‘Forens houdt ervan even lekker te niksen’

Martine Bakker (38) is een van de curatoren van de expositie Routine, de wereld van de forens, die zaterdag opent in Hilversum....

De tentoonstellingstitel Routine is veelzeggend: forenzen is tamelijk saai. Waarom toch een expositie?

‘We willen vooral laten zien wat voor wereld er om het forenzen heen is ontstaan – een heel mobiliteitsnetwerk, maar ook een hele industrie. Forenzen is voor de helft van de Nederlanders een dagelijkse activiteit. In deze expositie kun je met een andere blik kijken naar je eigen gedrag.’

Jullie hebben een onderzoekje naar de forens gedaan. Wat bleek daaruit?

‘We hebben allerlei statistische gegevens opgevraagd bij het CBS, maar ook bij winkeliers. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de meeste autoforenzen een Opel Vectra rijden, dat boerenkool van Albert Heijn de populairste kant-en-klaarmaaltijd is op het station en dat automobilisten veel muziek luisteren, terwijl treinforenzen vooral lezen of uit het raam kijken. Dat soort feitjes hebben we in de tentoonstelling gevisualiseerd in een landschap op schaal met modelautootjes en andere voorwerpen. Zelf heb ik me vooral bezig gehouden met de mentale kant van de forens.’

En hoe is het daarmee gesteld?

‘De forens is tamelijk tevreden, ondanks de soms idioot lange reistijden. Hij heeft de hoeveelheid tijd die het elke dag kost geaccepteerd en waardeert het dat hij even alleen is en lekker kan niksen. Ook interessant aan die mentale kant is de vergelijking tussen vroeger en nu. Begin 20ste eeuw had het reizen met de trein enorme status, dan was je heel modern. Zo ergens in de jaren zestig komt de omslag – het woon-werkverkeer wordt massaler en krijgt meer kritiek. Zo is er een filmpje te zien uit 1967 waarin automobilisten klagen hoe lang het duurt om van Purmerend naar Amsterdam te komen.’

Zwitserse onderzoekers concludeerden vorig jaar dat forenzen ongezonder zijn dan mensen die dichtbij hun werk wonen. Is dat ook een van jullie bevindingen?

‘Niet specifiek, maar het verbaast me ook niet echt, als je ziet wat ze allemaal uit die automaten trekken. Snickers zijn het populairst.’

De expositie toont ook kunstfilms en -foto’s. Wat fascineert kunstenaars aan het woon-werkverkeer?

‘Een onderdeel van het forenzen is de idylle van de buitenwijk. Die symboliseert het ultieme geluk: ruimte, een huis met een tuin. Veel kunstenaars kijken daar kritisch naar en zien dat er in deze wijken een laag van ongeluk sluimert. Zo is er een filmpje te zien van Robert Hamilton die videobeelden van Vinexlocaties aan elkaar heeft geplakt en die versneld afspeelt, met een zoet Chinees muziekje eronder. Dan zie je de eenvormigheid; alle huizen zijn hetzelfde. In een film van Jan Verbeek zie je een ander exces: een metro in Tokio waar mensen in worden geduwd. Telkens als je denkt dat ’ie vol is, worden er nog meer bij gepropt.’

Deelt u na het maken van deze tentoonstelling die kritische blik?

‘We nemen geen stelling, maar willen wel aantonen dat er soms meer vragen gesteld mogen worden bij de manier waarop wij onze omgeving inrichten. Is het wel zo goed om wonen en werken te scheiden? Niet altijd, volgens mij. Relatief veel woon-werkverkeer voert van een Vinexlocatie naar een bedrijvenpark bij de snelweg. Die forenzen komen nooit in een omgeving met een uitgesproken identiteit.’

Staat u ook elke ochtend in de file?

‘Nee, ik ben een thuiswerker. En ik mis het forenzen helemaal niet.’

Meer over