FNV neemt maar weer eens de witkwast ter hand

De relatie tussen de vakcentrale FNV en haar dragende delen, de vakbonden, is al jaren onderwerp van heftige discussies. Maar een doorbraak naar een moderne structuur stuit op de machtsvraag....

NOVEMBER is voor de FNV wat de donkere dagen voor kerst zijn voor de rest van de wereld. Dan beraadt de vakcentrale zich op de toekomst.

Dat was zo in 1987 toen in die tijd nog zeventien bonden zich moesten uitspreken over Werken in 2000, een ambitieus plan over vernieuwing in de arbeid dat nooit de eindstreep haalde. Het was ook zo in 1990 toen voorzitter Stekelenburg de verkalkte structuur van de centrale en aangesloten bonden ter discussie stelde. En het is weer zo als in november van dit jaar dezelfde Stekelenburg dezelfde verkalkte structuur op de agenda heeft gezet.

Zelfs de boodschap verschilt niet. Zo lang de FNV bestaat, rommelt het tussen centrale en bonden. Dat kan ook haast niet anders. De bonden verdienen het geld, de centrale geeft het uit. Wie betaalt bepaalt, geldt óók bij de FNV. En dus heeft de AbvaKabo die jaarlijks vele miljoenen guldens fourneert aan de centrale héél veel zeggenschap, net als de Industriebond FNV. Samen brengen die twee de helft op van de begroting van de centrale. Dat schept verplichtingen van de centrale en andere bonden in hun richting.

Daar komt bij dat de vakcentrale met 1,1 miljoen leden weliswaar groter lijkt te worden dan ooit, maar dat nog steeds de organisatiegraad te wensen overlaat. In industrie en bouw zit de FNV sterk, maar in echte groeimarkten als de middenstand en de zakelijke- en commerciële dienstverlening blijft het kwakkelen. Bijkomend probleem is dat de overheidsbonden traditiegetrouw heel andere belangen hebben dan de marktbonden. Wie dat bijeen kan houden, verdient al een lintje: op ingrijpende vernieuwing hoeft eigenlijk niemand te rekenen.

Dat blijkt ook uit het stuk dat in november op het FNV-congres ter tafel ligt en maandag in de federatieraad. De raad, waarin de voorzitters van de FNV-bonden en het dagelijks bestuur zitting hebben, wijdt dan een tweede sessie aan de nota Goed geregeld, beter georganiseerd die de werkgroep 'Doelmatige en doeltreffende inrichting van FNV en bonden' na ruim zes maanden praten heeft uitgebracht. De nota is de afgelopen weken bijgesteld omdat in de eerste sessie bleek dat de bonden het opnieuw niet eens kunnen worden.

Vooral de Industriebond FNV, de grootste in de marktsector, en de AbvaKabo, de grootste bond uit de overheid en geprivatiseerde sectoren, verschillen van mening over de wijze waarop de FNV beter herkenbaar kan worden voor de leden en de dienstverlening kan verbeteren.

De industriebond wil zoveel mogelijk samen doen op zo laag mogelijk niveau. Dit betekent dat ieder FNV-lid bij elk FNV-kantoor in de regio kan aankloppen voor hulp en raad. 'Wij streven ernaar een structuur op te bouwen waarbij je vanuit plaatselijk niveau begint. De ene bond heeft een spreekuur, de andere een plaatselijke vertegenwoordiger en weer een andere heeft een sterke afdeling. Dat moet je uitbouwen', zegt bestuurder D. Nas van de industriebond.

De AbvaKabo ziet het anders. Die wil ook op regionaal niveau herkenbaar blijven voor de eigen leden. Ze moeten terecht kunnen in een AbvaKabo-kantoor. De bond gruwelt ervan dat zijn leden bij de industriebond zouden moeten aankloppen voor een eerste advies als er problemen zijn.

'We komen er wel uit. In 2000 is er een heel andere FNV', zegt Nas. Die FNV moet bestaan uit een sterke vakcentrale met een apart bedrijf voor de ledenservice. Daarin zou ook kunnen worden opgenomen de rechtskundige dienst, het succesnummer van de FNV en dus een van de grootste kostenposten. De dienst werkt zó goed dat er vrijwel jaarlijks geld bij moet, tot grote woede van de bonden die ook zelf juristen hebben, maar toch moeten bijdragen aan de gezamenlijkheid.

AAN ANDERE vormen van samenwerking waagt de werkgroep zich niet. Grote allesomvattende ideeën over fusies van bonden en samenwerkende clusters worden aangestipt, maar niet voorgelegd. Komt tijd, komt raad, lijkt het credo.

Op zich is dat niet onverstandig, want vergaande samenwerking tussen bonden is al eerder geopperd. André Kloos schetste in 1969 een beeld van een ongedeelde vakcentrale met bedrijfstakkolommen. Leden zouden rechtstreeks lid worden van de centrale, de autonomie van de bonden werd afgeschaft. Kloos' plan haalde het niet.

Achttien jaar later probeerde FNV-voorzitter Pont het opnieuw met FNV 2000. Daarvan is alleen de idee blijven hangen dat de FNV weer leuk moet worden voor de leden. De nieuwe werknemer wordt geen lid meer van de bond omdat zijn vader het ook was of omdat hij solidair wenst te zijn met zijn collega's. Niks daarvan. Lang voordat de politiek in haar bezuinigingsdrang de calculerende burger ontdekte, merkte de FNV al dat de calculerende werknemer bestaat. Het lid wenst iets terug van zijn contributie.

Pont wilde een vakcentrale die werkt als een sociale ANWB. Een huis met veel loketten en voor elk wat wils. De vakcentrale zou in het jaar 2000 moeten zijn veranderd van een 'witte mannenclub van tussen de 35 en 50 jaar in een beweging van mannen, vrouwen, jongeren en kleurlingen', zei vice-voorzitter Stekelenburg in 1987.

FNV 2000 schetste de toekomst van de vakcentrale als volgt. Het beschadigde imago van de bonden (stakers en onheilsprofeten) moet worden opgevijzeld, de bonden moeten actiever worden in de bedrijven en de woonomgeving. Ook moeten de FNV-bonden meer aandacht gaan besteden aan potentiële leden onder jongeren, vrouwen, buitenlandse werknemers, deeltijdwerkers en werklozen. De vakcentrale moet zich meer gaan bemoeien met de arbeidsmarkt, beroepsopleidingen en de kwaliteit van de arbeidsorganisatie.

Een jaar later zegt Ponts opvolger Stekelenburg in de Volkskrant voor het eerst iets over de onwerkbare structuur van de FNV. 'Er heerst een te vrijblijvende sfeer in de FNV, dáár zit de grootste handicap. Die roept-u-maar-lijn moet verdwijnen. Te vaak werd het vastgestelde beleid achteraf onderuit gehaald door de bonden. Dat is ondermijnend voor de slagkracht van de organisatie.'

EIND 1989, precies twintig jaar nadat Kloos zijn kolommen presenteerde, haalt de toenmalige voorzitter van de Vervoersbond FNV, Ruud Vreeman, het plan Kloos weer uit de mottenballen. Ook hij krijgt nul op het rekest.

Het plan-Vreeman kwam in de dagen dat de FNV het rapport FNV organiseert vernieuwing besprak. Dat plan, hoe kan het ook anders, sneuvelde. Een maand later legde AbvaKabo-bestuurslid Cees Vrins in FNV Magazine uit waarom. 'Het management bij de FNV is naatje pet.' Zijn bond heeft geen zin nog meer geld in de centrale te pompen.

Stekelenburg reageert als gebeten. 'De bonden moeten ophouden met zeiken. Het beeld dat de FNV een tent is waar met papier wordt geschoven en waar papier wordt geproduceerd, ligt ver beneden de werkelijkheid.'

TWEE WEKEN later is de toon ineens veel vriendelijker. 'Wat zeker niet helpt is de zaak forceren. Dan loopt de AbvaKabo zeker weg. Dat is het grote risico dat ons bedreigt.'

Dat risico bestaat ook nu nog. Juni vorig jaar besloot de FNV tot een nieuwe ingrijpende discussie over de toekomst van de vakcentrale. De aanjager heette Stekelenburg, de remmer opnieuw Vrins. Stekelenburg wil de FNV binnen drie jaar een draai laten maken 'van een logge bureaucratische organisatie die haar agenda door anderen laat bepalen, naar een club die leiding geeft aan maatschappelijke vernieuwing, een club die in het leven staat.' De FNV-voorzitter bepleit 'schaalvergroting en doeltreffender en doelmatiger samenwerking'.

Vrins zet al op de eerste congresdag de toon. 'Wij doen mee aan de structuurdiscussie en staan voor een betere samenwerking in één vakcentrale waarvan je als autonome bond vrijwillig lid bent.' Anderen, onder wie voorzitter Waleson van de Vervoersbond, willen méér. Namens zes bonden komt hij met een plan dat kan leiden tot samenvoeging van bonden. De zes willen clusters van verwante bonden maken: liever zeven sectorbonden dan negentien bonden die elkaar deels ook nog bestrijden, is de gedachte. In de praktijk zijn de eerste stappen op weg naar een sectorbond al gezet. In KIEM - kunsten, informatie en media - werken de bonden Druk en Papier, FNV Dienstenbond en Kunstenbond FNV innig samen.

De werkgroep Doelmatig en Doeltreffend heeft voor de hele FNV gezocht naar een gemene deler in alle belangen. Die is gevonden in versterking van de dienstverlening, meer samenwerking in collectieve belangenbehartiging en vergroting van de efficiency. Over fusie van bonden, laat staan versterking van de macht van de vakcentrale rept niemand meer. 'Daar kunnen wij ons prima in vinden', zegt de AbvaKabo. En de vakcentrale sluit zich daarbij aan: 'Het gaat helemaal niet om de machtsvraag, het gaat om betere samenwerking.'

Meer over