Fortuin voor tekeningen

In Londen ging donderdag de tekeningencollectie van Van Regteren Altena onder de hamer. De opbrengst ( 14 mln euro) was bijna twee keer zo hoog als vooraf verwacht.

MICHIEL KRUIJT

AMSTERDAM - 71 topstukken uit de verzameling oude tekeningen van kunsthistoricus I.Q. van Regteren Altena (1899-1980) hebben donderdag in Londen 11 miljoen pond opgebracht (omgerekend 13,9 miljoen euro), exclusief 20 procent commissie. Dat is bijna twee keer zoveel als het veilinghuis Christie's vooraf had geschat.

Het meeste werd betaald voor de tekening Samsom en Delila van Peter Paul Rubens (1577-1640), de enig bekende voorstudie van een schilderij dat in het bezit is van de National Gallery in Londen. De tekening, getaxeerd op 1,9- tot 3,1 miljoen euro, werd afgehamerd op 3,5 miljoen euro.

Om De rechterhand van de kunstenaar van Hendrick Goltzius (1558-1617), waarop vermoedelijk de gevolgen zijn te zien van brandwonden die de tekenaar op jonge leeftijd opliep, werd fel gestreden. De veilingmeester kon uiteindelijk 2,9 miljoen euro noteren, veel meer dan de vooraf geschatte opbrengst van 380- tot 620 duizend euro. Teylers Museum in Haarlem bezit een sterk gelijkende tekening. Onderzoek heeft tot nu toe niet kunnen uitwijzen welke versie het eerst werd getekend.

Een tekening van een beuk door Jacques de Gheyn II (1565-1629), de kunstenaar over wie Van Regteren Altena zijn dissertatie schreef, leverde 1,2 miljoen op voor zijn erfgenamen (schatting vooraf: 380- tot 490 duizend). Een schets van Rembrandt van Rijn (1606-1669) van een jongeman die op een stok leunt, werd afgeslagen op 213 duizend euro, een stuk minder dan de taxatie van 310- tot 430 duizend euro.

Volgens het veilinghuis is het voor het eerst in decennia dat een zo grote verzameling tekeningen van oude meesters op de vrije markt wordt aangeboden.

De collectie van Van Regteren Altena omvatte circa 1.100 tekeningen, aldus de catalogus van Christie's. Tussen december dit jaar en mei 2015 volgen nog drie veilingen met de rest van de verzameling.

Iohan Quirijn van Regteren Altena ('Jon' voor intimi) studeerde aan de Kunstacademie in Amsterdam, maar besloot bij gebrek aan talent kunsthistoricus te worden. In 1921 begon hij tekeningen te verzamelen, waarvoor hij een geweldige neus bleek te hebben.

Hij leerde veel als assistent van Frits Lugt, de grondlegger van de Fondation Custodia (een grote verzameling met veel topwerken in Parijs). Daarna werd hij diens concurrent in de veilingzaal. Hij bouwde met een relatief bescheiden budget een indrukwekkende collectie op met Hollandse, Vlaamse en, in mindere mate, Franse en Italiaanse tekenaars uit de periode 1500 tot 1900.

In 1932 stopte hij enige tijd met voor zichzelf te verzamelen omdat hij werd benoemd als curator van gemeentemusea in Amsterdam. Vijf jaar later werd hij hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, een post die hij tot zijn pensioen in 1969 zou blijven vervullen. Een decennium lang combineerde hij niet minder dan drie banen: naast hoogleraar was hij ook directeur van het Rijksprentenkabinet in het Rijksmuseum (1948-1962) en conservator bij Teylers Museum (1952-1972). Voor deze musea deed hij waardevolle aankopen.

Veel kunstinstellingen hebben ook geprofiteerd van schenkingen van Van Regteren Altena of van de mogelijkheid om werk uit zijn collectie te kopen. Vooral het Rijksprentenkabinet in Amsterdam vergaarde veel tekeningen waarnaast het monogram 'vRA' was gedrukt.

Eén tekening springt daaruit: Van Regteren Altena doneerde in 1970 een schets van Rafaël ( 1483-1520), die hij in 1927 voor 46 gulden (circa 20 euro) op de kop had getikt. Hij vermoedde dat het van de hand van de grote Italiaanse kunstenaar was. Dit bleek te kloppen. Vergelijkbare schetsen brachten in de afgelopen jaren meer dan 35 miljoen euro per stuk op.

undefined

Meer over