Fijn om fan te zijn

Gijsbert Kamer

In drie dagen tijd bezocht ik twee concerten louter en alleen omdat ik fan ben. Over Morrissey ben ik wel even uitgeschreven in de krant, bovendien was hij hier in juni ook nog. En terwijl de Arctic Monkeys dinsdag het eerste van twee HMH concerten, zat ik Ahoy op stoel 20 van rij 12 vooral te genieten van de fans van Cliff Richard & The Shadows.

Wat moet het toch mooi zijn om vijftig jaar na dato nog eens al die liedjes voorbij te horen komen waar je ooit mee opgroeide. Ik zag in Ahoy mensen ontroerd worden, ik zag hoogbejaarde mannen midden in een liedje opstaan om nog even een dansje te doen. En ik zag helaas hoe een oudere dame werd tegengehouden die een bosje bloemen wilde geven aan Sir Cliff.

Het goede aan dit concert was vooral dat ze echt bij het stokoude repertoire bleven. Geen Deer Hunter van The Shadows dus en gelukkig ook geen Congratulations van Cliff. Ik stelde me even voor zelf pakweg 65 te zijn, en ineens drie uur lang weer een band die liedjes te horen spelen die toen je jong was levensbepalend waren geweest.

Voor Morrissey en The Smiths kom ik dus over twintig jaar graag naar Ahoy.

Voor Morrissey zonder The Smiths ging ik maandag naar Nijmegen. Zoals het fans betaamt ging ik op tijd van huis. Je weet maar nooit. Liever een paar uur rond de zaal dolen dan de kans lopen dat er net die avond een stremming op de route Utrecht-Nijmegen is.

De echte Morrissey fans arriveren al 's middags, gaan op zoek naar een vegetarische maaltijd, waardoor je in Nijmegen al snel uitkomt bij het onvolprezen Kaasgehakt on De Plak. Vervolgens ga je veel te vroeg naar de zaal (het prachtige De Vereeniging), waar het voorprogramm (bijna altijd slecht) nog moet beginnen.

Je staat veel te lang bij de merchandise om te constateren dat de shirts nog lelijker en duurder geworden zijn, en nog altijd niet in de juiste maat verkrijgbaar. En na afloop heb je toch spijt dat je niet voor 15 euro een Morrissey sjaal hebt gekocht.

Maar ook het onbeduidende voorprogramma lukt het niet je uit je opperbeste humeur te krijgen. Straks komt immers Morrissey, en je staat al goed in de prachtzaal waar je ook nooit lang in de rij hoeft te staan voor een biertje.

Alleen: komt ie wel en zo ja, hoe lang blijft ie spelen? Twee dagen eerder hield hij er na anderhalf liedje mee op toen hij een beker bier tegen zijn hoofd geslingerd kreeg. En eerder dit jaar zegde hij diverse shows af, waaronder die show in Londen waarvoor ik kaartjes had.

Een nare kant van Morrissey, dit, waar ik al eerder over geschreven heb. Wie over het Liverpool incident ('I gues Liverpool wasn't the greatest succes', zei hij maandag in Nijmegen) moet hier ( http://www.guardian.co.uk/music/musicblog/2009/nov/09/morrissey-walks-offstage) maar eens naar kijken. Excuses, het doorlinken werkt niet.

Als Morrissey precies om negen uur begint met This Charming Man (doet ie het hele jaar al) dan weet je meteen al dat het niet legendarisch gaat worden. Kutgeluid namelijk. De band, toch al weinig subtiel, klinkt veel te hard, en Morrissey zingt te gejaagd.

Doet er allemaal niks toe. Het is toch weer gewoon genieten. Altijd spannend welke Smiths liedjes hij nog meer gaat doen. Bij iedere tournee kiest hij weer een paar andere uit, zodat we over tien jaar de gehele Smiths catalogus voorbij hebben horen komen.

Dit keer verrast hij met Is It Really So Strange, dat een hoogtepunt is naast Cemetry Gates ('they were born and then they lived and then they died', vat Morrissey de geschiedenis van het leven op aarde samen). Death At One's Elbow is echter vooral een slordig gezongen curiosum.

How Soon Is Now staat al een aantal jaar op het programma en krijgt een steeds rommeligere uitvoering, met Morrissey die zijn eigen teksten becommentarieert ('What big surprise')

Nee, het was allemaal niet groots, maar ik had het opnieuw niet willen missen. Ik word er gewoon altijd erg vrolijk van. Er staat wel iemand op het podium, en dat lijkt steeds meer een zeldzaamheid te worden. Ik bedoel, Grizzly Bear en al die andere werkstudentjes, die mogen dan goede platen maken, maar je zal er maar naar moeten kijken.

Morrissey heeft bij de critici al lang afgedaan, maar 'there is always someone somewhere with a big nose who knows'. Zo las ik dinsdag in NRC Handelsblad een jublerecensie (4 sterren) over het concert in Nijmegen. De dienstdoende recensent (een redacteur die in zijn vrije tijd liefhebbert als Morrissey fan) sprak over een van de beste Morrissey concerten in Nederland.

Zelf vond ik alleen het optreden in Tilburg een jaar of 10 geleden minder dan dat van maandag, maar ik had het opnieuw voor geen goud willen missen. Volgende keer (Zwolle?, Assen?, Maastricht?) ga ik weer.

Volgende keer ga ik ook weer naar de Arctic Monkeys. Ook van hun ben ik fan. Ik had ze al een tijdje niet meer zien spelen en verheugde me er zeer op. Er is de laatste tijd een soort van backlash gaande: de nieuwe plaat is niet goed, de band speelde ongeïnteresseerd op Lowlands, en dan die haren van de zanger.

Over dat laatste maakte ook Hugo Borst zich op tv dit weekend bij een terugblik op Lowlands zich druk. Wie het kapsel van deze voetballiefhebber gezien heeft, zal vaststellen dat hij wel de laatste is die iets over iemands haardracht mag zeggen, maar goed. De Arctic Monkeys waren een hype zo wist Borst, The View dat was pas goed.

Yeah, right Hugo. The Beatles? Hype! Herman's Hermits, die waren pas goed.

Het leuke van de Arctic Monkeys is natuurlijk dat het juist geen hype was. Ze waren er ineens met een ijzersterke plaat en gaven vervolgens bands als The View alle ruimte om in hun kielzog te treden.

Goed, ik ben een fan, merk ik, want alleen fans maken zich druk over dit soort dingen. Dat hoort erbij.

En hoe was het dan om als fan bij de Arctic Monkeys te zijn?

Geweldig. Humbug is, oke oke, een wat minder urgente plaat. Er staan drie prachtliedjes op. Precies de drie die niet door die vreselijk overschatte Josh Homme zijn geproduceerd. Secret Door en vooral Cornerstone zijn belangrijke aanvullingen op het oeuvre van de band die in Alex Turner echt een ongelooflijk goed songschrijver hebben en dan die waanzinnige drummer!

Ze speelde geconcentreerd en aan Alex waren zoals altijd weinig emoties te ontdekken. Hij stond er zoals altijd in zijn merkloze kloffie, en ging volledig op in de muziek. Mooi om te zien ook hoe de band in het samenspel gegroeid is.

Ze hebben nog altijd een uniek geluid, en zijn op zoek naar vernieuwingen. Wat mij betreft liggen die niet bij Homme (als ze de naam Foo Fighters ook maar een keer laten vallen, zeg ik het lidmaatschap van de fanclub op) maar daar komen ze zelf vast ook wel achter.

De finale was met liedjes als Fluorescent Adolescent dat heel knap vooral niet te snel werd gespeeld en 505, spectaculair in alle eenvoud.

Alex Turner is een voor mij een nieuwe held. Ja, na Elvis Costello, Morrissey, Jarvis Cocker en Stuart Murdoch heb ik er weer een. In vier jaar tijd heeft hij meer klassieke popliedjes geschreven dan de meesten in een heel leven, en vier goede tot briljante platen gemaakt. Ik had het gevoel naar een genie te kijken, al liet het genie een steekje vallen.

Want hoe goed het ook was woensda: A Certain Romance moet weer terug op de setlist. Het is niet alleen mijn lievelingsliedje van de Arctic Monkeys, het is mijn favoriete nummer van de laatste tien jaar, zo bleek onlangs toen ik op verzoek een lijstje met favoriete liedjes van dit decennium maakte.

Maar ja, ook dat is iets wat fans eigen is: nooit helemaal tevreden met de songselectie.

Het kan altijd beter, ook al was het beter dan al het andere.

Meer over