Franse justitie worstelt met vox populi

De Franse justitie lijkt onder druk van de media steeds meer te zwichten voor de roep om in zedenzaken harder op te treden....

Wie na alle details over Fournirets aanrandingen, diens diepvries en diens eigenhandig aangelegde graven nog niet genoeg had van zieke geesten, kon overschakelen op de verontwaardiging in Straatsburg over de vervroegde vrijlating in maart van de 57-jarige Pierre Bodein ('Pierrot le fou') na twintig jaar cel. Dit weekeinde werd duidelijk dat hij een 14-jarig meisje, Julie, met messteken in de onderbuik heeft omgebracht. Ook wordt hij met nog twee moorden in verband gebracht.

De nieuwe gruweldaden kwamen de Franse justitie niet slecht uit. Zij werkten als bliksemafleider voor een andere zaak waarin het om seksueel geweld draaide: het pedofilieproces van Outreau. Na een tumultueus verlopen rechtszaak die twee maanden duurde, schokte de uitkomst van die zaak vrijdag het publiek.

Want naast de vier hoofddaders die allen hadden bekend, bevond de jury tot algehele verbijstering nog eens zes volwassenen schuldig. En dat terwijl de bewijsvoering tegen hen uiterst wankel was. Zeven anderen, tegen wie niet veel meer bewijs bestond, werden wel vrijgesproken. Sommigen van hen zaten drie jaar onschuldig vast. De minister van Justitie kondigde direct een hervorming van het strafrecht aan, zo evident was het dat justitie in deze zaak had gefaald.

Dat was vrijdagmiddag. Een etmaal later berichtten de media verontwaardigd over de lustmoordenaars Fourniret en Bodein en dreigde het proces-Outreau alweer naar de achtergrond te verdwijnen. Die gang van zaken illustreert het grote gevaar in dit soort emotionele zaken: een publieke opinie die in haar verontwaardiging almaar voortholt en een justitieel apparaat dat niet in staat is daaraan weerstand te bieden en er soms van profiteert.

De beschaafde oud-minister van Justitie Robert Badinter, die het afschaffen van de doodstraf in Frankrijk op zijn naam heeft staan, bood zondagavond weerwerk. Hij maande tot reflectie. In de Outreau-zaak, die hij als 'een ramp' omschreef, waren volgens hem de basisprincipes van de rechtsstaat met voeten getreden. Met name het principe dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen, is niet toegepast. Ook sprak hij zijn afkeer uit van jarenlange voorlopige hechtenis zonder dat er van 'absolute noodzaak' sprake was.

Dat de Franse justitie in de zaak-Outreau de basisprincipes van het recht aan de laars heeft gelapt, valt niet los te zien van de combine tussen justitie en media in 2001, toen de overtuiging postvatte dat in Outreau de Franse variant van de Dutroux-zaak was ontdekt. De verantwoordelijke onderzoeksrechter Burgeaud, een jonge dertiger die de zaak in zijn eentje onder zich had, bedacht zelfs banden met België. De getuigenissen van de misbruikte kinderen nam hij als absolute waarheid aan. Onder geen beding wilde hij ervan beschuldigd worden ongeinteresseerd en slap op te treden. In de ogen van Badinter heeft justitie 'zich laten meeslepen door de obsessie dat wat in België was gebeurd in Frankrijk niet zou mogen plaatsvinden'.

Inmiddels staat vast dat er in Outreau geen netwerk van pedofielen was, noch dat er banden waren met België. Het seksueel misbruik van vier kinderen lijkt zich te hebben beperkt tot de ouders van die kinderen en een bevriend stel. Dat nog zes mensen zijn veroordeeld, wordt alom in verband gebracht met de krampachtige poging van justitie om de zaak overeind te houden.

Die weigering fouten toe te geven kent een hoge prijs. Niet alleen zijn onschuldigen jarenlang van hun vrijheid beroofd, ook zijn mensen hun partner, hun kinderen, hun huis en/of hun baan kwijtgeraakt. Een onschuldige pleegde in zijn cel zelfmoord. Een ander, die tot de groep van zes behoorde, deed vrijdag een mislukte poging.

Een van de lessen die minister van Justitie Perben vrijdag trok, was dat op dit soort complexe zedendossiers ten minste twee onderzoeksrechters moeten worden gezet. Het is een stapje in de goede richting, al dwingt de Dutroux-zaak, waarin de ene rechter wel en de andere niet geloofde dat er van een netwerk sprake was, tot matiging van enthousiasme daarover.

Nuttig is ook een andere suggestie die uit de UMP, de politieke partij van Perben, afkomstig is: ontvlecht de rechterlijke macht en het justitieel apparaat. Nu nog wordt van de onderzoeksrechter verwacht dat hij de opsporing leidt én de belangen van de verdachten in de gaten houdt. Laat officieren het opsporingswerk doen en de rechter vonnissen vellen, luidt het voorstel.

Die juridische plannen nemen echter niet het basisprobleem weg: een juridisch apparaat, bestaand uit officieren en rechters, dat in dit soort zaken steeds meer is geneigd naar de vox populi te luisteren - en als het zo uitkomt, die bespeelt door inzage in het dossier te geven. De angst om voor slap te worden uitgemaakt, zit er diep in.

Maar juist justitie zou afstand moeten bewaren en zich niet door de wisselende stemmingen van de publieke opinie moeten laten gijzelen, zo betoogt de filosoof Alain-Gérard Slama in Le Figaro. De publieke opinie vindt immers de ene dag dat er te hard is opgetreden (de zaak-Outreau) om de volgende dag alweer verontwaardigd te zijn over justitiële slapheid jegens iemand als Fourniret, die inmiddels het etiket 'de Dutroux van Frankrijk' opgeplakt heeft gekregen. De weegschaal van justitie kan alleen weer in balans komen als de wetgever justitie tegen de publieke opinie weet te beschermen, zo stelt Slama.

Meer over