'Filmgeld, bloedgeld'

PAS IN 1987, vier jaar na zijn dood, werd John Fante door de Amerikaanse tak van de internationale schrijversorganisatie PEN bekroond met een 'lifetime achievement award'....

Hans Bouman

Geïnspireerd door deze late erkenning, perste Fante er nog één boek uit (de schrijver dicteerde, zijn vrouw typte): Dreams From Bunker Hill. Het boek was - bijna overmijdelijk - een teleurstelling, maar Fante's literaire nalatenschap was gered. Bukowski's uitgeverij, de vermaarde Black Sparrow Press, gaf al zijn boeken opnieuw uit, inclusief niet eerder gepubliceerde manuscripten. Fante werd een cultschrijver. In de archieven van een krant als The New York Times is nog altijd bitter weinig over hem te vinden, en een gevestigde naam zal hij wel nooit worden, maar vergeten en veronachtzaamd is Fante niet meer.

In het voorwoord van een heruitgave van Wait Until Spring, Bandini, memoreert Fante's zoon Dan de ongelukkige omstandigheden waarin het debuut van zijn vader ontstond. Het was 1938, en Fante's uitgever had dat jaar het leeuwendeel van zijn publiciteitsbudget uitgegeven aan een ander, naar bleek aanzienlijk saaier boek, te weten My Struggle, inmiddels ook in het Engelse taalgebied beter bekend onder zijn oorspronkelijke Duitse titel. Bovendien bleek de uitgever in kwestie helemaal niet over de benodigde rechten te beschikken. Met de juridische procedures die volgden, verdween het laatste beetje hoop op publiciteit en inkomsten.

Fante schreef nog een hele reeks romans en verhalen, maar zelfs de boeken die werden gepubliceerd, werden slechts in bescheiden mate opgemerkt. Ja, de criticus H.L. Mencken geloofde in hem, maar rijk werd Fante daar niet van en daarom ging hij in op een aanbod uit Hollywood om filmscenario's te schrijven. Toen pas stroomde het geld binnen.

'Filmgeld. Bloedgeld', noemt Fante's zoon Dan het in zijn onlangs als Klein geld in vertaling verschenen romandebuut Chump Change (1998). 'De ouweheer was ten slotte door de knieën gegaan voor lucratieve filmopdrachten en had de literatuur helemaal opgegeven. (. . .) We verhuisden naar Malibu toen ik nog jong was, maar ik kon me dit huis en zijn woede-uitbarstingen hier nog levendig herinneren. Hier was hij dag in dag uit bezig geweest stapels scenario's te herschrijven en scènes om te werken op de opnamedagen ervan. Hier was hij het grote geld gaan verdienen. Succes en razernij kleefden als bramenjam aan elke muur van het huis.'

John Fante, de vergeten en hervonden schrijver, de tirannieke vader en overspelige echtgenoot, de met geld smijtende broodschrijver die zijn principes en zijn ziel aan de vermaaksindustriehad verkocht, speelt een dominante rol in Klein geld. Het boek begint als ik-figuur Bruno Dante, net ontslagen uit 'de gekken- en alcoholistenafdeling' van een ziekenhuis in de Bronx, met zijn vrouw van New York naar Los Angeles vliegt, waar zijn vader Jonathan op sterven ligt.

In de openingsscènes zet Fante zijn hoofdpersoon galshelder neer: een manisch depressieve, suïcidale, agressieve zuipschuit, die zodra hij een paar borrels achter de kiezen heeft vriend en vijand terroriseert. Vooral goedkope wijn haalt bij hem het onderste uit de kan, maar een paar miniatuurflesjes Jack Daniels in het vliegtuig werken ook prima. Gezeten naast zijn door valium verdoofde vrouw, rukt hij zich af bij het gluren naar een stewardess. Ter afronding van het ritueel smeert hij zijn sperma rond de mond van zijn vrouw ('omdat ze me in geen vijf jaar had gepijpt en haar benen voor een indringer had geopend'), waarna hij goedkeurend toekijkt hoe ze in een reflex haar lippen aflikt.

Eenmaal aangekomen in Malibu, nabij Los Angeles, weigert Bruno zijn vader in het ziekenhuis te bezoeken. Hij is er nog niet klaar voor; eerst moet er gezopen worden. En gezopen wordt er. Hij maltraiteert zijn broer, steelt de creditcard van zijn vrouw en koopt er voor zeshonderd dollar koekjes en hondenvoer voor. Nieuwe wraak. Ondertussen laat hij zijn homoseksuele tussendoortjes de revue passeren, zuipt nog meer, en denkt na over zijn vader.

Wanneer Jonathan Dante aan suikerziekte is overleden, gaat Bruno er met de auto van zijn broer en de verwaarloosde hond van zijn vader vandoor. Hij pikt een tienerhoertje op dat vreselijk stottert en slechts gewoon kan praten als ze dronken is, blijft uiteraard ook zelf stevig innemen en gaat werken voor een dating service.

Pas gaandeweg krijgt de lezer de gelegenheid een kijkje te nemen achter Dante's façade van agressie, wellust en drankmisbruik. Dat gebeurt vooral aan de hand van de herinneringen aan zijn vader. Als je na enige tijd aan Dante's vuilbekkerij gewend begint te raken, krijg je oog voor de getourmenteerde maar medelevende ziel die zich in dit door alcohol geloogde gestel blijkt te bevinden.

Aan de hand van het wegkwijnen en sterven van Rocco, de hond van zijn vader waarover hij zich heeft ontfermd, beleeft Bruno de dood van Jonathan opnieuw. En zoals het een Dante betaamt, heeft dat een louterende werking op hem. Na het inferno van drank en zelfmoordpogingen is de verzoening met zijn vader het purgatorium. In een tweedehands boekwinkel treft hij een paperback van Jonathan Dante aan. Vervolgens begint hij, met de stervende Rocco op schoot, een gedicht te schrijven. 'Toen ik klaar was, las ik het een paar keer over. Het was geen slecht gedicht. Ik moest aan Jonathan Dante denken. Voor hém had ik het geschreven. Ik beloofde mijzelf dat ik er meer zou schrijven en dat ook die voor hem zouden zijn. (. . .) Als ik van de drank afbleef, zou ik weer kunnen schrijven, dat wist ik zeker.'

Natuurlijk is dit einde tenenkrommend sentimentele dronkenmanskitsch. Hier wreekt zich ongetwijfeld het sterk autobiografische karakter van het boek. En natuurlijk is ook die Dante-metafoor goedkoop. Zo zijn er wel meer maniërismen die ervoor zorgen dat Klein geld geen goed boek is, maar daar staan minstens evenveel magistrale zelfkant-scènes tegenover.

Klein geld is een onevenwichtige roman. Het is bijna altijd meeslepend, meestal overtuigend, soms beschamende tinnef. Het maakt je vreselijk nieuwsgierig naar wat Fante junior nog meer in zijn mars heeft.

Meer over