Franse revolutie

Histoire de Melody Nelson, het invloedrijke meesterwerk van Serge Gainsbourg, wordt opnieuw uitgegeven. Een allemachtig vreemd werkstuk, dat bij vaker beluisteren alleen maar mysterieuzer wordt.

Jane Birkin laat haar gasten graag een klein in leer gebonden boekje zien. Chansons Cruelles heet het - wrede liedjes. Ze kreeg het in 1968 van de man die haar geliefde zou worden, Serge Gainsbourg. Die had ontdekt dat ze zijn teksten niet kende. Als opdracht schreef hij: 'Hier ontbreekt het lied voor Mallory [haar tweede naam] dat ik voor je zal schrijven, net als De geschiedenis van Melody Nelson. Ik hou van je.'


Het zijn de eerste kiemen van een album dat heel lang een soort schemerbestaan zou leiden. Deze week wordt het veertigjarig bestaan gevierd met een luxe heruitgave. Het heeft de wereld veel tijd en moeite gekost doordrongen te raken van de genialiteit van Histoire de Melody Nelson. Dat is geen wonder, want het is een allemachtig vreemd werkstuk, dat bij vaker beluisteren alleen maar mysterieuzer wordt.


Na die Chansons cruelles zou het nog drie jaar duren voordat Melody Nelson het daglicht zag. Drie jaar waarin Gainsbourg en Birkin het tot wereldroem brachten met Je t'aime... moi non plus, de suggestiefste popsong aller tijden. Gainsbourg, een dandy met een hang naar perfectie die in Frankrijk vooral naam had gemaakt met de liedjes die hij schreef voor anderen, had ineens een miljoenenpubliek.


Hoe nu verder? Terwijl Birkin, een Britse actrice van net 20 jaar, in Frankrijk steeds mooiere filmrollen krijgt aangeboden, moet Gainsbourg, tweemaal zo oud, op zoek naar een vervolg. Hij schrijft 69, année érotique, maakt met Jane de film Slogan, samen staan ze zowat dagelijks in de schandaalbladen. Maar een nieuwe Je t'aime... heeft hij daarmee niet.


Het wordt 1970. De popmuziek is bezig snel volwassen te worden. The Pretty Things brachten de eerste rockopera uit: SF Sorrow. The Who heeft zich een breuk getild aan Tommy, het witte album van The Beatles is al twee jaar oud. Jimi Hendrix, The Doors, Jefferson Airplane, Marvin Gaye, The Beach Boys - elke paar weken verschijnt een ambitieus album dat niet veel minder dan een revolutie in de popmuziek beoogt. Een revolutie die aan Frankrijk geheel voorbij lijkt te gaan. De Fransen hebben genoeg aan hun eigen muziek. Niet revolutionair misschien, maar daarom wel zo aangenaam. Alleen Gainsbourg vormt een grote uitzondering.


Hij neemt zich voor het met Je t'aime verdiende geld te gebruiken om een serieus muziekstuk te maken en roept de hulp in van Jean-Claude Vannier, een piepjonge arrangeur die voor Melody Nelson minstens net zo belangrijk zal blijken te zijn als Jane Birkin. Bij de eerste sessies in Londen heeft het duo nog geen idee waarheen het wil, vertelt Vannier veertig jaar later. 'We improviseerden wat flarden, om in elk geval genoeg te hebben om een album te vullen. Het idee strijkers toe te voegen kwam pas later.'


Het mysterie van Melody Nelson schuilt voor een groot deel in de arrangementen en de productie. De basis is een vette, ploppende bas op slappe benen, en jakkerig, stuwend slagwerk. Bij hen voegt zich een gitarist, zo funky als je zelden hoort in Franse muziek. Wat klopt, want Gainsbourg werkte met Britse muzikanten. Echte loonslaven zijn het - hun namen worden op het album niet eens vermeld - die voor deze jubileumuitgave uit de anonimiteit worden gehaald: Dave Richmond op gitaar, Alan Parker op bas, de drummer is niet gevonden. 'Wauw, dat album had ik nooit gehoord', reageert Parker als hij met de opnamen wordt geconfronteerd. 'Dat ben ik ja, op al die liedjes. Dat hoor ik aan de stijl. En aan de klank van de Black Bison Burns basgitaar die ik in die tijd had.'


Het reliëf wordt verder ingekleurd door grote strijkerspartijen, die vaak de macht helemaal overnemen en de muziek naar duizelingwekkende hoogten en angstaanjagende diepten jagen. Hier spreekt het talent van Vannier, die het orkest inzet zoals dat in de popmuziek nog niet gebeurd was: niet als ondersteuning, maar als zelfstandige stem. Soms ritmisch, met een Arabisch swingende dynamiek, dan weer voluit symfonisch. In het slotnummer komt daar nog een koor bij.


Die macht aan klanken is heel helder vastgelegd en wordt zo ingezet dat de stem van Gainsbourg toch op de voorgrond staat. Wat heel wat wil zeggen, want vaak is zijn 'zang' niet meer dan op fluistertoon vertellen. Zo ontstaat het opzienbarende contrast tussen een intiem parlando en een rijk instrumentarium. De bijdrage van Birkin is beperkt: wat gekir, hier en daar een zinnetje en een vastberaden presentatie: 'Je m'appelle Melody, Melody comment? Melody Nelson.'


In zeven titels - bij elkaar nog geen dertig minuten muziek - vertelt Gainsbourg het verhaal van de iets oudere dandy, die in zijn Rolls-Royce een fietsend meisje van nog geen 15 jaar aanrijdt. Ze worden verliefd, hij wijdt haar in, ontmaagdt haar. Dan neemt ze uit heimwee het vrachtvliegtuig naar Sunderland, haar geboortestad. Op de terugweg komt ze om, het vliegtuig stort neer.


De suggestie van seks op de grenzen van het toelaatbare die rond Melody Nelson hangt, heeft niet weinig aan de mythevorming bijgedragen. Gainsbourg heeft er zo ongeveer zijn levenswerk van gemaakt. Dat begint al in 1966 met Les Sucettes, het lollyliedje waarmee France Gall het songfestival zou winnen. Vlak voor zijn dood, in 1990, schrijft hij het even suggestieve Tandem voor kindsterretje Vanessa Paradis.


Lolita van Nabokov is een voor de hand liggende bron van inspiratie, maar ook de vormelijkheid van de sonnetten van de Franse 19de-eeuwse dichter José-Maria de Heredia. De Rolls-Royce werd gekocht van de royalties voor Je t'aime... Niet om te gebruiken - Gainsbourg had geen rijbewijs - maar omdat er zo'n mooie gevleugelde vrouw op de motorkap prijkt. Een andere bron van inspiratie is de documentairefilm Mondo Cane van Gualtiero Jacopetti. En dan met name de scènes over een Papoea-stam die vrachtvliegtuigen aanbidt: onder antropologen staat dat bekend als de cargo cult.


Melody Nelson is al vaker heruitgebracht. Deze editie, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum, zou een definitieve uitgave moeten zijn. Een cd met sessie-opnamen is toegevoegd, met het nooit eerder uitgebrachte liedje Melody lit Babar. Ook extra is een dvd met interviews met Birkin, Vannier en anderen. Toch is ook deze heruitgave niet perfect. De songteksten ontbreken. Erger is het gemis van de veertig minuten durende televisiespecial over Melody Nelson, waarmee Jean-Christophe Averty de Fransen in 1971 een psychedelische Kerst bezorgde.


Serge Gainsbourg: Histoire de Melody Nelson, 2 cd's + dvd. Mercury (Universal)

---------------------------------------------------------------------------------------


De hoesfoto

- Het meisje met de rode haren op de hoes is de dan 24-jarige actrice Jane Birkin. 'Rood is haar echte kleur', zegt Gainsbourg op Melody Nelson, maar in het geval van Birkin klopt dat niet. Voor haar borst houdt ze Munkey, de aap die ze al van kindsaf heeft en die vaak bij Serge en haar in bed lag. De bovenste knopen van haar spijkerbroek zijn los, omdat ze vier maanden zwanger is van hun dochter Charlotte. Die is nu ook filmactrice en zangeres. Haar laatste studioalbum, IRM, werd geproduceerd door Beck.


---------------------------------------------------------------------------------------


- Mick Harvey van de Bad Seeds maakte twee albums met Gainsbourg-covers.


- In 2006 was het vijftien jaar geleden dat hij stierf. Dat werd in Engeland herdacht met het coveralbum Monsieur Gainsbourg, waaraan Marianne Faithfull, Franz Ferdinand, Cat Power en Jarvis Cocker meededen. Twee jaar later volgde een Frans Nelson-concert, met onder anderen Daniel Darc en Birgitte Fontaine.


- In augustus van dit jaar werd een eerbetoon gewijd aan Gainsbourg in de Amerikaanse Hollywood Bowl, met Sean Lennon, Beck, Zola Jesus en Victoria Legrand.


- Van Lulu, de zoon van Gainsbourg, verschijnt binnenkort een album met covers, From Gainsbourg to Lulu. Hij maakt ook een tournee.


- Guuz Hoogaerts stelde de dubbel-cd Gainsnord samen: Nederlandse en Vlaamse artiesten coveren het repertoire van Gainsbourg.


Meer over