Fotojournalist maakt geen propaganda

Zolang het maar goede nieuwsfoto’s zijn, moet het werk van een defensiefotograaf ook de Zilveren Camera kunnen winnen, stelt Jan Everhard....

Jan Everhard.

De winnende foto voor de Zilveren Camera is nog niet bekend, maar er is al wel gekrakeel over. Door de nominatie van een foto van Sjoerd Hilckmann, een fotograaf van het ministerie van Defensie, zou de verkiezing van de beste persfoto van 2007 niet meer de exclusieve aangelegenheid zijn van ‘onafhankelijke’ fotojournalisten.

Jan Banning, fotojournalist en bestuurslid van World Press Photo, zegt op de fotografenwebsite Photoq ‘dat Hilckmann de opdracht heeft het draagvlak voor de werkzaamheden van Defensie te versterken’. Ik vraag mij af of Banning dit bij Sjoerd Hilckmann heeft geverifieerd. Banning schrijft verder: ‘Soms zijn freelance fotojournalisten embedded of werken ze samen met organisaties en dat kan leiden tot fricties; een goede journalist houdt zich in zo’n geval bij zijn primaire taak: het openbaar maken van wat in zijn ogen waarheid is.’

Geert van Kesteren, fotojournalist en auteur van het fotoboek over de alledaagse oorlogspraktijk in Irak Why mister Why betoogt: ‘Een goede journalistieke foto toont een waarheid die zo wreed is, dat hij niet ontkend kan worden. Daarom heten wij fotojournalisten en geen defensiefotografen.’

Beide redenaties zijn curieus. Elke fotojournalist en elke krantenlezer weet dat je – zeker in oorlogssituaties – niet kunt spreken over ‘de waarheid’. Die is namelijk afhankelijk van zijn positie en standpunt. Een fotojournalist – of die nou in dienst is van Defensie of de Volkskrant – zal met een patrouille mee moeten als hij wil laten zien hoe de Nederlandse militairen werken in Uruzgan. Wil hij de armoede bij de lokale bevolking of de terreur van de Taliban laten zien, dan zal hij met andere mensen meegaan. Hij zal dan een andere ‘waarheid’ fotograferen. Zowel Jan Banning als Geert van Kesteren gaan ervan uit dat Hilckmann geen doden, verwoesting of andere gruwelijkheden gefotografeerd heeft. Weten ze dat wel zeker?

Fotojournalisten maken geen propaganda. Een foto kan een propagandafoto worden door de manier waarop hij in een publicatie wordt gebruikt. De manier waarop foto’s gebruikt worden door media, regeringen of het ministerie van Defensie ligt meestal niet in de handen van fotojournalisten.

Van Kesteren en Banning laden de verdenking op zich dat ze fotojournalisten die onafhankelijk opereren beter vinden dan fotojournalisten die niet onafhankelijk kunnen opereren. Maar de journalistieke realiteit is dat niemand in een bedreigd gebied (Colombia, Irak, Congo en Afghanistan) onafhankelijk kan opereren. De onafhankelijkheid is een fictie.

Dat Banning en Van Kesteren de jury van De Zilveren Camera verwijten dat ze een defensiefotograaf nomineren, alleen omdat hij defensiefotograaf is, is dubieus. Bij een wedstrijd zoals deze kun je moeilijk volhouden dat er, mocht de foto van Hilckmann de Zilveren Camera winnen, propaganda voor de missie van de Nederlandse soldaten in Uruzgan wordt gemaakt.

Werry Crone, bestuurslid van de Zilveren Camera schrijft in Trouw: ‘Voor de jury, die de foto’s anoniem beoordeelt, is niet in de eerste plaats van belang hoe een foto tot stand is gekomen. De kwaliteit is doorslaggevend.’ Laten we alsjeblieft wachten op de bekendmaking van de winnaars en daarna een discussie aangaan over de kwaliteit van de foto’s.

Verder moeten Banning en Van Kesteren bij het oordelen over het werk dat een fotograaf instuurt voor de Zilveren Camera in de eerste plaats uitgaan van de integriteit van die fotograaf, al werkt hij voor de audiovisuele dienst van het ministerie van Defensie.

Meer over