Festival verenigt topchoreografen

Een van de mooiste momenten van het Holland Dance Festival, dat afgelopen zaterdag zijn laatste avond beleefde, speelde zich af achter de schermen....

Annette Embrechts

William Forsythe repeteerde in een studio zijn dansexplosie Enemy in the Figure (1989) met dansers van het Nederlands Dans Theater I. Hans van Manen en Jirí Kylián schaafden aan hun reprises en op het grote podium instrueerde de Fransman Jean-Christophe Maillot zijn dansers van Les Ballets de Monte-Carlo in oogverblindende zijden kostuums (ontwerp: Henri Matisse) voor de reconstructie van Balanchines Le Chant du Rossignol (1925).

Gezamenlijk was het viertal één moment getuige van de zwierige draai in de lucht van soliste Nathalie Leger, in haar witte tuniekje de nachtegaal (Rossignol) verbeeldend. Daarmee eerden ze godfather Balanchine, die in de jaren twintig het klassieke ballet uit de mottenballen haalde en vernieuwingen aanbracht waar choreografen als Forsythe en Van Manen hun talent op konden grondvesten.

Met het initiatief tot de indrukwekkende reconstructie van het driekwart eeuw onzichtbare Le Chant du Rossignol bracht het Holland Dance Festival niet alleen een ode aan een vruchtbare kunstenaarssynergie tussen Balanchine, Stravinsky en Matisse, maar ook een saluut aan de (Russisch-)Amerikaanse wortels van het neo-klassieke ballet. Voor even was het festival opgenomen in een honderdjarig verbond tussen klassiek ballet en moderne dans.

Zelfs in de voorstellingen voor een breder publiek stond de spitz centraal als verbindingsstuk tussen heden en verleden. The Trocks brachten hun bekende balletparodieën met ballonkuiten op teenpunten en borsthaar boven tutu's. In hun voetsporen trad het ironische trio The Bang Group onder leiding van David Parker. Soms flauw, soms hilarisch zoals de Bambi-glijspagaat van Jeffry A. Kazin op spitzen. En het multi-etnische Complexions balde jazz, ballet, acrobatiek, theaterdans en pure beweging samen tot een zinderende show van solo's, duetten en ensemblewerk.

Ook de geest van Amerikaanse grondlegsters van de moderne dans waarde even rond tijdens deze zevende editie van het Holland Dance Festival: de dansveteraan Risa Steinberg rakelde oergevoelens op met solo's van Isadora Duncan en Doris Humphrey uit begin deze eeuw.

Naast Amerika schoof artistiek leider Samuel Wuersten Israël naar voren, een land dat zijn gebrek aan een historisch balletverleden meestal compenseert met politieke alertheid. Dit keer viel dat tegen, al imponeerde choreograaf Barak Marshall met zijn dwingende connectie tussen zijn Joodse geschiedenis (in de aanwezigheid van zijn zingende moeder) en het feminisme van Emma Goldman.

Europa, en vooral Nederland, stak er met bijdragen van Johan Greben en Paul Selwyn Norton bleekjes bij af. Gelukkig was er Jean-Christophe Maillot uit Monaco, die met choreografieën van Balanchine, Lucinda Childs en hemzelf, de beste avond van het festival verzorgde. In datzelfde Monaco waar 75 jaar geleden Diaghilev als directeur van Les Ballets Russes, kunstenaars inspireerde tot samenwerking zoals in Le Chant du Rossignol, bloeit nu een imponerend balletgezelschap.

Dit festival keek meer naar het verleden dan de toekomst. Wie weet blijkt de toevallig samenkomst van vier topchoreografen in het Lucent Danstheater - in nagedachtenis aan een vijfde, Balanchine - vruchtbaar voor Nederland tot ver in de volgende eeuw.

Meer over