Floyd

Op de sportpagina van de Volkskrant stond gisteren een merkwaardig lijstje: ‘100 dopingzondaars, selectie van 1996 tot 2010’. Het betrof louter ‘gepakte’ wielrenners, een kleine minderheid van alle ‘gebruikers’ in de topsport dus....

Ook merkwaardig was dat ‘dopingzondaars’. Het woord ‘zondaar’ kom je alleen nog tegen in het archaïsche jargon van de sportjournalist. Topsport is religie, topsporters zijn de goden en sportjournalisten de dominees en priesters van dienst.

‘100 domkoppen’ was beter geweest. De beste topsporters zijn uitermate talentvol van lichaam en geest en bereid hun jeugd op te offeren aan eindeloos trainen. Maar wie de beste van de besten wil zijn moet zijn grenzen opzoeken en desnoods overschrijden – en hij dient de dopingcontroles te beschouwen als een col van eerste categorie.

Moeilijk en lastig, maar niet onoverkomelijk. Slimme topsporters worden niet gepakt. Floyd Landis is een domkop.

Landis, gediskwalificeerd winnaar van de Tour de France van 2006, heeft bekend dat hij inderdaad doping heeft gebruikt. Hij zegt dat Lance Armstrong ook heeft geslikt. Net als andere voormalige ploeggenoten en eigenlijk iedereen die op kop van het peloton over de bergen rost.

Dat zou natuurlijk heel goed waar kunnen zijn.

Daar moet ik wel meteen bijzeggen dat ik niks kan bewijzen. En dat het dus ook mogelijk is dat Floyd Landis de afgelopen twintig jaar als enige dopey de Tour heeft gewonnen. Er zijn namelijk verder geen winnaars betrapt – althans niet direct na hun overwinning.

Maar nu even geen gehuichel. Ik ken die wereld een beetje, en het zou me zeer verbazen wanneer er in die jaren ook maar één geheel ‘schone’ winnaar van de Ronde van Frankrijk is geweest.

Ik vind dat overigens helemaal niet erg.

Landis’ voormalige ploegleider Johan Bruyneel sprak van een ‘zielig verhaal’, voormalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen noemde Landis een ‘beroepsleugenaar’ en Lance Armstrong begreep ook niet waar zijn voormalige knecht het in godsnaam over had met z’n verhalen over testosteron, epo, bloeddoping en groeihormoon. Volgens Pat McQuaid van de UCI was het ‘wraak’.

De gebruikelijke voorspelbare reacties op de topsporter die de omertá doorbreekt.

Topsport stelt hoge eisen aan de atleet en zijn bestuurders. In een ingewikkeld spel moeten illusie en werkelijkheid voortdurend door elkaar worden geroerd, tot een mengsel waarin het publiek kan geloven en waarvoor sponsors grif betalen.

De schijnwerkelijkheid van de topsport verziekt de geest. Landis besteedde twee miljoen dollar aan juristen en schreef een dik boek om zichzelf vrij te pleiten. Ik zou er niet raar van staan te kijken wanneer hij ook echt in zijn onschuld heeft geloofd. In een verwrongen wereld lijkt de leugen veel op de waarheid.

Iemand heeft verordonneerd dat topsport ‘eerlijk’ moet zijn en dat doping niet ‘eerlijk’ is. Sindsdien maken we jacht op overtreders en nagelen we ze als oplichters aan de schandpaal.

Topsport is entertainment. Het is een toneel vol schijnhelden en nepschurken. De ‘dopingzondaars’ zijn de bad characters die elk drama nu eenmaal nodig heeft.

De onverklaarbare lichtheid van de klimmer op de flanken van de berg! De magistrale krachtroffel van de 100 meter-loper! Het kanon in de biceps van de kogelstoter!

De ondraaglijk brave saaiheid van de dopingvrije sport.

Meer over