Ferencvaros is altijd een trotse club geweest

Werklui, veiligheidsbeambten, UEFA-officials, bezorgers en clubbestuurders drentelen door de donkere gangen van de Ferencvarosi Torna Club. Florian Albert steekt een sigaret op en gaat de gasten voor op een amusante reis door het verleden....

Van onze verslaggever

Paul Onkenhout

BOEDAPEST

De reis voert vanaf de kamer van Albert naar de schatkamer, via gangen waar affiches herinneren aan de gloriedagen van de Hongaarse kampioen. Ook de sfeer in het piepkleine maar lieftallige clubmuseum zorgt voor een weemoedige stemming. Niet alles was vroeger beter in Boedapest, maar Ferencvaros toch wel.

Archivarissen hebben sinds 1899, het jaar dat de club werd opgericht in het negende district van Boedapest, zo te zien hun werk goed gedaan. Ferencvaros, Fradi in de volksmond, komt tot leven door tientallen foto's, posters, bekers, speldjes, shawls en schilderijen. Een groen-witte legerkist springt in het oog, ook vanwege het opschrift: Albert, Florian, B-pest 1941.

Albert is 54 jaar nu en vice-voorzitter van Ferencvaros. Hij was soldaat, journalist van een Hongaars persagentschap, een dekmantel omdat profvoetbal officieel niet was toegestaan, en trainer in onder meer Libië. Maar bovenal was hij een van de beste spelers van de wereld, elegante spelverdeler en meedogenloze spits tegelijk die in 1966 Hongarije op het WK in Engeland naar een 3-1 triomf over Brazilië stuwde.

Een jaar later kreeg hij de gouden bal toen hij werd gekozen tot beste voetballer van Europa met grote voorsprong op Bobby Charlton, Johnstone, Beckenbauer en Eusebio. De trofee kan hij niet laten zien: 'Die staat thuis, op een veilig plaatsje.'

Kris-kras zet hij stappen door zijn loopbaan. Hij heeft drie maal tegen het Nederlands elftal gespeeld en was getuige van het interland-debuut van Cruijff, en eenmaal tegen Sparta toen Hongarije op weg was naar het WK in Engeland. Hij herinnert zich een massale vechtpartij uit 1967 tussen Nederlandse en Hongaarse spelers in het NEP-stadion. Dat onder anderen Ajacied Suurbier bij de kloppartij was betrokken, dat weet Albert nog wel.

Als stille getuigen van een loopbaan vol schitteringen fungeren de elftalfoto's in de gangen van het kleine Ulloi ut-stadion. Albert speelde 75 interlands en was eind jaren vijftig al het symbool van een nieuwe bloeiperiode van het Hongaarse voetbal. De Magische Magyaren, de ploeg met het fameuze binnentrio Puskas, Kocsis en Hidegkuti uit de periode 1950-'54, werden opgevolgd door een elftal waarin Albert domineerde.

Zoveel indruk maakte hij in 1966 in Engeland dat de Brazilianen hem onmiddellijk uitnodigden voor een stage in Rio de Janeiro. Hij had een vleugje van Puskas en van Hidegkuti, trouwde met een actrice - één zoon, vernoemd naar de vader, speelt momenteel voor Ferencvaros - en was lange tijd het paradepaardje van communistisch Hongarije. Het was in die jaren dat anti-semitisme onder de supporters in zwang was.

Nog steeds heeft extreem-rechts veel aanhangers onder het volk op de tribunes en onheilspellend waren de 'oerwoudgeluiden' waarmee supporters in de voorronde van de Champions League tegen Anderlecht zwarte spelers trachten te intimideren. Liever wijzen de clubleiders er op dat Ferencvaros zich, anders dan clubs als Ujpest Dosza (politie) en Honved (leger), nooit heeft laten steunen door communistische machtsblokken.

Op last van de machthebbers werd de naam twee maal veranderd, in EDOSZ, naar een vakbond, en in Kinizsi, naar een Hongaarse held. De aanvallen op de identiteit werden afgeslagen en in 1956 werd de oude clubnaam in ere hersteld. Het typeert de club dat enkele jaren geleden pogingen van westerse investeerders tot overname werden verijdeld. 'Ferencvaros is altijd een trotse club geweest', aldus Albert.

Fradi is ook altijd de club van het volk geweest en toen vorig seizoen de 25ste nationale titel werd gewonnen, dansten tienduizenden mensen in de straten van Boedapest van vreugde. Een herhaling volgde toen Ferencvaros in de voorronde Anderlecht wegzette en toegang kreeg tot de Champions League.

Meteen besloot de club na de loting dat Ajax, Real Madrid en Grasshoppers zouden worden ontvangen in het eigen, bescheiden Ulloi ut-stadion. Het drie maal zo grote NEP-stadion voldoet niet aan de veiligheidseisen en voorts, zegt Albert, hebben de supporters er recht op de spelers in het eigen stadion te zien. 'Bovendien zitten de supporters heel dicht op het veld. Dat is voor de spelers een extra stimulans.'

Hoewel de shirts en broekjes vol zijn geplakt met namen van een bank, een sigaretten- en een bierfabrikant, kan de club de miljoenen van de Champions League goed gebruiken. Anderhalf jaar geleden zuchtte de club onder een schuldenlast van enkele miljoenen en konden de salarissen van de spelers niet tijdig worden betaald.

Maar nog altijd is het heden in Hongarije grauw in vergelijking met het verleden. De nationale ploeg sukkelt al jaren van dieptepunt naar dieptepunt en is reeds uitgeschakeld voor het EK. Eind jaren tachtig werd het Hongaarse clubvoetbal slachtoffer van zwendel en corruptie op grote schaal.

Spelers die deel uitmaken van de Europese elite heeft Hongarije na Albert nauwelijks voortgebracht. De vice-voorzitter noemt twee namen, Tibor Nyilasi die tot anderhalf jaar geleden trainer was van Ferencvaros en werd opgevolgd door een andere oud-speler, Deszo Novak, en oud-Feyenoorder Jozsef Kiprich. Maar dat is vermoedelijk uit beleefdheid.

Nogmaals excuseert Albert zich voor het ongemak in het Ulloi-ut. Hij gaat maar weer eens aan het werk. Getimmer klinkt door de gangen. Voltooid is de brug tussen verleden en heden bij Ferencvaros nog lang niet.

Meer over