Fijn om hier aap te zijn

Vier jaar na vertrek van de chimpansees gaat het goed met primaten-centrum BPRC. Nieuwe groepsverblijven, dito onderzoeksgebouw – het wordt bijna fijn om hier proefdier te zijn....

Door Ben van Raaij

Als je als aap dan toch je leven als proefdier moet slijten, zit je hier misschien nog niet zo gek. Primatenonderzoekcentrum BPRC in Rijswijk oogt in de lentezon als een vriendelijke dierentuin. In ruime groepsverblijven, voorzien van autobanden, brandweerslangen en felgele glijbanen, spelen resusapen in de zon. Vanochtend zijn de eerste geboorten van het seizoen gemeld.

Een vriendelijke dierentuin is het grootste primatencentrum van Europa echter allerminst. De 1.500 resusapen, penseelapen en Java-apen worden gefokt en voor een deel jaarlijks geselecteerd voor biomedische experimenten. Alle apen hebben een getatoeëerd nummer. Vroeger hadden ze onder de huid geïmplanteerde chips, maar die stoorden in de MRI. Geselecteerde apen (vaak agressieve jonge mannetjes) gaan naar een apart verblijf, waar ze tot proefdier worden ‘opgeleid’. Zo leren ze om zich zelf aan te bieden voor een bloedprik.

De kleine campus in Rijswijk, waar volop wordt vernieuwbouwd, lijkt in de aanloop naar Wereldproefdierendag (zaterdag 24 april) een kalme enclave. Het is weleens anders geweest. Tien jaar geleden werd het BPRC, in 1970 door TNO gesticht voor stralingsonderzoek, als armlastige, net geprivatiseerde instelling belegerd door radicale dierenactivisten, die zich vooral keerden tegen de abominabele huisvesting van, en experimenten met de honderd chimpansees die er verbleven. In 2003 werden proeven met mensapen bij wet verboden. Vier jaar geleden gingen de deels met hiv en hepatitis besmette chimps ‘met pensioen’.

Gelukkig is het nu alweer een aantal jaren rustig, zegt directeur Ronald Bontrop van het BPRC. Hij is de activisten van toen dankbaar. Mede dankzij hun protesten besloot het toenmalige kabinet in 2002 tot een ‘doorstart’ van het verouderde primatencentrum. Er kwam geld voor moderne dierenverblijven en andere nieuwbouw en dankzij een vaste overheidsbijdrage kon het BPRC zich van een instelling van contractresearch voor de industrie ontwikkelen tot een wetenschappelijk onderzoeksinstituut met een budget van 14 miljoen per jaar. De make over moet in 2011 zijn voltooid.

Niet dat het BPRC daarmee onomstreden is. Bontrop moet de ethische discussie over dierproeven steeds opnieuw voeren. Tegenstanders noemen het onaanvaardbaar dierenleed en hameren op de diervriendelijke alternatieven, zoals weefselkweek, genetische tests en computermodellen. Bontrop spreekt van een noodzakelijk kwaad. ‘Dierproeven zijn onmisbaar en wettelijk verplicht voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en vaccins. Je moet uiteindelijk toch weten hoe een levend organisme reageert.’

[Zie verder pagina W02]

De nieuwe proefdierkooien zijn tweemaal zo groot
[vervolg van pagina W01]

Nederland slaat volgens Bontrop ondanks 600 duizend dierproeven per jaar internationaal geen gek figuur, met goede wet- en regelgeving en een beleid gericht op het terugdringen van dierproeven. ‘In het dierenwelzijn lopen we voorop. Onze wet op de dierproeven is erg strikt. Het gaat hier netjes en behoorlijk transparant. Ook bij ons in het BPRC staan dierenwelzijn en kwaliteit voorop. Maar grote multinationals hebben hun eigen labs, ook in het buitenland, en je kunt er vergif op innemen dat men in bepaalde landen minder nauw kijkt.’

Van de 1.500 apen in het BPRC worden er elk jaar 200 tot 300 voor experimenten gebruikt. Gemiddeld 100 overleven dat niet. Het BPRC doet 30 tot 50 procent van de apenproeven in Nederland. De rest gebeurt vooral bij de universiteiten, waarmee het BPRC steeds meer samenwerkt. De proeven zijn zo min mogelijk invasief en er worden volgens Bontrop zo weinig mogelijk apen bij gebruikt: één of twee voor een proof of principle-studie, zes tot acht voor een preklinische studie. Bij voorkeur ook meer proeven per dier. ‘Onderzoekers hebben liefst naïeve dieren, maar dan moeten we naar grootschalige fok en dat willen we niet.’

Uiteindelijk is het het onderzoeksresultaat dat de dierproeven rechtvaardigt, dus de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en vaccins. Het BPRC focust vanouds op het immuunsysteem, tegenwoordig vooral in relatie tot infectieziektes (met name de ‘drie grote killers’ aids, malaria en tbc), transplantatiekunde en auto-immuunziektes zoals reuma en multiple sclerose. Juist bij aandoeningen van het immuunsysteem is onderzoek aan apen van belang, want hun afweersysteem lijkt veel meer dan dat van de muis op dat van de mens.

Een sterke kant van het BPRC is volgens Bontrop de genetische karakterisering van de populatie. Via merkers kunnen daardoor voor elke proef de meest geschikte apen worden geselecteerd. Dat bespaart proefdieren. ‘Dit zijn de best gekarakteriseerde apen ter wereld’, zegt hij. ‘In het buitenland is men hier jaloers op.’ Binnen enkele jaren, verwacht hij, zullen de complete genomen van de apen in kaart worden gebracht.

Levert al dat proefdieronderzoek ook wat op? Zeker wel, zegt Bontrop. Zo is het wereldwijd gebruikte hepatitis-B-vaccin ontwikkeld dankzij de chimps van Rijswijk. Nu wordt met universiteiten gewerkt aan een aidsvaccin, een vaccin tegen multiresistente tbc en een malariavaccin, waarvoor field trials lopen.

De praktijk van het onderzoek blijft prozaïsch. Je geeft een aap een vaccin, infecteert hem (een zogenaamde ‘provocatie’) en kijkt of het vaccin werkt. Of je maakt een aap ziek en kijkt hoe de ziekte zich ontwikkelt. In veel gevallen wordt het dier uiteindelijk ‘geëuthanaseerd’, om onnodig lijden te voorkomen. Daarna volgt sectie, om zoveel mogelijk data ‘uit te lezen’, en gaan monsters naar de weefselbank van het BPRC, waarmee wereldwijd onderzoekers worden bediend. Elke aap wordt dus intensief benut.

Geen onverdeeld genoegen voor de aap zelf, zo blijkt als we een blik mogen werpen achter een deur met het waarschuwingsbordje ‘Biohazard!’, in een gebouw waar tot vorige week nog in quarantaine proeven zijn gedaan met een kandidaat-vaccin tegen tbc. Compartimenten met traliekooitjes zonder daglicht. ‘Oude troep’, aldus Bontrop, die binnenkort zal worden gesloopt.

Next door staat het nieuwe onderzoeksgebouw dat vanaf eind deze maand in gebruik wordt genomen. De nieuwe kooien zijn tweemaal zo groot, en worden ‘verrijkt’ met speeltuig. Bovendien zijn ze ontworpen voor ‘duohuisvesting’, zodat de apen elkaar tijdens de vaak maandenlange experimenten in elk geval gezelschap kunnen houden.

Meer over