Analyse

Frankrijk blaakt van ambitie en optimisme, maar dat deden de vorige EU-voorzitters ook

Frankrijk is de eerste helft van 2022 voorzitter van de Europese Unie. Het land barst van de ambities, op zowel economisch als militair gebied. Hoe realistisch zijn de Franse plannen?

Marc Peeperkorn
De Arc de Triomphe in Parijs op 1 januari, met blauwe verlichting en de Europese vlag ter gelegenheid van het EU-voorzitterschap. Beeld AFP
De Arc de Triomphe in Parijs op 1 januari, met blauwe verlichting en de Europese vlag ter gelegenheid van het EU-voorzitterschap.Beeld AFP

Aan ambities geen gebrek bij de start van het Franse EU-voorzitterschap. Aan woorden om ze te verbeelden evenmin. Als het aan president Macron ligt, droomt elke burger straks over Europese soevereiniteit. ‘Meester over ons lot’, zoals de Franse minister Le Drian (Buitenlandse Zaken) het afgelopen donderdag plechtig formuleerde.

Nu blaakt elke voorzitter van optimisme als zijn zes maanden van Europese ‘roem’ beginnen. Er ligt altijd een prachtig voorzittersprogramma (dat van Frankrijk telt 76 pagina’s) waarvan nadien meestal weinig meer wordt vernomen, omdat de lidstaten minder plooibaar bleken dan het hoogglanzende papier met de toekomstbespiegelingen.

Maar Frankrijk is een groot land en het kan – niet onbelangrijk in dezen – rekenen op de steun van een nieuwe pro-Europese regering in Berlijn. Bovendien is het Parijs niet ontgaan dat ook in Den Haag een andere wind waait. ‘De Europese begrotingshaviken hebben duidelijk aan populariteit ingeboet’, constateert een betrokken Franse politicus verheugd.

Over de Franse analyse waarom het tijd is voor een zelfbewuste EU, zijn de meeste lidstaten het wel eens. De wereld is er niet aardiger of voorspelbaarder op geworden. China en Rusland roeren zich meer en meer als kwade machten, de VS zijn niet langer de betrouwbare bondgenoot van weleer, en de nijpendste problemen – klimaatverandering, terreurdreiging, pandemieën – schreeuwen om internationale samenwerking. De roep om een soeverein Europa klinkt dan als het enige juiste antwoord.

Europa is te lang te naïef geweest, vindt Parijs. ‘We’ zijn de grootste geld- en hulpmiddelendonor van de wereld, maar verzuimen de politieke winst daarvan te incasseren. Andere landen (China, VS) hebben daar minder scrupules bij. De EU moet eisen durven stellen, ‘wederkerigheid’ is de slogan. De EU moet economisch en militair meer op eigen benen staan, haar grenzen controleren. Heersen over haar toekomst.

Migratie

Frankrijk zet hoog in bij het streven naar een Europees migratiebeleid. Parijs bepleit een betere bescherming van de Europese buitengrenzen, het mandaat van Frontex (EU-agentschap voor de buitengrenzen) dient versterkt, net als de omvang ervan. Een eerlijke verdeling over de lidstaten van vluchtelingen die in de EU arriveren, is noodzakelijk. Zij die geen recht op verblijf hebben (volgens Parijs wordt driekwart van de asielverzoeken afgewezen), worden teruggestuurd. ‘Verantwoordelijkheid’ (goede registratie en opvang van migranten bij aankomst) en ‘solidariteit’ (spreiding asielzoekers over de EU-landen) zijn de kernwoorden in het Franse plan.

Die begrippen liggen echter al zes jaar op tafel van de asielministers. De zuidelijke landen waar de migranten aankomen (Spanje, Griekenland, Italië) weigeren een afdoende registratie zonder zekerheid over spreiding, iets wat de oostelijke lidstaten (Polen en Hongarije voorop) categorisch weigeren. Met als gevolg dat Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden maandelijks tienduizenden illegalen binnenkrijgen.

Het wantrouwen tussen de lidstaten is ondertussen zo groot, dat alle nieuwe voorstellen erop kapotslaan. Parijs schermt nu met een ‘gefaseerde aanpak’, waarbij elke volgende stap pas wordt gezet als de vorige tot resultaat heeft geleid. Maar waarom Parijs zou slagen waar de tien vorige EU-voorzitterschappen faalden, kon de betrokken Franse minister Darmanin (Binnenlandse Zaken) vorige week niet uitleggen. Behalve dat ‘de context’ is veranderd: na de chantage met migranten aan de Poolse grens door Belarus, weten ook de Oost-Europese lidstaten wat het is om een land van aankomst te zijn.

De versterking van Frontex is al voorzien: het agentschap moet tienduizend man tellen in 2027. Darmanin zweeg over het feit dat de vorige Europese Commissie dat aantal in 2020 had willen bereiken en dat de lidstaten dat naar 2027 hebben geduwd. Hij zei evenmin iets over een versnelling van deze opbouw.

Strategische autonomie

Soevereiniteit en ‘strategische autonomie’ zijn ook de sleutelwoorden bij het ‘nieuwe Europese model voor groei en stabiliteit’ zoals Frankrijk dat voorziet. Europa moet zelf (en meer) hoogstaande accu’s, chips en duurzame energie produceren. Het benodigde private kapitaal daarvoor dient vrijelijk door de EU te stromen. Overheidsinvesteringen mogen niet gehinderd worden door de Europese begrotingsregels. Volgens Parijs vergt dit vastberadenheid en politieke wil.

De praktijk is – ook voor dit EU-voorzitterschap – dat de EU-landen van mening verschillen over wat strategische autonomie inhoudt. Waar Frankrijk droomt van ‘Europese kampioenen’, gekoesterd door een gunstig staatssteunbeleid, denkt Nederland vooral aan het strategisch openhouden van aanvoerlijnen via eerlijke handel.

Over de voorstellen voor soepeler kapitaalstromen (en steviger banken) wordt al jaren even vruchteloos als vreugdeloos onderhandeld door de ministers van Financiën. Niets wijst erop dat hier de komende zes maanden verandering in komt. En een wijziging van de Europese begrotingsregels – het befaamde Stabiliteitspact – is eveneens een zaak van de lange adem, moet de Franse minister Le Maire van Financiën toegeven. De door hem gespotte zwaluw in Den Haag maakt nog geen zomer. Het Nederlandse coalitieakkoord benadrukt ‘prudent beleid’ en ‘houdbare schulden’.

Tanks

De EU als militaire macht is Macrons grootste droom, hij praat er al jaren over. De komende zes maanden gaat Frankrijk vol aan de bak om in elk geval de nationale defensieuitgaven en -industrieën meer op elkaar af te stemmen. Waarom gebruiken de EU-landen zeven verschillende tanks en twintig typen gevechtsvliegtuigen? Dat moet efficiënter als de EU een operationele grootmacht wil worden.

Op het verhaal zelf valt weinig af te dingen, de Commissie-Barroso legde in 2013 al plannen op tafel voor meer samenwerking bij de militaire productie en aankoop. Maar als het erop aankomt, blijven de lidstaten meesters in de keuze voor hun eigen wapentuig.

Meer over