'Fraude raakt Stapel, niet de wetenschap

De affaire-Stapel is 'absoluut niet het einde van de sociale psychologie', zegt Robbert Dijkgraaf, president van de KNAW. De wetenschap zou genoeg zelfreinigend vermogen hebben.

JOHRAN WILLEGERS EN MAARTEN KEULEMANS

AMSTERDAM - Het imago van de sociale psychologie zal weinig lijden onder de fraudezaak van Diederik Stapel, hoogleraar in dat vakgebied. Hij werd betrapt op het fingeren van onderzoeksdata, waarop de Universiteit van Tilburg besloot dat hij zijn leerstoel niet meer mag bekleden.

'Dit is absoluut niet het einde van de sociale psychologie', zegt Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij noemt de situatie heel ernstig, maar vooral omdat deze zo uitzonderlijk is.

De KNAW-president verwacht dat vooral de publieke opinie wordt beïnvloed door de affaire. Hij vergeleek het met de aanhoudende kritiek op de klimaatrapporten. 'De kwestie raakt voornamelijk Stapel zelf en de mensen om hem heen. De wetenschap als geheel zal hier niet lang last van houden.'

Dijkgraaf is wel bezorgd over de jonge onderzoekers die met Stapel hebben gewerkt. 'Laten we hen niet de schuld in de schoenen schuiven. Deze fraude kan heel goed een soloactie zijn.'

De wetenschap is volgens Dijkgraaf uiterst kritisch op zichzelf en dat heeft een zelfreinigende werking. Onderzoeken worden door collega's altijd onder de loep gehouden om te kijken of ook andere conclusies mogelijk zijn. Daardoor blijven alleen de goede onderzoeken overeind. 'Je collega onderuit halen is de beste manier om in de wetenschap vooruit te komen.'

Stapel was vijf jaar lang, tot 2007, voorzitter van de Associatie van Sociaal-Psychologische Onderzoekers. De huidige voorzitter van de ASPO, Daniël Wigboldus, ziet de fraude als een klap voor alle onderzoekers. Hij verwacht echter dat de 'zaak-Stapel' weinig gevolgen heeft voor de totale waardering. 'In wetenschap gaat het niet om de poppetjes, wel om de kennis die we uitbreiden.' Wigboldus vindt wel dat srenger toezicht geen kwaad kan.

FRAUDE? EEN OP DE ZEVEN WETENSCHAPPERS DOET HET

Frauderende wetenschappers, een uitzondering? Welnee. 'Er is toenemend bewijs dat de bekende fraudeurs het topje van de ijsberg zijn en dat veel gevallen nooit ontdekt worden', aldus de Britse onderzoeker Daniele Fanelli een paar jaar geleden in een geruchtmakende studie naar wetenschappelijke fraude.

Na bestudering van tientallen eerdere onderzoeken, kwam Fanelli tot de slotsom dat 2 procent van alle wetenschappers desgevraagd anoniem toegeeft wel eens gegevens te hebben verzonnen, weggepoetst of aangepast. Maar vraag aan wetenschappers hoeveel frauduleuze praktijken ze om hen heen waarnemen bij collega's, en het blijkt dat liefst 14 procent van alle onderzoekers zich wel eens bezondigt aan vervalsing van meetresultaten. Van 'dubieuze onderzoekspraktijken', waaronder alles valt dat eigenlijk niet netjes is, blijkt zelfs driekwart van alle wetenschappers soms te bedienen. Een paar jaar eerder kwamen drie artsen na ondervraging van 7760 medici tot nog iets hogere cijfers. Vooral kleinere vergrijpen, zoals het bijsturen van meetgegevens, zou wijdverbreid zijn.

undefined

Meer over