Fondsbelegger deelt dividend met de bankier

Het dividendbeleid een baan van beleggingsfondsen bepaalt hoeveel de beleggers in handen krijgen. De hoogte zegt niet veel. Het is en blijft een sigaar uit eigen doos....

Beleggers van het Postbank Aandelenfonds werden eind juni onaangenaam verrast. De dividenduitkering was dit jaar een stuk lager dan verwacht. Een schamele 46 eurocent per aandeel tegen 75 cent vorig jaar.

De daling bedroeg bijna 40 procent, terwijl de stemming er op de wereldwijde aandelenbeurzen vorig jaar juist weer een beetje in zat. De MSCI Wereldindex, een veelgebruikte maatstaf voor wereldwijd beleggende aandelenfondsen, steeg in 2003 met 10,7 procent. Het Postbank Aandelenfonds bleef daar met een totaalrendement van 8,9 procent weliswaar bij achter, maar dat zich dat in een drastische dividendverlaging zou vertalen, zullen weinigen hebben voorzien.

Daar sta je dan, met je giroafschrift. Geen uitleg, geen excuses van de fondsmanager en geen morrende aandeelhouders bij de interruptiemicrofoon op de aandeelhoudersvergadering. Anders dan bij beursgenoteerde bedrijven, blijft het dividendbeleid van beleggingsfondsen in nevelen gehuld voor de gemiddelde belegger.

Toch is dividend sinds een paar jaar weer helemaal terug als waarderingsgrondslag voor aandelen. Bedrijven die trouw een deel van hun winst als dividend uitkeren, blijken op langere termijn veel beter te presteren dan hun geldverslindende, en uitsluitend op groei beluste collega's. Wie dertig jaar geleden een goed gespreid mandje aandelen aanschafte, rustig afwachtte en alle uitgekeerde dividenden netjes herbelegde, zou vandaag tweederde van zijn totaal vergaarde rendement te danken hebben aan het dividend.

Fondsaanbieders realiseren zich dat terdege: met de introductie van hoog-dividend-aandelenfondsen spelen ze in op de groeiende behoefte aan houvast en regelmaat. Maar bij de oude vertrouwde aandelenfondsen blijft het vreemd genoeg behelpen. Reden voor een nadere blik op de wettelijke regels en prospectussen en jaarverslagen van vijf populaire, in Nederland genoteerde, wereldwijd beleggende aandelenfondsen.

Van de vijf fondsen is alleen Fortis Obam er de afgelopen jaren in geslaagd de MSCI Wereldindex te verslaan: keer, in 2003. Behalve die uitschieter, valt er de laatste twee jaar in lijn met de index weinig spektakel te beleven. Qua dividendrendement ontlopen de fondsen elkaar nauwelijks. Dit rendement varieert van 1 tot 1,6 procent en daarmee scoren ze allemaal lager dan de index. Hoewel het Postbank Aandelenfonds dit jaar met 1 procent aan de onderkant zit, zat het vorig jaar met 1,7 procent bovenin. Waar komen die verschillen vandaan en hoe wordt dat dividend nu bepaald?

In Nederland genoteerde beleggingsfondsen kennen een zogeheten 'doorstootverplichting': de winst exclusief koersresultaten dient binnen acht maanden na sluiting van het boekjaar in zijn geheel aan de aandeelhouders te worden uitgekeerd.

Die winst wordt door de fondsmanagers berekend door de ontvangen dividenden en eventuele rentebaten te verminderen met de aan zichzelf toebedeelde beheersvergoeding en eventuele andere kosten. Zo haalde Robeco vorig jaar volgens het jaarverslag 113 miljoen euro binnen en hield daarvan 51 miljoen euro in aan beheerkosten. Voor Robecoklanten was derhalve 62 miljoen euro over, hetgeen correspondeert met zo'n twintig eurocent per aandeel ofwel een dividendrendement van minder dan 1 procent.

Robeco keerde toch doodleuk 36 eurocent per aandeel uit, om beleggers die letten op de dividendhoogte te plezieren. De Rabodochter onttrok dit dividend aan het fondsvermogen. Hierdoor betaalden Robeco-beleggers zelf voor het op peil houden van hun dividend met een verwatering van het uitstaande aandelenkapitaal. Dat mag, want wettelijk hebben beleggingsfondsen via beperkte toevoegingen en onttrekkingen aan hun reserves, de mogelijkheid om hun dividend over de jaren te stroomlijnen. De doorstootverplichting is dus minder strikt dan je in eerste instantie zou denken.

Het Robecobeleid maakt evenwel duidelijk dat dividend een sigaar uit eigen doos is en blijft. Iedere als dividend uitgekeerde euro vermindert het totale fondsvermogen en daarmee de intrinsieke waarde van de uitstaande aandelen eveneens met een euro.

Zo bezien heeft het Postbank Aandelenfonds het dus helemaal niet zo slecht gedaan. Bij de Postbank wordt gewoon minder gestroomlijnd. De dividendinkomsten waren mede vanwege de dalende dollar bij alle fondsen een stuk lager. Voor de waardering en onderlinge vergelijking van beleggingsfondsen blijft het totale rendement over een langere periode de beste maatstaf.

Vergeet niet dat dividenduitkeringen fiscaal gezien uiterst bewerkelijk zijn. Allereerst voor de fondsmanagers zelf. Afhankelijk van het land waar een aandeel staat genoteerd, wordt dividendbelasting ingehouden. Die belasting moet de fondsmanager, afhankelijk van eventuele belastingverdragen, weer zien terug te vorderen bij de lokale belastingdienst.

Voor uitkeringen aan de eigen aandeelhouders, moeten de fondsen op hun beurt 25 procent dividendbelasting inhouden. Nederlandse beleggers kunnen deze dividendbelasting in zijn geheel terugvorderen. Omslachtig, maar volgens de belastingdienst noodzakelijk, omdat fondsmanagers immers niet weten welke beleggers ze voor zich hebben. Ze wonen niet allemaal in Nederland en sommigen hebben dus niet het recht iets terug te vorderen.

Vanwege deze administratieve rompslomp is dividend jarenlang een ondergeschoven kindje geweest. Ook in de aandelenselectie van fondsmanagers. Zo belegt Fortis Obam traditioneel veel in Nederlandse financi waarden als ING en ABN Amro. Volgens fondsmanager Rolf Stout reageert zijn team doorgaans als de banken de beleggers laten kiezen tussen stockdividend en contant dividend. Stockdividend is dividend in de vorm van aandelen. Vroeger was het vaak hoger dan het contante dividend. Belangrijker is dat de verwerking een stuk eenvoudiger is. Over stockdividend hoeft immers geen dividendbelasting te worden ingehouden. Bovendien geldt voor stockdividend geen 'doorstootverplichting', zodat het ongehinderd aan het fondsvermogen kan worden toegevoegd.

Wie de voorkeur geeft aan een betrouwbaar, regelmatig en vooral hoog dividend, zou een speciaal hoog-dividend aandelenfonds kunnen overwegen. Dergelijke fondsen leveren al snel 4 procent dividend per jaar op.

Maar vergeet ook de Nederlandse aandelenmarkt niet. Door een combinatie van een relatief sterke daling van de AEX-index en het recente aantrekken van de bedrijfswinsten, bedraagt het dividendrendement van een mandje AEX-aandelen inmiddels 3,6 procent; dat kan aardig concurreren met de gemiddelde Nederlandse spaarrekening.

Meer over