Fobie is ook voor omgeving van patiënt een bezoeking Het gaat pas mis als angsten extreem worden

Iedereen kent wel momenten van angst en onzekerheid. De vrees om te laat te komen, plankenkoorts, angst voor spinnen, kakkerlakken, onweer, duisternis, verlegenheid; de steeds terugkerende twijfel of het gas wel is uitgedraaid....

Van onze verslaggever

Mac van Dinther

LUNTEREN

Meestal valt er wel mee te leven. Het gaat pas mis als de angsten extreem worden en het leven gaan beheersen. Zoals bij Karin, de vijftienjarige dochter van de familie Van der Meer uit Wierden. Karin heeft last van zogenoemde controledwang.

Dit betekent dat Karin letterlijk alles controleert, vertelt haar moeder. Karin rangschikt voorwerpen in volgorde van grootte, telt de spullen in haar kamer keer op keer na. 'Als ze zich aankleedt om naar school te gaan, controleert ze steeds opnieuw haar kleren. ''Heb ik mijn schoenen aangetrokken?'', vraagt ze dan. Terwijl ze die gewoon aanheeft.'

Voor Karin is het een bezoeking, voor haar omgeving niet minder. Karins zussen sluipen door het huis om maar geen lawaai te maken. 'We zijn elke dag uren bezig haar rituelen te volbrengen', zegt vader Van der Meer. 'De bureaustoel moet precies goed staan, de kastdeur moet zó dicht. En als je iets verkeerd doet, kun je opnieuw beginnen.'

Een op de acht mensen in Nederland lijdt aan extreme angsten of dwangstoornissen. Velen van hen blijven in de schaduw, omdat ze zich schamen voor hun angsten of die van hun kinderen.

Daarom was het voor J. van Hamersveld, voorzitter van de Stichting Fobieclub Nederland, een opsteker dat er zoveel mensen waren afgekomen op de eerste grote landelijke studiedag 'angsten en fobieën' in Lunteren. Ongeveer 350 mensen woonden de dag bij, voor het merendeel patiënten.

Het was geen gewoon congres. Zo werd opvallend veel op stoelen gewipt en in- en uitgelopen. Daar was op gelet bij het huren van de ruimte, zegt Van Hamersveld. 'Van tevoren hadden we duidelijk gemaakt dat er veel deuren zouden zijn en dat die ook open zouden zijn.' Ook de keuze voor de Veluwe was bewust. 'In de Jaarbeurs was er niemand gekomen. Veel te bedreigend.'

De Fobieclub werd 29 jaar geleden opgericht door de vorig jaar overleden Marina de Wolf, de moeder van Van Hamersveld. De Wolf leed aan pleinvrees en richtte na haar genezing de stichting op om lotgenoten te helpen.

Er is sindsdien veel verbeterd, aldus psychiater I. van Vliet van het Academisch Ziekenhuis Utrecht. 'Je was 29 jaar geleden een neuroot als je aan angsten leed. Nu wordt het serieuzer genomen.'

Fobieën zijn er in soorten en maten. De meest voorkomende zijn 'enkelvoudige' fobieën, zoals angst voor muizen of onweer. Ook veel voorkomend zijn straat- of pleinvrees en sociale fobieën waardoor mensen zich niet durven te vertonen in gezelschap. Iets zeldzamer zijn de dwangstoornissen zoals controledwang en smetvrees.

Vroeger werden angsten vaak toegeschreven aan verdrongen seksualiteit (Freud) of jeugdtrauma's. Dat is achterhaald, aldus Van Vliet. Tegenwoordig richt het onderzoek zich meer op biologische factoren en erfelijkheid.

Volgens Van Vliet zijn fobieën goed te behandelen. De meeste, 70 tot 90 procent, kunnen worden 'genezen' met gedragstherapie en medicijnen zoals het anti-depressivum Prozac. Er is een speciaal Angst- en Fobiecentrum en er zijn verschillende 'angstpoli's', al hebben die lange wachtlijsten.

Alleen voor kinderen met fobieën is er niks, ontdekte de familie Kramer uit Haarlem. Hun middelste dochter is zestien en lijdt vanaf haar vijfde aan allerlei angsten. Angst voor getallen, angst om te leven. 'We hebben al van alles langs zien komen.'

Op haar dertiende bleef ze anderhalf jaar in bed. Ze wilde ook niet eten. 'Dat hebben we toen op bed gebracht, want je wilt toch niet dat ze verhongert.' Telefoon kreeg ze niet op bed. 'Je bent er voortdurend mee bezig, hoe ver je mee moet gaan. Je raakt geïsoleerd van de buitenwereld. Je leidt zelf het leven van een dwangpatiënt.'

De medische wereld heeft haar weinig geholpen, zegt mevrouw Kramer bitter. 'In het begin zochten ze steeds de oorzaak bij mij. Ik zou haar te veel koesteren.'

Een opluchting was het toen ze andere ouders tegenkwam die hetzelfde probleem hebben. Sinds kort heeft de Fobieclub een druk bezochte gespreksgroep voor ouders van kinderen met fobieën.

De dochter van de Kramers zou eigenlijk in een speciaal fobiecentrum behandeld moeten worden. Maar die behandeling is er alleen voor mensen van achttien jaar en ouder. Tot die tijd wacht ze, net als Karin van der Meer, in een algemeen centrum voor jeugdpsychiatrie tot ze achttien is. 'Het gaat niet goed met haar', zegt mevrouw Kramer. 'We willen meer specialistische hulp voor kinderen met fobieën', zegt meneer Van der Meer.

Meer over