatie, want boeken tellen niet bij citatie-analyses. Alle Nederlandstalige publicaties tellen trouwens niet mee.

De vermaledijde citatie-analyse komt uit natuurwetenschappelijke hoek. Dus ook wat dat betreft hebben de bèta's het opnieuw gedaan.

De Universiteit van Amsterdam heeft, om meer studenten naar exacte richtingen te lokken, een gemeenschappelijke bèta-gamma-propedeuse ingesteld. Bij de wervingsacties voor die nieuwe studiemogelijkheid is een trucfoto gebruikt, waarop Einstein en Freud met elkaar aan het discussiëren zijn.

Deze foto heeft vele van mijn natuurkunde-collega's in den lande geschokt. Omdat de naam van Einstein te grabbel zou zijn gegooid.

De nieuwe studierichting blijkt wel een succes. Misschien komt er ooit een eind aan de strijd tussen de bèta's en de rest.

Meer over