Flamboyant, vaag optreden FARC

Echt onderhandeld is er nog niet tussen de Colombiaanse regering en de rebellen. In het Noorse Hurdal lieten ze elkaar en de wereld vooral zien: we zijn serieus op zoek naar vrede.

HURDAL - Voor het eerst sinds lang lieten de guerrillero's van de FARC zich gisteren zien, zij aan zij met hun grootste vijand: de Colombiaanse regering. Zij droegen een trui en maakten tijdens de gezamenlijke persconferentie V-gebaren; hun tegenstanders waren in pak, en probeerden vol te houden dat de vredesbesprekingen over de oorlog die het land kapot maakt, 'efficiënt en snel' gaan verlopen, aan de hand van een strakke agenda en uitgangspunten die het afgelopen jaar in geheime besprekingen zijn vastgelegd. Ze gaan nu echt over vrede praten in Colombia, dat was het nieuws.

Maar dit werd niet de technische, abstracte bijeenkomst in een dorp in het neutrale Noorwegen, waarop de regeringsonderhandelaar, Humberto de la Calle had gehoopt. Zodra hij kon, begon FARC-voorman Ivan Marquez uit te wijden over wat er allemaal mis was met zijn land, in de beste traditie van de klassenstrijd: 'De werkelijke moordenaars zijn het kapitalisme en het liberalisme'.

Ze zaten naast elkaar aan een lange tafel, links de mannen van de FARC, rechts de mannen van de regering, tussen hen in de hulpvaardige bemiddelaars uit Noorwegen en Cuba en gaandeweg werd de muur zichtbaar die tussen de partijen is opgetrokken, hoog en dik.

'Wij komen met een olijftak', zei Marquez. En: 'We willen vrede, we willen uit deze donkere nacht ontsnappen, maar dan moet er wel naar ons worden geluisterd.'

Het flamboyante en vage optreden van de FARC leek de regeringsonderhandelaars te tergen, totdat De la Calle zei: 'Als er geen vooruitgang is, dan laten we ons niet gijzelen door het vredesproces.'

Hun komst naar Oslo en het kleine dorp Hurdal was een show: de Colombianen kwamen de wereld laten zien hoe serieus ze op zoek zijn naar vrede, en de wereld liet de Colombianen zien hoezeer ze dat steunt. Het was bijzonder dat de FARC-leden naar Noorwegen konden reizen; sommigen worden gezocht voor terrorisme, ontvoering en drugssmokkel.

Duidelijk werd in elk geval dat er een agenda is vastgesteld voor de tweede ronden van de besprekingen, die vanaf 15 november op Cuba worden gehouden. Landbouw en grondpolitiek worden het eerste onderwerp van gesprek. Tot zover allemaal goed nieuws, voor een land dat bijna vijftig jaar in de ban is van burgeroorlog, en kampt met paramilitaire bendes die hele dorpen terroriseren.

De la Calle sprak over 'vertrouwen' en schetste de ideale toekomst van een 'nieuw Colombia': de FARC legt de wapens neer en wordt een politieke partij die zijn visie op de wereld democratisch verwezenlijkt. Terwijl hij het zei, moest FARC-onderhandelaar Jesus Santrich smalend lachen. De FARC-leiders lieten er geen twijfel over bestaan dat ze de gewapende strijd niet zomaar opgeven en hoe dan ook vasthouden aan een hervorming van het land naar marxistisch model.

'Internationale vampiers'

Ivan Marquez had het over 'internationale vampiers' die het land leegzuigen, en 'de arbeiders zestien uur per dag laten werken'. Vervolgens vertelde hij dat de guerrillero's 'niet de guerrillero's zijn die de media van ons maken', en 'een definitieve vrede' willen.

Was het alleen show? Was hij enkel zo uitgesproken voor zijn achterban, de arme Colombianen?

Halverwege de bijeenkomst draaide de slechtziende FARC-onderhandelaar Jesus Santrich zijn naambordje om. Op de achterkant had hij de naam van een kameraad geschreven: Simon Trinidad, die in de Verenigde Staten een celstraf uitzit van zestig jaar wegens de gijzeling van drie missionarissen. Ook hij had aan deze tafel moeten zitten, was de boodschap. En als het even kan, moet Tanja Nijmeijer er ook nog bij.

Vandaag al reizen de delegaties terug naar huis. Met een hoopvolle agenda op zak, en met maanden, misschien wel jaren van onderhandelingen voor de boeg.

'We willen een einde aan de oorlog', zei De la Calle, 'maar we willen ook geen valse vriendschap.'

'Take it easy', zei Santrich. 'We staan nog maar aan het begin.'

Tanja Nijmeijer

De Colombiaanse regering wilde niet dat Tanja Nijmeijer naar Oslo zou komen, om deel te nemen aan vredesonderhandelingen met de guerrillaorganisatie FARC, waartoe ze behoort. 'Tanja kwam met ons hier naartoe, maar bleef onderweg achter', zei delegatieleider Ivan Marquez donderdag tijdens een persconferentie in een hotel ten noorden van Oslo. 'Dat was een moment van crisis in de onderhandelingen. We hopen dat ze bij het vervolg van de besprekingen in Cuba kan zijn.' Na afloop onderstreepte hij het belang van Nij- meijer voor de organisatie - delegatielid Jesus Santrich noemde haar 'bloem van de bergen' - en op de vraag of de ouders van Tanja welkom zijn om haar op Cuba te ontmoeten zei Marquez: 'Natuurlijk, uiteraard.'

Nijmeijer sloot zich tien jaar geleden aan bij de FARC en wordt gezocht voor terrorisme en ontvoering. Uit de woorden van de FARC-topmensen sprak een grote genegenheid voor 'Alexandra', de nom de guerre die ze in de jungle kreeg. 'Ik sprak enkelen die zeiden: ze is een kleine krijger, maar veel mensen hebben angst voor haar', zei delegatieleider Marquez. 'Ik vertelde hen: ze is internationaal, ze komt uit Holland, het is een eer dat ze het Colombiaanse volk komt helpen.' Santrich voegde daaraan toe dat Nijmeijer 'de vrouwen van Colombia representeert' in de delegatie, die verder bijna geheel uit mannen bestaat.

De Colombiaanse regeringsonderhandelaar Humberto de la Calle zei dat het aan de FARC zelf is om te bepalen wie in de delegatie zit. Wat precies het misverstand behelst, waardoor Nijmeijer onderweg achterbleef, is onduidelijk.

undefined

Meer over