‘Frederik I is een van onze sterren’

Het Rijksmuseum presenteerde vrijdag zijn plannen voor de vernieuwde inrichting. ‘We brengen voorwerpen samen die destijds ook gecombineerd hadden kunnen zijn....

amsterdam Het vernieuwde Rijksmuseum in Amsterdam krijgt een ‘hoofdcircuit vol ruimte en lucht’ dat ‘een chronologisch verhaal’ vertelt over ‘de Nederlandse kunst en geschiedenis in internationale context vanaf 1200 tot heden’.

Vanaf de heropening, voorlopig voorzien voor het najaar van 2010, lopen de bezoekers in een spiraalvormige route door het hoofdgebouw, van beneden naar boven en weer naar beneden, langs een reeks combinatie-opstellingen van kunst- en gebruiksvoorwerpen, die elk een historische periode beslaan. In de torens komen verzamelingen op soort, met alleen zilver, porselein of marinemodellen.

Nieuw is een deeloverzicht van de 20ste eeuw op de tweede verdieping in de oostvleugel. Zwartgeschilderde ruimten tonen de ‘fantastische’ (aldus directeur Ronald de Leeuw) fotocollectie. Witgesauste zalen paren bijvoorbeeld een stoel van Gerrit Rietveld aan het pas verworven Zelfportret als profeet Johannes (1937-1938) van Carel Willink. ‘In het interbellum gingen abstractie en realisme gelijk op’, zegt hoofd Tentoonstellingen Jan Rudolph de Lorm. ‘Dat maakt die periode zo interessant.’

De route begint met de Middeleeuwen, gesitueerd in de donkere, crypte-achtige keldergewelven in de westvleugel met hun structuur van kale bakstenen. Vooraan komt een 800 jaar oude zilveren kop van Frederik I (780-838), twee keer bisschop van Utrecht en kort na zijn dood heilig verklaard. De mijter op zijn hoofd is een scharnierend deksel: de holle kop is een soort bonbondoos, waarin ooit Frederiks eeuwen later opgegraven schedel werd bewaard. ‘Voor onze bezoekers wordt dat de eerste ontmoeting met een mens uit onze collectie’, aldus De Lorm. ‘Frederik is een van onze sterren. Je ziet zijn baardstoppels en kraaiepootjes zitten.’

Op de eerste verdieping aan de westkant komt de collectie Nederland Overzee, met onder meer een schilderij van VOC-opperkoopman Knol met zijn echtgenote van Javaanse komaf. De Lorm: ‘Een vroeg voorbeeld van een gemengd huwelijk.’ Op de tweede verdieping zal een 18de-eeuwse zaal de marmeren schouw van Diederik baron van Leyden (1695-1764) combineren met een portret van hem en zijn gezin. ‘Wij gaan niet letterlijk stijlkamers maken’, zegt De Lorm, ‘maar voorwerpen samenbrengen die ook destijds gecombineerd hadden kunnen zijn.’

Presentatie en verlichting in het vernieuwde Rijks zijn ontworpen door de Franse interieurarchitect Jean-Michel Wilmotte, ‘de virtuoos van de vitrine’ (De Leeuw). Hij ontwierp een complete ‘familie’ van vitrines met zeventig varianten – staand, liggend, hangend, als kast of tafel, met of zonder sokkels, tussenwanden, legplanken. Deze vitrines blijven exclusief voorbehouden aan het Rijks. De maker van de kasten wordt later via een Europese aanbesteding geselecteerd.

Hoofdkenmerk is de frameloze ‘huid’ van extreem ‘wit’ en uv-werend glas, waardoor de vitrines haast oplossen in de ruimte en alle aandacht meteen naar de daarin geëtaleerde objecten gaat. Licht, dataverkeer, beveiliging en klimaatbeheersing komen de kasten binnen vanuit een ‘grid’ van onzichtbare openingen in de vloeren en muren van het museum. Hierdoor ontstaat een zeer flexibel presentatiesysteem. De Leeuw: ‘Wij wilden het gerenoveerde gebouw van architect Pierre Cuypers zoveel mogelijk vrijwaren van buizen en leidingen.’

Krijgen de vitrines hun licht via buizen van glasvezel, in de hogere ruimten hangen ook ranke rails, waarin zowel lampen als beveiligingscamera’s zijn weggewerkt, alle verplaatsbaar. Waar mogelijk – sommige kwetsbare objecten verdragen geen zonlicht – komt ook volop natuurlijk licht binnen via ramen en dakvensters.

Meer over