Forrrmidable

VIJF toneelstukken van de Spanjaard Fernando Arrabal worden tot en met morgenavond opgevoerd in het Amsterdamse theater De Engelenbak. In de foyer hangen kleurenfoto's van een wijn drinkende Arrabal in zijn appartement te Parijs, waar hij sedert 1955 woont....

ARJAN PETERS

Het evenement werd aangekondigd als 'een theaterontmoeting'. Curieuze aanduiding. Een gesprek tussen twee schrijvers noemen we ook geen boekontmoeting. Theatraal was het wel. Toen de maestro arriveerde, kregen we te horen dat 'meneer Arrabal eerst wat wil eten, dus we beginnen iets later'. Eerst nadat hij met instemming de foto's heeft bekeken en twee bruine tosti's heeft verorberd, bestijgt hij het podium.

Prompt schenkt hij zich een rode wijn in, deze kleine 63-jarige Spaanse versie van Umberto Eco met grijzende baard. Vervolgens veert hij op, zoekt de centrale lichtbundel, spreidt de armen en vergast de tribune op een college over het huidige tijdsgewricht. Dat is in één woord 'forrrmidable'. Hij spreekt Frans met een zuidelijker accent, dat om de drie woorden wordt vertaald door Henny van Schaik, die als een slaaf aan zijn voeten zit.

Lodewijk de Boer, woordloos aan het tafeltje, kijkt toe vanachter zijn donkere bril. Het komende uur heeft hij nagenoeg niets in te brengen, hetgeen hem halverwege doet verzuchten: 'Ik zit er absoluut voor lul bij.'

Fernando glorieert. 'Waarom is dit zo'n forrrmidabele tijd?' Daarvoor moeten we eerst weten wat het woord betekent, namelijk prachtig, groot en ook - naar het Latijnse 'formos' - angstig. Noem alle titanen maar op: Atlas, Sisyphus, Prometheus, ze kwamen allen slecht aan hun eind. Nu zijn de titanen stuk voor stuk gevallen. Er was er één die dat heeft zien aankomen. Zijn naam was. . . Arrabal. Lees zijn stuk 'Ceremonie voor een vermoorde zwarte' er maar op na. Welnu, sinds 1990 is het de tijd van de dansende goden (de spreker huppelt over het podium, de vertaler dribbelt er achteraan), en die tonen de anarchistische vrijheid. Voilà: forrrmidable.

Zo had niemand het nog bekeken. Ook niet de theatercriticus die te laat komt, en die door Arrabal toegeworpen krijgt dat hij hem voor straf 'in de billen wil bijten'.

De Boer knielt voor zijn collega en knoopt diens losse schoenveter vast. Arrabal buigt en herkent hem: 'C'est Louis! Louis is een véritable génie! Zowat op mijn niveau' Binnen drie kwartier maakt hij zijn tweede fles rode wijn soldaat, en is een nieuw betoog begonnen door ons een lesje te leren: 'U bent kakkerlakken. Allemaal.' Biologen weten al langer dat een sociaal dier als de mier de liefde niet kent. Nee, dan de kakkerlak! Dat is hartstochtelijk paren van heb ik jou daar! En met Louis hier (die om zich een houding te geven ook wijn slobbert) is Fernando rond 1970 met dezelfde meisjes naar bed geweest, jawel!

De toneelschrijver oreert nu in kleermakerszit. De Boer komt hem de schouders masseren, en pakt zo toch nog een streepje licht mee. Salvador Dalí vond het goed dat zijn vrouw Gala met Arrabal aan de rol ging. Helaas, zij liet zich niet verleiden. (Is hem mooi een forrrmidabele geslachtsziekte bespaard gebleven.)

'Je finis la conférence.' Hij neemt een dramatische laatste teug en citeert wat Samuel Beckett schreef toen Arrabal in 1967 wegens opruiende activiteiten en stukken in het gevang was beland: om zó theater te maken, zó kwetsbaar te zijn, een poète, ja daarvoor moet je Veel Lijden.' Nu weten we alles. Hoogste tijd voor Arrabal om te gaan dineren in een duur visrestaurant.

Hierbij introduceer ik het werkwoord 'arraballen', met als betekenis: raaskallen door een kunstenaar die door zelfgenoegzaamheid verblind is. Voorts heeft een bestaand werkwoord ineens een connotatie van perversie gekregen, want sinds dinsdag weet ik: mieren neuken niet.

Arjan Peters

Meer over