Fernando Pessoa

Twaalf nagelaten voorstudies en schetsen van de Portugese grootheid.

Fernando Pessoa: De bedelaar en andere verhalen

Uit het Portugees vertaald door Harrie Lemmens.


De Arbeiderspers; 144 pagina's; euro 18,95.


Ongelooflijk: uit die enorme kist, waaruit 27.000 velletjes opdoken die de Portugese kantoorklerk Fernando Pessoa (1888-1935) had volgeschreven, onder 127 auteursnamen, komen nog telkens stukken tekst die om vertaling vragen. Nu weer twaalf verhalen, De bedelaar en elf andere, door Harrie Lemmens vertaald.


Pessoa is misschien wel de beste dichter ooit. Hoogtepunten zijn de gedichten van zijn drie belangrijkste 'heteroniemen', Álvaro de Campos, Ricardo Reis en Alberto Caeiro. Het proza van Pessoa is vaak briljant, maar merkwaardig. Verwacht bij hem geen verhalen met plot, kop en staart.


Ook deze twaalf verhalen kun je lezen als voorstudies van werken die nooit zijn verschenen, karakterschetsen van mogelijke heteroniemen of oefeningen in het uiteenzetten van 'iemands' wereldbeeld of levensfilosofie. Een bedelaar, een dronkaard, een filatelist, een pelgrim, een vrouw die haar man heeft vermoord, ze spreken tot ons in monoloog of dialoog met de verteller. Allemaal hebben ze groot gelijk; ze dulden geen tegenspraak.


Samen vertellen ze veel over hun maker met al die stemmen in zijn kop. Hoe verschillend ook deze personages zijn, ze verraden allemaal Pessoa's obsessies: besta ik wel; is deze wereld wel de echte? Wie bedoel ik als ik 'ik' zeg?


Wonen wij niet aan de rafelige achterkant van de échte werkelijkheid, en zal de dood dat gordijn wegschuiven? Of zit daarachter Niets? 'O waarheid, vergeet mij!', dichtte Pessoa. 'Een mens is een dier dat walgt van handelen, omdat het verstand heeft', zegt een dief in een van deze verhalen. Leven heeft goedbeschouwd geen zin, concluderen ze, met Pessoa. Schrijven evenmin, maar dan laat je tenminste wat na.

Meer over