Freak en vrij

De broers Berend en Roel Boorsma maakten de jeugdfilm Milo, over een jongetje dat wordt gepest vanwege zijn huidaandoening. Hoe verbeelden zij dit taboe?

DOORPAULINE KLEIJER

'Vooroordelen, gepest worden, jezelf durven zijn. Daar gaat het over', zegt Berend Boorsma (1977). 'En over de angst om af te wijken. Die angst is vaak groter dan de afwijking zelf', vult Roel Boorsma (1978) aan. De broers hebben het over Milo, hun gezamenlijke speelfilmdebuut. Milo was de openingsfilm van het jeugdfestival Cinekid, waar hij bekroond werd met de MovieSquad Award, de prijs van de kinderjury. Eerder was er al een prijs op het jeugdfilmfestival van Giffoni in Italië.

En dat terwijl ze niet eens van plan waren een jeugdfilm te maken. 'Dat is zo gegroeid', legt Roel uit. 'We hebben het niet speciaal voor kinderen geschreven. Oorspronkelijk zou het meer een ensemblefilm zijn, maar gaandeweg werd het 10-jarige jongetje Milo steeds belangrijker.'

Milo (gespeeld door Lorcan Bonner) is een verlegen jongen. Op school wordt hij gepest, thuis staat hij onder het strenge toezicht van zijn perfectionistische vader. Elke dag moet hij zijn gezicht, hals en schouders insmeren met een dikke laag crème. Waar dat precies toe dient, hebben zijn ouders hem nooit verteld; Milo weet alleen dat hij een huidziekte heeft.

Achteraf zijn de broers Boorsma blij met de beslissing zich op de jeugd te richten. Kinderen zijn een fijn publiek, zo hebben ze inmiddels ondervonden. Snoeihard in hun oordeel, maar integer. Berend: 'Kinderen zijn onverbiddelijk.' Roel: 'François Truffaut zei ooit al zoiets. Het festival van Giffoni was zijn favoriete festival, omdat hij daar de eerlijkste reacties kreeg.'

Milo, een internationale coproductie, speelt zich grotendeels af in een ruig, Iers landschap, ergens tussen stad en platteland, beschaving en natuur. Het geeft een dromerige kwaliteit aan het verhaal, dat wel realistisch is, maar ook trekken van een sprookje heeft.

'We wilden een eigen universum creëren', zegt Berend. 'Cinema moet toch een soort droommachine zijn: je gaat zitten en komt in een andere wereld. Die verwondering, daarnaar waren we op zoek. Ik vind het ook een mooi spanningsgebied, tussen de realiteit en een droomwereld.'

In de allereerste versie, vertellen de broers, was het verhaal anders; toen ging het om een jongetje met een gewei op zijn hoofd. Zo vreemd en mythologisch is het uiteindelijk niet geworden, maar er zijn wel sporen van overgebleven. De belangstelling van de broers voor 'freaks' - iedereen die afwijkt van de norm - vormde een belangrijke drijfveer.

'Vroeger werden freaks tentoongesteld, mensen betaalden ervoor om hen te zien, dat vonden ze mooi', vertelt Berend. 'Tegenwoordig is iedereen zo gefixeerd op uiterlijk dat alles zo veel mogelijk wordt glad gestreken. Zelfs de kleinste afwijking is al problematisch.'

Daarom reageert Milo's vader ook zo panisch op de aandoening van zijn zoon, leggen de makers uit. Het liefst ontkent hij het hele probleem; acceptatie valt hem zwaar. 'Die houding lijkt misschien extreem, maar ik denk dat veel mensen zo zouden reageren', zegt Roel. 'Er zijn heel veel taboes rondom het uiterlijk, vooral in deze tijd. Lang niet alles is bespreekbaar.'

Dat uiterlijk belangrijk is, bleek ook wel uit de reactie van de Ierse Lorcan Bonner, 12 jaar oud tijdens de opnamen. Uren zat hij in de make-up voor de scènes waaruit Milo's aandoening blijkt. 'Hij was ongelooflijk geduldig', zegtt Berend. 'Maar hij vond het vreselijk heftig om zichzelf zo te zien', zegt Roel. 'Hij wilde niet meer naar buiten, hij werd er teruggetrokken van. Gelukkig is hij wel heel blij met de film.'

Dat hun eerste speelfilm een Engelstalige productie zou worden met een internationale cast, hadden de broers nooit zo gepland; het volgde uit hun deelname aan de Rotterdamse filmmarkt Cinemart, waar een Ierse producent belangstelling toonde. Problemen leverde het filmen in Ierland niet op. Roel: 'De Ierse crew was ongelooflijk.'

De Boorsma's deden ervaring op met het maken van talloze commercials en videoclips, en maakten samen twee korte fictiefilms. Ruzie maken ze zelden, zeggen ze.

Roel: 'Op de set ging het heel goed - volgens de acteurs was het alsof ze met één regisseur hadden gewerkt. Alleen in de montagefase hadden we weleens meningsverschillen.'

De verhouding was niet altijd zo vreedzaam.

Berend: 'Vroeger hadden we altijd ruzie.' Roel beaamt dat. 'We deelden een slaapkamer, en onze ouders werden zo gek van het gekibbel dat ze een dik, velours gordijn ophingen om die kamer op te delen. Daaronder schoven we dan speelgoed heen en weer, zodat de ander het moest opruimen.'

Harmonieuze samenwerking zat er misschien niet zo vroeg in, maar filmmaken wel. Toen ze ongeveer 8 en 10 jaar oud waren, maakten de broers een eerste gezamenlijk filmpje. Hun kleine zus speelde de hoofdrol. 'We kleedden haar aan als ninja en zetten haar in de vensterbank', vertelt Berend. Roel: 'Levensgevaarlijk.'

Een volgende speelfilm komt er zeker, zeggen de broers. Geen jeugdfilm waarschijnlijk, maar wel weer een verhaal met een eigen sfeer.

Berend: 'Cinema mag mooier zijn dan de werkelijkheid.'

Roel: 'Niet alles hoeft verklaard te worden.' Berend: 'Een beetje rafeligheid is juist wel fijn. Er moet iets aan de verbeelding worden overgelaten.'

Omwegen

De broers Berend (1977) en Roel Boorsma (1978) belandden via omwegen in het filmvak. Berend ging naar de kunstacademie, maar besloot vervolgens filmwetenschap te studeren. 'Ik hou van verhalende elementen, van esthetiek en dramatiek. Ik ben een keer gaan kijken op een filmset en voelde me daar meteen thuis.' Roel ('Ik wilde vroeger rechercheur worden') studeerde rechten, psychologie, en kunst en mediamanagement. Sinds ruim tien jaar werken ze samen.

undefined

Meer over