Fiscus zet Oranje voor het blok

Wie voetballers nederig hoort mompelen 'dat hangt af van mijnheer de bondscoach' twijfelt er niet aan dat zij in dienst zijn van de KNVB....

Van onze economische redactie

AMSTERDAM

De belastingkamer van het gerechtshof in Amsterdam heeft nu bepaald dat voetbalinternationals tijdens langere toernooien ook daadwerkelijk in vaste dienstbetrekking van de bond zijn. Ex-international Wim Kieft streek tijdens 21 dagen EK in 1988 in Duitsland een bedrag van enige tienduizenden guldens op. Als hij in vaste dienst was, had de KNVB net als iedere andere werkgever van dit bedrag dus ook loonbelasting en sociale premies moeten inhouden.

De uitspraak van het hof heeft grote gevolgen. Voetbalinternationals betalen over hun inkomsten uit in het buitenland gespeelde interlands eigenlijk zelden belasting, laat staan dat over hun inkomsten bij voorbaat al belastingen en premies worden ingehouden. Zij kunnen zich vaak beroepen op uitzonderingsbepalingen die in allerlei belastingverdragen zijn opgenomen.

Zo staat in het belastingverdrag met Duitsland - het land waar in 1988 het EK plaatsvond - dat inkomsten die worden genoten uit in Duitsland verrichte prestaties van een Nederlander die niet in dienstbetrekking is, in Duitsland belastbaar zijn. 'Worden de inkomsten echter in vaste dienstbetrekking genoten, dan mag Nederland zelf belasting heffen', aldus het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing.

In 1986 speelt Ajacied John van 't Schip een vriendschappelijke interland in Duitsland die met 3-1 werd verloren (Van 't Schip scoort het enige Nederlandse doelpunt). Als international verblijft hij drie dagen in Duitsland. Als premie ontvangt hij een bedrag van 500 gulden. Van 't Schip vindt dat hij hierover in Nederland geen belasting hoeft te betalen, maar krijgt toch een aanslag opgelegd.

Begin 1995 bepaalt het hof in Den Haag na een lange procedure dat de arbeidsprestatie te kort en de inkomsten te laag en te incidenteel zijn geweest om van een vaste dienstbetrekking te kunnen spreken. Van 't Schip is zogezegd over de 500 gulden niet in Nederland maar in Duitsland belastingplichtig.

Of Van 't Schip daadwerkelijk over deze inkomsten belasting in Duitsland betaalt, is voor het hof irrelevant. Vrijwel zeker is dit niet het geval, omdat in Duitsland dergelijke incidentele inkomsten weer belastingvrij kunnen worden genoten.

Staatssecretaris Vermeend van Financiën was niet blij met de uitspraak. Maatschappelijk is het nauwelijks te verkopen dat de al riant beloonde voetballers over extra inkomsten zo makkelijk fiscaal vrijuit kunnen gaan.

Hij legt zich echter neer bij het arrest - het ging maar over 500 gulden -, maar laat doorschemeren in andere belangrijkere gevallen wel een aanslag aan voetbalinternationals op te leggen. De fiscus richt het vizier op Kieft die in 1988 niet alleen een veel langere periode als international in Duitsland verblijft, maar ook veel meer incasseert aan premies en sponsorgelden.

Ook Kieft maakt bezwaar, maar in maart stelt het hof in Amsterdam de fiscus in het gelijk. Bij Kieft is wel sprake van een vaste dienstbetrekking.

Inmiddels is Kiefts raadsman mr P. van der Waal in cassatie is gegaan bij de Hoge Raad. Hij bestrijdt dat internationals een vast dienstverband kunnen hebben. Ze zijn niet verplicht bij een eventuele selectie op te komen draven. Ze krijgen - zoals Davids - zelfs hun geld nog als ze plotseling weglopen, wat in een gewone werknemersrelatie toch niet gebruikelijk is.

De KNVB houdt er echter al serieus rekening dat de Hoge Raad de uitspraak van het hof bevestigt. Dit betekent dat internationals bij langer durende trips in het vervolg voor de fiscus in dienst van de bond zijn. Dit geldt bijvoorbeeld al voor de trip van vijf dagen die Oranje binnenkort zal maken naar Zuid-Afrika. Het geldt dan zeker voor de WK in Frankrijk dat volgend jaar wordt gehouden.

De KNVB overlegt op dit moment al met de fiscus over de consequenties voor de toekomst. Als sprake is van vaste dienstbetrekkingen moeten ook loonbelasting en sociale premies worden ingehouden.

Indien de KNVB dit niet doet, kan de bond geconfronteerd worden met een enorme naheffing.

Indien de bond wel belasting gaat inhouden, zullen de inkomsten van de spelers aanzienlijk lager uitvallen. De KNVB tracht hier nu een mouw aan te passen door de juridische constructie met de spelers aan te passen.

Onduidelijk is voorlopig wat de gevolgen kunnen zijn voor andere spelers die in het verleden tijdens toernooien voor het Nederlands elftal zijn uitgekomen. Na het EK in 1988 - waar Nederland Europees kampioen werd en Kieft een heel belangrijk doelpunt scoorde tegen Ierland - was het Nederlands elftal ook actief op toernooien in Italië (WK 1990), Zweden (EK 1992), VS (WK 1994) en Engeland (EK 1996).

In de belastingverdragen met Zweden en Italië zijn zogenoemde sportliedenbepalingen opgenomen. Deze artikelen stellen dat over de inkomsten uit sportieve prestaties belasting wordt geheven in het land waar de activiteit wordt verricht. Maar ook hierbij kan wellicht een uitzondering worden gemaakt als sprake is van een vast dienstverband.

Peter de Waard

Meer over