Festival Oerol weerstaat met glans de regen Verzuipen banaan doet koeien overstuur loeien

Wat normaal gesproken een weliswaar exotisch ingericht maar verder gewoon café is, de Walvis op Terschelling, staat dezer dagen 's nachts permanent op zijn kop....

GRETA RIEMERSMA

Van onze verslaggeefster

Greta Riemersma

TERSCHELLING

In Amsterdam hoorde hij van vrienden dat dit weekeinde op Terschelling een beroemd cultureel festival zou beginnen, Oerol. Dus pakte hij vrijdag de boot om de rest van de dag uit arrenmoede alleen maar met vogels te praten. Ja, hij hoorde af en toe Frans spreken, doordat het festival dit jaar in het teken staat van Frankrijk. Maar pas 's avonds merkte hij dat er inderdaad wat aan de hand is op een van die noordelijke stipjes op de kaart van Holland.

Als in het schemerdonker paraplu's en kleine kinderen op de schouders van hun vader op het grasveld voor het Groene Strand heen en weer deinen, is er geen twijfel meer mogelijk: het is Oerol. Les Charmeurs spelen semi-akoestische flamenco en rock, opzwepend als de gitaar van Alain Labrie de boventoon voert, melancholisch als de accordeon van Farouk het voor het zeggen heeft. En zanger Jan O doet vooral de naam van de groep eer aan. 'Zal ik wat over het sexleven van de Charmeurs vertellen? Of zegt u: hou dat maar voor je?' Mwaaah, in alle gevallen is het beter als hij zingt: 'Je pense à toi' of 'Je t'ai perdu'. Dan komen de regenpakken en wandelschoenen op het gras weer in beweging - en niet alleen om de kou te verdrijven.

't Is niet te geloven, het is weer Oerol', schreeuwt artistiek leider Joop Mulder even later door de microfoon. Zijn woorden lijken vooral voor hem zelf bedoeld, want het publiek is allang om en roept 'oooooh' en 'aaaaah' als de sterren aan de hemel zich lijken te vermenigvuldigen door de stunts van de Franse vuurwerkgroep Ephémère. Vorig jaar was er op Terschelling na twaalf jaar voor het eerst geen Oerol. Mulder had genoeg van de eeuwigdurende financiële malaise die het feest aankleefde. Maar dit jaar kwamen er een deugdelijke financiering en organisatie, waardoor Oerol met een budget van zeven ton opnieuw kon beginnen.

Nog één keer zinspeelt Mulder op de erkenning die hij heeft gekregen. 'Het is uiteindelijk een festival geworden dat als kunstvorm wordt gewaardeerd', zegt hij in hoofdkantoor Dellewal tijdens een bijeenkomst met VIP's, die Oerol voor het eerst een officieel tintje moet geven. Maar verder geen woord over het jarenlange geharrewar met het gemeentebestuur van Terschelling of de provincie Friesland om subsidie. De burgemeester zegt onder het gehoor van de Franse ambassadeur dat Oerol toch echt onlosmakelijk met Terschelling is verbonden en dan zijn er twee stokoude filmpjes waarvan eerst moet worden uitgelegd waarom ze op Oerol worden vertoond. Wel, één filmpje is dadaïstisch en daarom een uiting van verbazing en verrassing en diezelfde reacties hoort Oerol op te roepen.

Ja, ja. Het aangename van Oerol blijft toch dat de meeste festiviteiten geen hoogdravende pretenties hebben. Het grootste deel van de artiesten lijkt vooral te willen vermaken en dan blijft alleen de verdeling in vakkundig en stuntelig amusement over. Een straattheaterman die met een volgepropte stellage op zijn rug en een rookworst voor zijn neus de Boomstraat op West-Terschelling komt binnenwandelen om een mensenmenigte te onderhouden over, ja, wat eigenlijk, hoort vooralsnog tot de laatste categorie.

Maar op de Boulevard des Gitans, een veldje ten oosten van Midsland, valt er ècht iets te lachen. Temidden van houten woonwagens, circustenten, het ouderwetse reuzenrad en de Cantina Mobilé, vaste onderdelen van De Parade en voorheen de Boulevard of Broken Dreams, hoeft het duo Where and What amper iets te doen om de aandacht van het publiek vast te houden. De twee slungelachtige broers jongleren, fietsen op een éénwieler, verzuipen een banaan met een mimiek en motoriek die zelfs de koeien in een aangrenzend weiland overstuur doen loeien. 'We gaan drie uur lang op u inhakkèèèèn', waarschuwen ze van te voren.

Een van de weinige voorstellingen die meer doen dan uitsluitend de lachlust bevorderen, is de première van het Franse Que-Cir-Que in Nederland. Het circus bestaat uit drie artiesten, een producer en een technicus en is in 1993 voortgekomen uit het eveneens Franse Cirque O. Met zijn eerste voorstelling toert Que-Cir-Que de komende tijd door Nederland, te beginnen op Terschelling. Evenmin als dat andere àndere circus, het Canadese Cirque du Soleil, maakt Que-Cir-Que gebruik van het traditionele circusrepertoire. Alleen wordt het optreden van Que-Cir-Que met honderd keer eenvoudiger middelen uitgevoerd en is het tegelijkertijd intrigerender.

Twee mannen en een vrouw voeren onwaarschijnlijke staaltjes acrobatiek uit met een fietswiel, een touw, een tapijt, een binnenband, een ijzeren rad, een veger of de paal in het midden van de tent, en ondertussen vertellen ze met hun lichamen een verhaal. De vrouw is een meesteres, die met haar koele blik de heren aantrekt en afstoot, regeert en veracht. De een blijft slaafs en melancholisch onder haar acties, de ander lokt haar juist, als een Don Juan die niet gelooft dat hij wordt afgewezen. Ook tussen de mannen onderling is sprake van een ongelijke machtsverhouding, waardoor een wonderschone kluwen van liefde en humor, concurrentie en macht ontstaat.

Wie goed kijkt en luistert, komt Oerol niet alleen op podia en in circustenten, maar overal tegen. Fiets door een bos en plotseling komen er Summertime-achtige klanken uit het groen. Blijkt er een bandje te oefenen onder een camouflagenet, terwijl een timmerman op de maat van een nog valse trompet een plankje in elkaar slaat. Fiets door de duinen en overal zijn kunstwerken - van kippegaas, koperdraad, gips, plastic, kanvas en wat al niet - te bezichtigen, als er tenminste geen keffende hond is die dat verhindert. Fiets door Midsland en overal achter de ramen staan de poppen van Claude Merle: de een kon een armlastige buurman zijn met verrot gebit, de ander een ordinaire buurvrouw die aan betaalde liefde doet.

De Fransman uit Toulouse mag het aanvankelijk wat vreemd vinden dat niet uit alle deuren muziek komt, zoals hij dat is gewend van culturele festivals in Frankrijk, maar na een een paar dagen Oerol besluit hij toch maar zijn gitaar uit Harlingen te halen. En nog maar een week te blijven.

(Het festival Oerol duurt nog tot en met 18 juni.)

Meer over