Frans Nypels 1937-2011

Legendarische hoofdredacteur kende geen taboes en bedacht onderzoeksjournalistiek voor 'Henk en Ingrid'.

PETER DE WAARD

'Je bent getrouwd met de krant en je gaat vreemd met je vrouw', zei Frans Nypels. Het liefst was hij eigenlijk in het harnas gestorven, maar De Telegraaf zette deze eigenzinnige journalist veertien jaar geleden al buiten de deur als hoofdredacteur van het Haarlems Dagblad, hoewel hij deemoedig de gang naar de Basisweg had gewaagd om respijt te krijgen.

Nypels, die op 10 september op 74-jarige leeftijd overleed, begon zijn carrière als sportjournalist op de Rotterdamse redactie van de toen net gefuseerde katholieke kranten De Tijd De Maasbode. Hij verwierf vooral faam toen hij van de Haagse Post in de jaren zeventig het meest vernieuwende opinieblad maakte. Hij schreef vele artikelen - en ook boeken - met onder meer Kees Tamboer en Flip de Kam.

Frans Nypels werd vlak voor de oorlog geboren in Alkmaar, waar zijn vader een herenmodezaak had (hij zou zelf nog twee textielbrevetten halen) en volgde een opleiding aan de handelsschool. Zijn eerste baan was die op de advertentieafdeling van De Tijd, waar hij ook zijn echtgenote Marianne van den Raadt leerde kennen, met wie hij in 1961 trouwde.

Al snel stapte Nypels over naar de journalistiek. Hij werkte ruim een jaar voor het Noordhollands Dagblad in Alkmaar. Daarna stapte hij over naar De Tijd, dat de sportjournalistiek had vernieuwd met kleedkamerverhalen en artikelen over de maatschappelijke kant van sport. Nypels was een voorloper in het schrijven over het dopinggebruik in de wielrennerij.

In 1969 kwam hij bij de Haagse Post terecht, waar hij vooral over sociaal-economische onderwerpen ging schrijven. 'Nypels was de motor en het hart van die redactie', zegt Kees Tamboer. Toen Boebi Brugsma opstapte, was hij de man om hoofdredacteur te worden. Nypels weigerde. Hij wilde liever schrijven. Nypels was een van de eerste die de oplopende kosten van de verzorgingsstaat signaleerde, waarmee hij zich de woede van de vakbonden op de hals haalde.

In 1977 stapte hij over naar het Haarlems Dagblad - eerst als chef stadsredactie, vier jaar later als hoofdredacteur. 'Hij vond dat hij te veel voor een selecte groep schreef, een soort Haagse grachtengordel', zegt zijn vrouw. 'Hij wilde meer mensen bereiken. Hij had er zelfs een lager salaris voor over.'

Het Haarlems Dagblad moest spraakmakend zijn, zowel in de regio als nationaal. Nypels wilde dat iedereen in simpele bewoordingen schreef voor de Henk en Ingrid van die tijd - Jan Modaal en Mien met de Bloemetjesjurk. Maar daarbij mochten wel de ingewikkeldste kwesties worden aangepakt. En zo lang daar de democratie een dienst mee werd bewezen, mochten de artikelen zo lang zijn als nodig. 'Laat die orang-oetang met zijn scheermes uit de buurt van mijn verhaal blijven; elk woord is gewogen en het is door mij geautoriseerd!', zei hij dan.

Spraakmakende journalistieke projecten mochten tijd en geld kosten, ook bij de regionale krant. 'Ik ben geen chef ruitjespapier', zei hij een keer toen iemand begon over budgetten. Hij stelde journalisten voor grote onderzoeksprojecten maandenlang vrij, zoals bij het onderzoek naar de dubbelspion King Kong. De speurtocht naar de Velsense oorlogsmisdadiger Abraham Kipp strekte zich uit tot Argentinië. Twee verpleeghuizen kregen in totaal zes maanden lang een journalist over de vloer om de werking van de zorg te doorgronden. Pim Fortuyn kreeg zijn eigen column, nog vóór hij in Elsevier verscheen.

Nypels zag zijn werk als een levensstijl. Hij beoefende die ongezond met stress, roken en drank. Zijn commentaar: 'Als ik dood ga, heb ik twintig levens achter de rug.'

Bij zijn gedwongen afscheid in 1996 kreeg Frans Nypels bij het stadhuis een klinker in de straat - een 'steen des aanstoots' als aanmoediging aan regionale journalisten om kritisch te blijven op het stadsbestuur. De laatste veertien jaar woonde hij semi-permanent in Frankrijk, maar dat weerhield hem er niet van zijn licht over Nederland te laten schijnen.

undefined

Meer over