Fransen zijn Papon na zestig dagen beu

'TE VEEL PAPON', was het commentaar van een collega op de vraag hoe hij de verslaggeving uit Frankrijk beoordeelde. Dat vinden ze in Frankrijk zelf ook....

MARTIN SOMMER

Na de verhitte debatten in oktober 1997, over de snelle vrijlating van de aangeklaagde, over de vraag of Papon op zijn leeftijd wel in het beklaagdenbankje thuishoorde, over Vichy in het algemeen, over De Gaulle en diens inrichting van het na-oorlogse Frankrijk, zakte bijna iedereen in de rechtszaal weg in de lethargie van het verplicht af te werken nummer. Te veel Papon.

Tot vorige week Arno Klarsfeld bekendmaakte dat hij de president van het Hof zou wraken. Klarsfeld is advocaat van enkele nabestaanden van slachtoffers. Zijn vader, Serge Klarsfeld, heeft z'n sporen op het stuk van historisch onderzoek naar zowel daders als slachtoffers van de jodenmoord ruimschoots verdiend. Klarsfeld senior had gevonden dat rechter Castagnède via het huwelijk van een oom verwant was aan drie joodse vrouwen die onder verantwoordelijkheid van Papon waren gedeporteerd. Volgens de Klarsfelds zou de president niet meer objectief zijn en daarom moeten vertrekken.

Het proces-Papon stond weer op de voorpagina's. Eigenlijk minder vanwege de familiebanden van rechter Castagnède dan om de vraag wat de Klarsfelds bezielde. Wraking van de rechter kan toch alleen maar in het voordeel van Papon uitpakken, zou je denken. Wij zoeken de waarheid, onder alle omstandigheden, was het antwoord van vader en zoon. Eerder had vader Serge gezegd dat hij 'op voet van oorlog' met president Castagnède stond omdat die Papon na drie procesdagen in vrijheid had gesteld. Arno Klarsfeld had toen boos zijn toga aan de wilgen gehangen, om na een weekeinde weer doodgemoedereerd in de rechtszaal aan te schuiven.

Dat ritueel herhaalde zich begin deze week. Vader en zoon lieten weten bij nader inzien van wraking af te zien. De president moest zelf maar uitmaken of hij vond dat hij nog onafhankelijk kon oordelen. Het netto effect van de actie is dat de president in discrediet is gebracht, de goede naam van de Klarsfelds opnieuw een knauw heeft gekregen, en de verdeeldheid onder de advocaten van de nabestaanden weer eens pijnlijk aan het daglicht trad.

Alles bij elkaar genomen ruikt de hele zaak na vier maanden bepaald niet fris meer. Van meet af aan was duidelijk dat het proces-Papon iets anders zou zijn dan alleen een zaak tegen iemand die zou worden gewogen op zijn daden. In het beste geval zou de berechting van Papon Frankrijk in het reine brengen met z'n verleden. Zoals in Nederland ongeveer de boeken van dr. L. de Jong - die ook in vele opzichten hun oevers overtraden - hun werk hebben gedaan.

De vergelijking is verhelderend. Destijds was in Nederland de verschijning van elk deel De Jong een nationale gebeurtenis, waarna 'de nieuwe De Jong' werd becommentarieerd, bediscussieerd, doorgeëxerceerd. Het proces-Papon leek zich inderdaad aan te dienen als de Franse variant, waarin alle nationale tweespalt, wangedrag en verraad, tot de Algerijnse dekolonisatie in 1962 toe, de revue zouden passeren. In de vorm van een live-gepresenteerde versie van De Jong, onder regie van een rechter in plaats van een historicus.

De eerste maand werkte het ook zo, bijvoorbeeld toen enkele historici 'het Franse fascisme' van Vichy nog eens flink uit de doeken deden. Maar de catharsis werd gaandeweg overschaduwd door de onvolkomenheden in de procesgang. Om te beginnen door de onderlinge haat en nijd van de advocaten van de nabestaanden, die het niet eens konden worden of Papon na gedane zaken al of niet gevangenisstraf verdient. De getuigenissen die overal betrekking op hebben, behalve op de feiten die Papon ten laste wordem gelegd, wekken steeds meer irritatie op. Net als de getuigen die weliswaar zeer emotioneel zijn over het verlies van hun familie, maar zelf geen feitelijke informatie kunnen aandragen.

Wat in een reeks geschiedenisboeken had gewerkt, blijkt funest voor een proces, dat naar zijn aard geen 'discussie zonder einde is', maar in tegendeel strikte regels kent. Steeds duidelijker wordt dat het proces-Papon aan die regels niet voldoet. Een enkeling (Alain Finkielkraut) zei al meteen dat de hele onderneming tot mislukken gedoemd was. Afgezien van Papon is er geen getuige meer in leven. Het Franse strafrecht heeft de vorm van een 'debat' tussen tegengestelde getuigenissen, waarna de jury oordeelt op grond van zijn 'intieme overtuiging'. Dat 'debat' is in het proces-Papon niet mogelijk. Vandaar dat het volgens Finkielkraut niets kon worden.

Ophouden dan maar, omdat het proces zijn functie heeft gehad en nu zinloos is geworden? Daarvan kan na vier maanden in de rechtszaal geen sprake meer zijn. Er is geen denkbare uitgang meer, anders dan een vonnis. Papon, alle betrokkenen bij het proces, heel Frankrijk - de beker zullen ze met z'n allen leeg moeten drinken. Iets anders is of er niet eens gekeken moet worden naar het beginsel dat misdaden tegen de menselijkheid niet kunnen verjaren. Dat idee is om een goede reden ingesteld, namelijk om oorlogsmisdadigers te kunnen berechten die zich na 1945 jaren schuil hielden. Ruim een halve eeuw later leidt hetzelfde beginsel tot een mislukt proces, ongeacht de uitkomst.

Martin Sommer

Meer over