Festival programmeert zijn beste waar als pauzenummer

Het had zo mooi kunnen zijn. Op papier had de openingsavond van het vierde Afro Vibes Festival een afgewogen programma, met opwinding naast intimiteit en vrolijke swing naast prikkelende inhoud....

Het festival steunt jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars en stimuleert uitwisseling. Dat ideaal wordt belichaamd door de multiculturele Afro Vibes Band, die het concert opende, na wat zalvende toespraken door organisatoren tot de in groten getale toegestroomde voorvechters van de goede zaak. Het bleek een strak spelend orkest, dat zich met enthousiasme stortte op de township jive. In plaats van de afgesproken drie kwartier ging het echter bijna een uur langer door, en dat was echt te veel voor deze weliswaar prettige, maar ook nogal monotone muziek.

Dit was vooral te wijten aan leidster Suthukazi Arosi, die haar behoorlijke gaven op het gebied van zang en dans misbruikte door alle effecten veel te dik aan te zetten, en gaandeweg steeds meer ergerlijk primadonna-gedrag vertoonde. Het voorstellen van de elf groepsleden leek wel een week te duren, omdat hun relatie met de grote ster uitvoerig uit de doeken moest worden gedaan.

Hierdoor bleef er veel te weinig tijd over voor de twee andere programmaonderdelen, die eigenlijk veel meer te melden hadden. Het duo van de al jaren in Amsterdam wonende gitarist/zanger Phola Mamba en elektrisch gitarist Wiebe Wilbers werd door een groot deel van het publiek als pauzemuziek beschouwd. Men liep weg of kletste onbehouwen door de ingetogen liedjes heen, die bewezen dat brede gebaren niet nodig zijn om indringend over te komen.

Al die weglopers en praters misten veel door Wilbers te negeren. Hij is een van de besten op zijn instrument en schandelijk miskend. De manier waarop hij Mamba's stem aanvulde en soleerde was even virtuoos als doorvoeld.

Al veel te snel moest er worden omgebouwd voor de groep van saxofonist Sean Bergin, waar iedereen die van stevige improvisatie houdt naar had uitgekeken. Het repertoire bestond uit stukken van Zuid-Afrikaanse jazzmusici als Abdullah Ibrahim en Johnny Dyani, warmbloedige kwela's met voldoende raffinement om er spannend op te variëren.

Er was duidelijk niet al te lang gerepeteerd, zodat de thema's wat rommelig klonken. Vanwege het late uur werden ze ook nogal afgeraffeld. Nog spijtiger was het echter dat er weinig ruimte overbleef voor solo's. De korte uitstapjes van trombonist Wolter Wierbos, trompettist Boy Raaymakers, pianist Curtis Clark, tenorist Toby Delius en Bergin zelf smaakten naar veel meer. Wie zulke grote artiesten programmeert en dan nauwelijks laat spelen, doet in elk geval de zaak van de muziek geen goed.

Meer over