FIS is deel van toekomst Algerije

De onderhandelingen tussen de Algerijnse machthebbers en het verboden Islamitisch Heilsfront FIS lijken in het slop te zitten. Toch is een akkoord voor Algerije van levensbelang....

DE Brit Phil Rees maakte vorig jaar voor de BBC een documentaire over de Gewapende Islamitische Groep (GIA), een radicale afsplitsing van het FIS. Het GIA is verantwoordelijk voor het merendeel van de aanslagen in Algerije. Rees bezocht een twaalftal guerrilla-bases en liet zien dat de strijders gedisciplineerde groepen vormden, die beschikten over grote hoeveelheden wapens en moderne communicatie-apparatuur.

Een woordvoerder vertelde dat de GIA het had gemunt op iedereen die met het regime collaboreerde. Naast militairen, agenten en ambtenaren, waren seculier georiënteerde intellectuelen en buitenlanders doelwit. Ook iedereen die zich in kritische bewoordingen uitliet over de islam liep de kans te worden geliquideerd.

Toen Rees een van de strijders vroeg waarom de GIA buitenlanders vermoordt, antwoordde de man met een eigenaardig soort logica, terroristen eigen: 'Omdat het regime er slechts in slaagt aan de macht te blijven doordat het wordt gesteund door het Westen.'

Het is niet duidelijk hoe de verhoudingen liggen tussen de GIA en het FIS. Hoewel het FIS wel degelijk elementen herbergt die het terrorisme steunen, zoals de gevangen genomen leider Ali Belhadj, is het onjuist te beweren dat de gehele partij instemt met de brute werkwijze van de GIA. Ook het idee dat het FIS een 'tweede Iran' zou willen stichten, doet geen recht aan de grote verscheidenheid aan opvattingen binnen de partij.

De Franse Algerije-deskundige Francois Burgat wijst er in zijn pamflet The political Transition in Algeria (1994) op dat het FIS grofweg is te verdelen in twee vleugels. De salafi-vleugel, waarvan Belhadj de bekendste woordvoerder is, vertegenwoordigt de meer radicale elementen binnen de partij. Deze neigt naar een letterlijke interpretatie van koran en soena (tradities over de profeet).

Daarnaast herbergt het FIS de meer gematigde djaz'ara-vleugel, die veel minder strikt is in de leer. Belangrijke vertegenwoordigers van deze tak zijn Abasi Madani en Abdelkader Hachini, twee leiders die regelmatig hun bereidheid lieten blijken compromissen te sluiten met andere partijen. Zij hebben meer te vertellen dan dat invoering van de sharia (islamitische wet) de oplossing biedt voor alle problemen.

Ook de politicoloog Olivier Roy vestigt de aandacht op de heterogeniteit van het FIS. In L'échec de l'Islam politique (1992) schrijft hij: 'Het FIS is eerder een 'front', een beweging, dan een echte partij. Het bundelt verschillende stromingen, enkele geïnspireerd door de Moslim Broederschap, andere zijn daarentegen meer nationalistisch. Hun eenheid bestaat uit een breekbare consensus, die uiteen zal spatten wanneer ze beleid moeten vormgeven.'

Dat de invloed van de gematigde vleugel groeit, blijkt uit de uitlatingen van het FIS tijdens de afgelopen maanden. Zo werd een aantal communiqués gepubliceerd waarin de huidige leiders zich distantieerden van de terreur van de GIA, en hun afschuw uitspraken over de moorden op onschuldige burgers.

Ook in januari, tijdens overleg in Rome met zowel islamitische als seculiere Algerijnse oppositiepartijen, namen de FIS-vertegenwoordigers een opvallend gematigde houding aan. In het 'Platform van Rome' verklaarden ze openlijk terrorisme af te keuren. De gezamenlijke oppositiepartijen waren het er wel over eens dat een gewapende strijd tegen het regime legitiem is, zolang er niet opnieuw verkiezingen worden uitgeschreven waaraan ook het FIS mag deelnemen.

Een andere verklaring van het FIS was dat het zonder voorbehoud de mensenrechten erkende zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het belang van het 'Platform van Rome' is dat het ook werd ondertekend door de leiders van het door Berbers gedomineerde Front van Socialistische Krachten (FFS) en de vroegere eenheidspartij Front van Nationale Bevrijding (FLN). Deze partijen behaalden tijdens de verkiezingen van december 1991 respectievelijk de tweede en derde plaats.

Echter, veel seculier georiënteerde Algerijnen (die volgens de onlangs overleden schrijver Rachid Mimouni 30 procent van de bevolking uitmaken) legden de resultaten van het overleg naast zich neer. Yahja Bounouar, een uit Algerije gevluchte journalist, zei in februari: 'Ali Belhadj, één van de leiders van het FIS, verklaarde enkele dagen na ondertekening van het akkoord dat hij de mensenrechten en de publieke vrijheden uitsluitend erkent binnen het kader van de sharia. Dan heb ik liever te maken met het huidige regime, dat weliswaar niet uitblinkt in goed beleid, maar dat de mensen in ieder geval het recht geeft zèlf hun leven in te richten.'

Ook de militaire junta verwierp het in Rome bereikte compromis en volhardde in de sinds november 1994 ingezette harde lijn. Doel is met militaire middelen de islamistische beweging uit te roeien. Onder-minister Kasdalli verklaarde begin maart dat ordetroepen de afgelopen drie jaar al meer dan twintigduizend terroristen hadden gedood. Hij schatte dat er nog zo'n drieduizend over waren.

Toch lijkt het offensief tot mislukken gedoemd, omdat het de populariteit van het FIS niet zal doen afnemen. Er is weinig reden om aan te nemen dat de steun voor het FIS de afgelopen jaren is gedaald, zoals de Algerijnse regering en sommige Nederlandse journalisten ons willen doen geloven. Dat het FIS bij de parlementsverkiezingen van december 1991 ruim 47 procent van de stemmen behaalde, had te maken met het rotsvaste vertrouwen van een groot deel van de Algerijnse bevolking in een partij die zich beriep op de islam.

De honderden aanslagen die de afgelopen jaren in naam van die religie werden gepleegd, hebben daar niets aan veranderd. Het FIS kan altijd aanvoeren dat deze acties het werk waren van een stel fanaten, die er een verkeerde interpretatie van de islam op na hielden.

Omdat de afkeer van het corrupte Algerijnse regime de laatste jaren alleen maar is toegenomen, is een compromis met het FIS een bittere noodzaak. De belangrijkste Algerijnse oppositiepartijen hebben al verscheidene malen geopteerd voor deze oplossing.

De pogingen die de machthebbers momenteel doen om het FIS te bewegen tot een machtsdeling, maken duidelijk dat ook zij beseffen dat alleen een regering van nationale verzoening over voldoende legitimiteit beschikt om te beginnen aan Algerije's wederopbouw.

BLIJFT de vraag of zo'n regering erin zal slagen radicale islamitische groeperingen als de GIA het zwijgen op te leggen. De GIA heeft het FIS de laatste maanden herhaaldelijk gewaarschuwd geen akkoord te sluiten met de huidige machthebbers.

Toch neemt dit niet weg dat een machtsdeling de enige oplossing is die hoop geeft voor een minder gewelddadige toekomst. Het is waarschijnlijker dat het FIS er in slaagt zijn radicale vleugel het zwijgen op te leggen, dan dat het leger dat voor elkaar krijgt.

Gerbert van der Aa

De auteur is historicus en redacteur van Soera, tijdschrift over het Midden-Oosten.

Meer over