Nieuws

Filipijnse en Russische journalist geëerd als voorvechters persvrijheid met Nobelprijs voor de Vrede

De Filipijnse journalist Maria Ressa en de Russische journalist Dimitri Muratov delen dit jaar samen de Nobelprijs voor de Vrede. Ze krijgen de prijs vanwege hun inzet voor het vrije woord. Dat heeft het Nobelcomité in de Noorse hoofdstad Oslo vrijdag bekendgemaakt.

De Filipijnse journalist Maria Ressa. Beeld SWR
De Filipijnse journalist Maria Ressa.Beeld SWR

Comitévoorzitter Berit Reiss-Andersen noemde de winnaars vertegenwoordigers van alle journalisten die zich inzetten voor dergelijke idealen ‘in een wereld waarin democratie en de vrijheid van de pers steeds meer onder druk staan’.

Bookmakers voorspelden al dat organisaties of personen die zich inzetten voor persvrijheid grote kans maakten dit jaar in de prijzen te vallen. Reporters Without Borders (RSF) en het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) waren belangrijke kanshebbers.

In het 120-jarig bestaan van de Nobelprijs werd niet eerder een organisatie of persoon die zich hardmaakt voor onafhankelijke journalistiek gelauwerd. Maar in het huidige klimaat van desinformatie op met name sociale media en toegenomen censuur en agressie tegen journalisten zet het Nobelcomité de twee journalisten, die onder uiterst moeilijke omstandigheden hun werk doen, nu dus wel in het zonnetje.

Muratov werd in 2010 nog onderscheiden met de prijs voor de Vrijheid van Meningsuiting als hoofdredacteur van het Russische weekblad Novaya Gazetta, in 1993 opgezet met geld van oud-president Michael Gorbatsjov. Ressa werd samen met een aantal andere journalisten Persoon van het Jaar 2018 van het Amerikaanse tijdschrift Time Magazine omdat Rappler ‘zonder angst blijft berichten over de propagandamachine van Duterte en de buitengerechtelijke executies’.

Na sluiting van de procedure om organisaties of individuen voor te dragen in februari waren er in totaal 329 genomineerden. Zowel de huidige Amerikaanse president Joe Biden als zijn voorganger Donald Trump behoren daartoe, maar ook drie oppositiepolitici uit Belarus, Svetlana Tikhanovskaya, Maria Kolesnikova en Veronika Tsepkalo.

Wereldgezondheidsorganisatie

Vorig jaar ging de Nobelprijs voor de Vrede naar een organisatie: het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties, die bij humanitaire crises wereldwijd voedselhulp biedt. Dit jaar was een andere VN-organisatie, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), voorgedragen wegens de rol die de organisatie speelde in de coronapandemie.

Opvallend was dat dit jaar er vrijwel geen kandidaten genomineerd zijn wegens hun rol in vredesprocessen. In 2019 ging de Nobelprijs naar de Ethiopische premier Abiy Ahmed, vanwege zijn inspanning om vrede te sluiten met buurland Eritrea. Door de nieuwe burgeroorlog in de grensregio Tigray heeft de prijs, in het leven geroepen om mensen of organisaties die ‘bijdragen aan de verbroedering van naties’ te eren, echter een bittere nasmaak gekregen. Dit jaar waren er volgens Henrik Urdal, voorzitter van het Vredesonderzoeksinstituut in Oslo ‘geen vredeprocessen die rijp genoeg waren’.

De Nobelprijs voor de Vrede is het hoogtepunt in de jaarlijkse prijzenregen. Maandag volgt nog de winnaar van de Nobelprijs voor economie. De uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede vindt op de sterfdag van Alfred Nobel op 10 december in Oslo plaats, al is nog niet duidelijk of de traditionele uitreikingsceremonie met de huidige coronamaatregelen kan plaatsvinden. Vorig jaar was er een kleinschaliger bijeenkomst, zonder afsluitend banket. De winnaar gaat met een oorkonde, een gouden erepenning en een geldbedrag van zo’n 98.000 euro naar huis.

Meer over