Fooi van de metropoliet MEMOIRES VAN DDR-SPIONAGECHEF MARKUS WOLF

JAMMER DAT MARKUS WOLF van zijn Amerikaanse uitgever onvoldoende ruimte heeft gekregen voor zijn literaire talent. Want schrijven kan de gepensioneerde Oost-Duitse meesterspion....

Vanuit Moskou was Wolf met twee medewerkers, een groep Russische marine-officieren en twee Chinezen richting Cuba vertrokken. Het vliegtuig, de grootste turboprop die Aeroflot bezat, was binnenin half gesloopt om gewicht, dus brandstof te besparen. Niettemin moest het toestel wegens een vrijwel lege tank een noodlanding maken in de VS. 'Welkom op John F. Kennedy Airport', las een verbijsterde Wolf vanuit zijn venster.

In zijn gisteren gepresenteerde memoires, Man zonder gezicht, beschrijft Wolf hoe de twee Chinezen in paniek de inhoud van hun diplomatenkoffer begonnen op te eten. 'Wij waren diep onder de indruk van hun plichtsbesef. Goed kauwen en flink slikken, dat was het enige wapen dat zij op dit moment konden gebruiken tegen de klassenvijand. Maar zij hadden nogal wat stapels voor de boeg en beschikten niet over water om de onappetijtelijke kost weg te spoelen. Moesten wij, in de naam van het internationale proletariaat, aanbieden hen te helpen?'

De Oost-Duitsers overlegden kort. 'Opgelucht kwamen wij tot de conclusie dat dit mogelijk zou worden opgevat als een ongewenste inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van de Volksrepubliek China, met onbekende gevolgen voor de relatie tussen onze landen.'

De Amerikaanse uitgever, Random House, liet het hoofdstuk over Wolfs Cubaanse avonturen passeren, maar wenste voor de rest voornamelijk spannende agentenstory's. En die heeft Wolf niet in de aanbieding, omdat hij heeft besloten de grootste geheimen van zijn Hauptverwaltung Aufklärung, de buitenlandse spionagedienst van de voormalige DDR, mee zijn graf in te nemen.

De memoires bevatten derhalve helaas vele, nogal dorre beschrijvingen van geruchtmakende spionage-affaires, die dankzij de vele strafprocessen, Stasi-dossiers en loslippige ex-medewerkers van Wolf in de jaren na de Duitse vereniging veel smakelijker en gedetailleerder in boekvorm of in de Duitse media zijn verschenen. Wolfs lezing van een van zijn specialiteiten, het afsturen van Romeo's en Julia's op de tegenstander, is zelfs een uitgesproken slap aftreksel van hetgeen zich in werkelijkheid heeft voorgedaan.

Het lijkt wel of Wolf ondanks zijn miljoenenhonorarium met enige tegenzin aan de opdracht van Random House heeft voldaan. Grote delen van de orginele tekst zijn ook herschreven door een redactrice van de uitgever. Veelzeggend is het advies van Wolf om zijn kookboek Geheimen van de Russische keuken te lezen. 'Dát is pas een leuk boek', verklaarde hij deze week tegenover journalisten in Düsseldorf, waar hij dinsdag alsnog werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar.

De memoires zijn, een topspion waardig, redelijk conspiratief tot stand gekomen. Zijn oorspronkelijke uitgever, Bertelsmann in München, zegde het contract op, waarna zijn Britse literaire agent in Amerika op zoek ging naar een uitgever. Wolf moest een contract tekenen, waarin hij beloofde in het niet meer te tellen aantal interviews zo weinig mogelijk los te laten over de inhoud van zijn memoires.

De Berlijnse uitgever List, die van Random House de rechten voor de Duitse markt verwierf, was niet tevreden met het uiteindelijke resultaat en liet de auteur er nog een hoofdstuk bijschrijven over Herbert Wehner, de legendarische fractieleider van de West-Duitse sociaal-democraten in de jaren zeventig. Exclusief in de Duitse versie wordt Wehner door Wolf van hoogverraad beschuldigd, iets wat in Duitsland inmiddels door de meeste experts als belachelijk van de hand is gewezen.

Markus Wolf - net als zijn jarenlange West-Duitse tegenspeler, directeur Klaus Kinkel van de Bundesnachrichtendienst, geboren in het Zuid-Duitse stadje Hechingen - vluchtte in 1933 met zijn broer en ouders voor de nazi's naar Moskou. In de Russische hoofdstad genoot hij zijn schoolopleiding en werd hij getraind als spion. Na de oorlog keerde hij als overtuigd marxist terug naar de Russische bezettingszone, zoals de latere DDR geruime tijd werd genoemd.

Over zijn Russische periode en het kunstzinnige joodse milieu waarin hij zich tijdens zijn ballingschap bevond, schrijft Wolf liefdevol en gevoelig. Sensitiviteit, aldus de oude meester (74), is een van zijn voornaamste karaktereigenschappen. Hij citeert Sun-tzu, een Chinese veldheer uit de vierde eeuw na Christus. In diens Over de kunst van het oorlogvoeren staat ondermeer: 'Zonder menselijkheid en rechtvaardigheid lukt het je niet verkenners vooruit te sturen.'

Wolf wil zeggen dat hij op geen enkele manier beantwoordt aan het beeld dat over hem in het Westen was ontstaan. Gewetenloos, meedogenloos, moorddadig; het zijn kwalificaties die, verzekert Wolf regelmatig, niet op hem van toepassing zijn. Integendeel, de chef van 's werelds efficiëntste en effectiefste spionagedienst' was veeleer een intellectuele kamerstrateeg, die niets ophad met de ruwe methoden waarmee bijvoorbeeld de KGB, de CIA of Bulgaarse collega's te werk gingen.

'Natte klussen', om een praktijkvoorbeeld te noemen, waren Wolfs stijl helemaal niet. Bij dergelijke operaties vloeide bloed. De Bulgaren waren specialisten op dit gebied. Zij deinsden er niet voor terug vijandelijke agenten ten behoeve van hun ontvoering te verdoven met middelen waarmee doorgaans paarden in slaap worden gesust. Het gevolg was dat er regelmatig onbedoeld lijken ('bedorven waar') vanuit het Westen door de DDR richting Bulgarije moesten worden getransporteerd. Wolf gruwt er nog van.

Interessant zou zijn om alsnog Wolfs versie te lezen van zijn grootste scoop, het plaatsen van een 'mol' in het bureau van bondskanselier Willy Brandt. Op 4 mei 1974 moest Brandt aftreden. Zogenaamd omdat Günter Guillaume, Wolfs man, was ontmaskerd. In werkelijkheid, zo erkent ook Wolf, lag een reeks van binnenlandse en interne SPD-problemen ten grondslag aan het voortijdig aftreden van de bondskanselier.

Weinig verrassend dus, al onthult Wolf voor het eerst dat de geheime NAVO-documenten, die Guillaume vanaf Brandts vakantieadres in Noorwegen verstuurde, Oost-Berlijn nooit hebben bereikt. De vrouwelijke koerier die de papieren van Guillaume's echtgenote in ontvangst had genomen, merkte dat zij werd geschaduwd en wierp de lading in het water. Wolf heeft het Guillaume nooit verteld, zodat de onlangs overleden spion in zijn eigen memoires nog trots kon melden dat de NAVO-geheimen dankzij hem zeer snel in de DDR belandden.

Sterk is Wolf in zijn anekdotes over beroemde Genossen, zoals Fidel Castro, Chroesjtsjov en Erich Mielke, minister van Staatsveiligheid en zijn directe chef, voor wie Wolf nog steeds diepe minachting koestert. Castro - Wolf blijft een fan van de eenzame Cubaanse leider - werd in Oost-Berlijn ooit betrapt toen hij via de regenpijp zijn hotel verliet, op zoek naar drank en vrouwen.

Chroesjtsjov, aldus Wolf, ergerde zich regelmatig aan de stijve Oost-Duitsers. Op bezoek in de DDR uitte hij zijn ongenoegen over het feit dat 'zijn gastheer hem met alle geweld nog eens wilde confronteren met eindeloze rijen gehoorzame Duitsers'. De Russische leider vertelde bij die gelegenheid aan Wolf het volgende:

'Bij ons in Kalinovska werkte een Duitser op de fabriek. Hij heette Müller. Op een dag bracht hij zijn verloofde mee uit Duitsland. Hij was er erg trots op dat hij haar met geen vinger aanraakte totdat zij getrouwd waren. Dat werd bekend in de fabriek en Vaska, een vriend van mij, zag zijn kans schoon. Hij heeft de dame de hele zomer, tot aan de huwelijksdag, aan haar trekken laten komen. Zo ziet u maar weer, kameraad Wolf, dat de Duitse Gründlichkeit niet altijd goed is.'

Op bezoek in Moskou, tijdens een staatsbanket, waren de obers en de Oost-Duitse delegatie gekleed in smoking. In tegenstelling tot de Sovjets, die de voorkeur gaven aan een proletarisch gemakspak. Wolf: 'Toen Nikolaj Kroetitski, de Russisch-orthodoxe metropoliet, aartsbisschop van alle Russen, opstond om naar het toilet te gaan en ik hem uit beleefdheid begeleidde, rommelde hij enige tijd onder zijn zware gewaad, om mij vervolgens plechtig drie roebel te overhandigen, als fooi.'

Wolf leidde de buitenlandse spionage dertig jaar lang en de meeste tijd wist het Westen niet hoe hij eruitzag. Pas in 1978 werd de 'man zonder gezicht' bij toeval in Stockholm gefotografeerd en door een overloper geïdentificeerd. Het maakte voor zijn werk weinig uit; veilig sturend vanachter de Muur kon hij ongestoord doorgaan met zijn infiltratie.

Die spionage heeft de DDR uiteindelijk niets opgeleverd, temeer doordat de Amerikaanse spionage dankzij moderne elektronica veruit superieur was. Wolf schept op over zijn dienst, maar moet erkennen dat de Amerikanen niet alleen alle troepenbewegingen tot ver in Siberië konden volgen, maar zelfs alle gesprekken in het politbureau van Erich Honecker. Wolfs genoegdoening: de Amerikanen deelden hun geheime informatie niet met de West-Duitsers, 'anders had Bonn wel geweten hoe slecht de DDR er in werkelijkheid voorstond'.

Willem Beusekamp

Markus Wolf: Man zonder gezicht - De legendarische Oost-Duitse spionagechef.

Vertaald uit het Engels door Jaap van der Wijk.

Balans; 436 pagina's; ¿ 39,50.

ISBN 90 5018 360 3.

Meer over