Frankrijk opent eindelijk de ogen voor zijn eigen oorlogsverleden

Achter monseigneur De Berranger, bisschop van Saint Denis, staat een oude goederenwagon. Acht paarden konden erin, of veertig mensen. Die boodschap is erop geschilderd, naast de eigenaar, de Franse spoorwegen SNCF....

Van onze correspondent

Martin Sommer

DRANCY

Voor monseigneur De Berranger staan de 'personnalités' van joods en rooms-katholiek Frankrijk. Joseph Sitruk, opperrabbijn van Frankrijk naast aartsbisschop Lustiger, en David Messas, opperrabbijn van Parijs naast monseigneur Billé, voorzitter van de bisschoppenconferentie. Duizenden mensen kijken toe bij een plechtigheid die begint met een minuut stilte.

Dinsdagmiddag 30 september 1997, zes uur precies, bij het monument van Drancy, voorstad van Parijs en in de oorlog doorgangskamp voor de joden in Frankrijk die naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd, vragen de Franse bisschoppen vergiffenis.

52 Jaar heeft het geduurd voordat de Franse kerk erkent dat ze tijdens de oorlog haar stem had moeten verheffen. Nu het gebeurt, is het ruiterlijk. 'Vandaag bekennen we dat die stilte een fout was. We erkennen ook dat de kerk van Frankrijk heeft gefaald in haar missie als opvoedster en dat zij met het christelijke volk de verantwoordelijkheid draagt voor de niet geboden hulp vanaf het eerste moment, toen protest en bescherming mogelijk en noodzakelijk waren.'

Als de bisschop zijn verklaring heeft uitgelezen, is mevrouw Lévy allang naar huis. Ze heeft eerder op de middag aangekondigd dat ze niet zou blijven om te luisteren en te kijken. Beter laat dan nooit, zei ze over de katholieke knieval. Maar bewogen door de gebeurtenis, nee. 'Ik word niet meer bewogen.' Mevrouw Lévy kwam ik tegen áchter de treinwagon, in een omgeving die bewijst hoe tastbaar dit verleden nog is. Het doorgangskamp Drancy kende ik van de film Shoah van Claude Lanzmann. En van de foto's. Een carré vooroorlogse flats van vier of vijf hoog, met een kale appèlplaats in het midden.

Drancy was het Franse Westerbork, met dit verschil dat de joden hier middenin de stad achter prikkeldraad werden opgesloten, zichtbaar voor iedere voorbijganger, terwijl iedereen deed alsof zijn neus bloedde. Op de appèlplaats groeien nu bomen. Er staan bankjes.

Pani Pizza heeft zijn bestelbus langs de rand geparkeerd. Op de deur hangt een briefje met de mededeling dat hier zo pas geschilderd is. En verder had het ook 1940 kunnen zijn. Is dit een 'lieu de mémoire' of juist een plek die zijn uiterste best doet uit te dragen dat er niets gebeurd is?

'Voor de oorlog was dit hier de eerste sociale woningbouw van de Parijse banlieue', vertelt mevrouw Lévy. 'En daarna hadden de mensen het zo slecht, was het woningtekort zo nijpend, dat ze de boel zo goed en zo kwaad als het ging hebben opgekalefaterd. Zo bleef het.' Mevrouw Lévy werd in 1944 als kind opgepakt, naar dit kamp gebracht en daarna gedeporteerd naar Auschwitz. De oorlog overleefde ze. 'Een hel, zij het voor mij niet de hel van de selectie en de gaskamer.'

Het U-vormige complex heet nog altijd Cité de la Muette - stomme stad - en het verleden spreekt er alleen voor wie het weet: de houten deuren van de schuurtjes op de begane grond zijn nog dezelfde als een halve eeuw geleden; de slanke pilaartjes slechts een beetje door betonrot aangevreten. Honderdduizend joden hebben deze flats tussen 1942 en 1944 van binnen gezien, bewaakt en afgevoerd naar het station door gendarmes. 1518 Kwamen terug.

'Bewaakt door gendarmes', onderstreept mevrouw Lévy. 'Dus geen Duitsers. Ik kan je vertellen dat de Franse kampcommandant heel wat erger was dan de Duitsers. Voilà Vichy'

Vichy was het kuuroord waar de regering van maarschalk Pétain zetelde, die Frankrijk min of meer fictief mocht besturen - want uitsluitend met de goedkeuring van de bezettende Duitsers. En de aartsbisschop van Lyon liet in 1940 horen: 'La France c'est Pétain, Pétain c'est la France.'

In 1997 is Frankrijk nog lang niet in het reine met zijn verleden. Over drie dagen wordt 3 oktober 1940 herdacht, de dag dat Pétain op eigen houtje, dus zonder dat de Duitsers daarom verzocht hadden, de eerste anti-joodse maatregelen uitvaardigde. President Mitterrand legde elk jaar een krans op het graf van de maarschalk die het woord collaboratie uitvond, waarmee hij toen nog iets moois bedoelde. Mitterrand weigerde tot zijn laatste snik uit te spreken dat Frankrijk verantwoordelijk was voor de wandaden van het Vichy-regime.

Jacques Chirac is de eerste grote president die niet belast is door de 'erfzonde' van Vichy. Hij maakte twee jaar geleden ook een knieval en erkende dat de Franse staat verantwoordelijk was voor de wandaden van Vichy. 'Chapeau', zegt mevrouw Lévy daarover. 'Het getuigde van moed om dat te doen. Maar het heeft tegelijkertijd wel zestien jaar geduurd om Papon voor de rechter te krijgen. Het blijft Frankrijk.'

Vanaf volgende week woensdag zal het verleden opnieuw ernstig gaan opspelen. In Bordeaux begint, na inderdaad zestien jaar van slepende procedures, het proces tegen de 87-jarige Maurice Papon, verdacht van misdaden tegen de menselijkheid. Papon was tijdens de oorlog secretaris-generaal van de prefectuur van Bordeaux, en was verantwoordelijk voor de arrestatie in deportatie van 1570 joden. Van Bordeaux naar Drancy en daarna naar de vernietigingskampen.

Papon was niet zomaar een schrijftafelmoordenaar, Papon is de hoogste Franse ambtenaar die na de Tweede Wereldoorlog wordt berecht. Hij kon na de oorlog zijn carrière ongestraft voortzetten.

Papon, de rooms-katholieke kerk, Chirac, daarmee is de actualiteit van het Franse verleden nog lang niet beschreven: eerder dit jaar werd onthuld dat de gemeente Parijs sinds de oorlog tientallen woningen verhuurt die eigendom waren van vermoorde joden. En enkele maanden later bleken musea her en der in Frankrijk kunstwerken 'in bezit' te hebben die tijdens de oorlog van joden waren geroofd.

Meer over