Reportage

Forse strafeisen voor aanslag op advocaat Philippe Schol, die niet alleen hem raakte, maar ook de rechtsstaat

Kort na de moord op Derk Wiersum werd advocaat en curator Philippe Schol bij het uitlaten van zijn hond neergeschoten. Vanwege de grote maatschappelijke en persoonlijke impact klinken in de rechtbank van Almelo donderdag zware strafeisen en emotionele woorden. ‘Het wordt nooit meer zoals het was, alleen maar omdat mijn partner gewoon zijn werk deed.’

Pieter Hotse Smit
Onderzoek na de aanslag op Philippe Schol, die op 6 november 2019 in Gronau vlak over de grens bij Enschede nabij zijn huis vijf keer vanuit een auto werd beschoten.

 Beeld Eric Brinkhorst
Onderzoek na de aanslag op Philippe Schol, die op 6 november 2019 in Gronau vlak over de grens bij Enschede nabij zijn huis vijf keer vanuit een auto werd beschoten.Beeld Eric Brinkhorst

De rechtsstaat is een kogelwerende jas aangedaan. Tot die conclusie komt donderdag de officier van justitie in de rechtbank in Almelo. Ze staat op het punt hoge strafeisen uit te spreken tegen de twee verdachten van de aanslag op Philippe Schol. Op de ochtend van 6 november 2019 werd de advocaat en curator in zijn Duitse woonplaats Gronau, bij het uitlaten van zijn hond Hector, vanuit een auto neergeschoten.

Schol raakte zwaargewond – een slagaderlijke bloeding in zijn been – maar overleefde. Dankzij toevallige voorbijgangers die professionele eerste hulp verleenden. Dat hij niet doodbloedde, mag ‘een geluk bij een misdaad’ worden genoemd, zei Schol toen hij in de rechtbank geëmotioneerd gebruikmaakte van zijn spreekrecht. Zijn hond laat hij tegenwoordig niet alleen uit met een pijnlijk been, maar ook met om zijn schouders de loodzware kogelwerende jas waaraan de officier donderdag refereerde.

Derk Wiersum, Philippe Schol, Peter R. de Vries – met de aanslagen op hun levens is angst geslopen in de levens van advocaten, hun teamleden en dierbaren. ‘Die advocaat moet dood, roepen ze dan bij ons over de telefoon’, zegt Raffi van den Berg van de Nederlandse Orde van Advocaten. ‘Waar dit vroeger werd afgedaan met ‘ach, vast een verward persoon’, wordt dit anders gewogen sinds de daad bij het woord is gevoegd. Dit heeft nog steeds impact op de beleving van veiligheid.’

Van den Berg ziet tegelijkertijd het aantal bedreigingen toenemen. Er moet uiteraard aandacht zijn voor beveiliging, maar ook de nazorg moet volgens haar beter worden geregeld. Voor het einde van het jaar hoopt ze een ‘Wijkplaats’ te openen. Een plek in het buitengebied waar advocaten, maar ook bedreigde journalisten en wethouders, (met hun gezin) op adem kunnen komen na een heftige gebeurtenis. Door gesprekken met lotgenoten en psychische hulp.

Posttraumatische stressstoornis

De partner van Schol geeft tijdens de zitting een emotioneel inkijkje in hoe vergaand de persoonlijke gevolgen zijn. ‘Iedere keer als hij van huis gaat vraag ik me af of hij wel thuiskomt’, zegt de vrouw, die een posttraumatische stressstoornis overhield aan de gebeurtenis. ‘Angst, kwetsbaarheid en eenzaamheid zijn in mijn leven verankerd. Het wordt nooit meer zoals het was, alleen maar omdat mijn partner gewoon zijn werk deed.’

De verdachten van de ‘laffe daad’ zouden in opdracht van een derde hebben gehandeld, is de overtuiging van Schol. Justitie denkt dit ook en spreekt over ‘dood op bestelling, voor geld’. Volgens de officier van justitie past in reactie hierop enkel ‘een niet mis te verstaan signaal’. Temeer omdat de twee verdachten moeten hebben geweten van de schok die anderhalve maand voor de daad door Nederland ging. Toen werd advocaat Wiersum in Amsterdam op straat doodgeschoten vanwege zijn beroep.

Omdat deze gebeurtenis ‘kennelijk geen invloed heeft gehad’ op de verdachten, eist de officier tegen de twee relatief hoge gevangenisstraffen: 23 en 18 jaar onvoorwaardelijk voor poging tot moord/doodslag.

Curator Schol is vanuit zijn Enschedese kantoor betrokken bij veel faillisementsafwikkelingen in de regio Twente. De aanslag is volgens hem uitgevoerd in opdracht van een failissementsfraudeur tegen wie hij in de aanloop naar de aanslag aangifte deed.

Het zou gaan om een sportschoolhouder, verduidelijkt de officier. Schol verdacht hem niet alleen van het witwassen van drugsgeld met diens fitnesszaak, maar begeleidde ook zijn compagnon met een doorstart van de sportschool in Losser. De sportschoolhouder zag daarin een complot, gesmeed door zijn voormalige compagnon en de curator. De man bedreigde Schol, die hiervan aangifte deed. Ook de doorgestarte sportschool werd beschoten.

Verdachte Bert-Jan ten V. (48) wordt in verband gebracht met beide schietpartijen. Hem hangt de hoogste gevangenisstraf (eis 23 jaar) boven het hoofd, hoewel niet hij, maar medeverdachte Maikel T. T. (32) zou hebben geschoten op Schol. Van beiden is de relatie met de vermeende opdrachtgever niet aangetoond. Ze ontkennen iedere betrokkenheid bij de aanslagen.

Angst voor wraak

Bij de aanslagen werden auto’s in het bezit van Ten V. gebruikt, dat erkent hij. Ten V. zegt deze geregeld in ruil voor geld te hebben uitgeleend, zo ook op 6 november 2019. ‘Dat die gebruikt ging worden om te schieten, wist ik niet.’ Uit angst voor wraak weigert hij te zeggen aan wie hij de auto heeft uitgeleend. ‘Ik snap dat jullie (rechters, red.) en Schol het willen weten’, zegt hij. ‘Maar dan breng ik mezelf en mensen die ik liefheb in gevaar.’

Volgens zijn advocaat is de ‘extreem hoge eis’ een afleidingsmanoeuvre voor het gebrek aan bewijs tegen zijn cliënt. Hij verwijt op zijn beurt dat juist het OM de rechtsstaat schoffeert. Door Ten V., in ruil voor informatie over wie er dan wel in de auto zat, een getuigenbeschermingsprogramma aan te bieden. ‘Om vervolgens, als hij daar dan niet aan meewerkt, 23 jaar te eisen’, zegt de advocaat, die vrijspraak bepleit.

Schol, wiens kantoorgenoot vanwege de gebeurtenissen is gestopt met curatorklussen, heeft de vermeende daders dan reeds toegesproken. Hij vertelt dat de aanhoudende pijn hem dwingt dagelijks de aanbevolen maximale hoeveelheid paracetamol te slikken. Dat hij dat doet om door te kunnen.

‘Wat jullie mij ook hebben aangedaan, ik zal nooit mijn werkzaamheden als curator staken. Nimmer zal ik accepteren dat ik mijn werk niet meer zal uitvoeren. Anders is het capitulatie en het einde van de rechtsstaat zoals ik die kende.’

De rechtbank doet uitspraak op 22 februari.