Fenomenaal snelle leerling van zichzelf

Een haast hippe Ernst Maurits Henricus Hirsch Ballin is herrezen uit de puinhopen van zijn eerste ministerschap, veertien jaar geleden.

Jan Hoedeman en Ron Meerhof

Hoe zou staatssecretaris Nebahat Albayrak haar omgeving uitleggen wat voor iemand Hirsch Ballin is? ‘Dat hoeft niet. Ze kennen hem allemaal.’

Pardon? ‘Mijn familie kent hem. Pas zijn we naar een concert van Bruce Springsteen geweest, met zijn vrouw Paulien en mijn schoonzus. Vond-ie geweldig. En mijn familie vindt hém geweldig: charmant, aardig, humoristisch.’

Hirsch Ballin stond al bekend om zijn voorliefde voor Caribische muziek, maar blijkt meer onverwachte voorkeuren te hebben. Albayrak: ‘Amy Winehouse kan-ie wel waarderen. Ik weet zeker dat hij haar wederwaardigheden op de voet volgt. Rock, daar heeft hij ook wat mee. Pas stond een debat op punt van beginnen, en net toen de zaal stil werd klonk er een enorme rocktune. Een beetje grinnikend haalde Ernst zijn mobiel uit zijn zak. De zaal lag dubbel.’

Lees ook:
Mulder over Hirsch Ballin
]]>

Die liefde voor muziek gaf Hirsch Ballin door; zijn zoon is dj in Tilburg. Een ambtenaar: ‘Zodra iemand tegen hem zegt dat-ie zijn zoon kent, slaat hij aan het sms’en. Ook bij zijn dochter is de appel niet ver van de boom gevallen. Die is aan het promoveren op internationaal recht. Specialisme: terreur.’

Lubbers
Verhalen van Haagse insiders over de Hirsch Ballin van nu beginnen met de Hirsch Ballin van destijds. Vooral over hoezeer die vergelijking uitpakt in het voordeel van de huidige Hirsch Ballin. Wie was dan toch die man die op 7 november 1989 aantrad als minister van Justitie in het kabinet-Lubbers III?

Hij kwam in 1950 ter wereld, als enig kind van een paar op leeftijd dat al een bewogen leven achter de rug had. ‘Ernst was een zwaar bewaakt juweel, er mocht hem niets overkomen’, zei zijn oude docent Schraa aan het Amsterdams Lyceum al eens. Teamsport mocht niet, fietsen was uit den boze.

De Joodse achtergrond speelde bij die bezorgdheid vermoedelijk een rol. Zijn vader Ernst Denny Hirsch werd in 1933 door de nazi’s ontslagen als notaris in Wiesbaden, belandde na de Kristalnacht in concentratiekamp Buchenwald en kwam uiteindelijk als asielzoeker in Nederland terecht. Daar trouwde hij een katholiek meisje dat zeer actief was geweest in het verzet.

Engagement
Die familiegeschiedenis en het spook van het nationaal-socialisme maakte Ernst Hirsch Ballin niet alleen politiek bewust, het speelt een grote rol in zijn engagement. Eduard Kimman, secretaris-generaal van de Bisschoppenconferentie: ‘Ik vermoed sterk dat zijn commitment aan de menselijke waardigheid en het menselijke leven sterk te maken heeft met de oorlog.’ Als twintiger koos Hirsch Ballin voor het katholicisme. Zijn omgeving meldt echter dat hij juist de laatste jaren weer intensief met zijn Joodse wortels bezig is.

De Leidse hoogleraar Afshin Ellian, die in 1996 bij Hirsch Ballin afstudeerde, verbaast dat niet. ‘De oorlog is zijn ijkpunt.’ Hij ziet ‘een Joodse moraal’ als leidraad in leven en denken van Ernst Hirsch Ballin. ‘Ernst is extreem intelligent. Dan kom je veel domme mensen tegen. Toch zal hij nóóit neerbuigend doen. Dat is een moreel principe, een verplichting. De menselijke waardigheid mag niet worden aangetast, daar is hij heel radicaal in.’

Na zijn rechtenstudie maakt de jonge Ernst in de jaren tachtig kennis met Ruud Lubbers. Die neemt hem mee naar geheime besprekingen met de PvdA-top, terwijl het CDA nog regeert met de VVD. Doel: aftasten van een coalitie met CDA en PvdA. In 1989 staat hij dan op het bordes, houterig doch borrelend van ambitie.

Tijd vooruit
Aan interviews met Hirsch Ballin uit die tijd vallen twee dingen op: de tijden zijn veranderd en de media zijn verder opgeschoven dan Ernst Hirsch Ballin. Die constateert bijvoorbeeld begin jaren negentig al dat de criminaliteit onder Marokkaanse jongeren opvallend hoog is. Zijn interviewers zijn daar op dat moment nog niet aan toe. Ze werpen met kennelijke verontwaardiging tegen dat dat de schuld van de samenleving is.

Als hij uitlegt dat, in het belang van nooddruftigen, echte asielzoekers van gelukszoekers moet worden gescheiden, is de tegenwerping: hoe kan een zoon van een asielzoeker voor dit hardvochtige asielbeleid zijn?

Zijn politieke tegenstanders haalt hij het bloed onder de nagels vandaan. Op levensbeschouwelijk vlak is hij een precieze. Hij stelt vragen bij de wenselijkheid van verdergaande liberalisering van abortus, de individualisering van de samenleving, de afkalvende sociale cohesie.

Voor grote delen van de samenleving is hij ‘die enge fundamentalist’ – zeker als hij in de verkiezingscampagne van 1994 lijkt te waarschuwen tegen een paars kabinet omdat dat de samenleving onherbergzamer voor mongooltjes zou maken. De reacties zijn ziedend, Hirsch Ballin heeft altijd volgehouden dat zijn woorden verkeerd zijn uitgelegd.

Crime fighter
In de strijd tegen de misdaad daarentegen is hij een rekkelijke. Niettegenstaande zijn professorale voorkomen ontpopt hij zich als een crime fighter. In een wereld die nog stevig gefocust is op privacy, pleit hij voor vergaande bevoegdheden van politie en justitie. De praktische bruikbaarheid staat bij hem voorop. Een van die methoden – het gecontroleerd doorlaten van drugs – wordt zijn Waterloo: in de nasleep van IRT-affaire moet hij aftreden.

Teruglezend valt te verdedigen dat Hirsch Ballin begin jaren negentig op sommige punten zijn tijd misschien wel vooruit was, met zijn nadruk op morele waarden, de strijd tegen de misdaad en krachtige stellingnamen.

Maar dat is dus niet het beeld dat zich heeft vastgezet. ‘Tóen hadden we een wetenschappelijke minister van Justitie’, zegt CDA-Kamerlid Wim van de Camp. ‘Nu hebben een politieke minister van Justitie.’

‘Ernst was een onervarene in de politiek,’ zegt zijn vroegere staatssecretaris Aad Kosto (PvdA). ‘Hij kwam meteen als minister binnen, met blauwdrukken voor de Antillen. Gaandeweg leerde hij dat het ging om gelijk krijgen, niet om gelijk hebben.’

D66’er Jan Vis, die Hirsch Ballin meemaakte bij de Raad van State: ‘In zijn eerste periode was hij stijf dogmatisch en theoretisch, nu is hij flexibeler en een van de beste ministers van dit kabinet.’ ‘Hirsch Ballin is een goede leerling van zichzelf’, vat Jan Schinkelshoek, in Hirsch Ballins eerste periode diens woordvoerder, alle lof samen.

Zijn komst in 2006, als vervanger van Donner die na de Schipholbrand aftrad als minister van Justitie, is een verrassing. Aanvankelijk is het tijdelijk, maar na de formatie kan hij aanblijven. Daar zit Hirsch Ballin dan weer, dertien jaar na zijn smadelijke vertrek.

Revanche
Hij ziet het als een revanche, bevestigen partijgenoten als Wim van de Camp en Jan Schinkelshoek. Zij duiden dat positief. Maar sommigen in zijn omgeving menen dat het IRT-trauma nooit ver weg is.

Zo reageert hij wel erg heftig als in een van zijn eerste debatten blijkt dat zijn ambtenaren hem niet van de juiste informatie hebben voorzien. De verantwoordelijken moeten subiet het veld ruimen. ‘Hij verviel zo snel in: ik word belazerd’, zegt een ambtenaar.

‘In het begin was hij zeer kneedbaar’, zegt een andere hoge ambtenaar van zijn departement. ‘Hij nam alles aan en overlegde veel.’ Maar dat veranderde allengs. De jaren tellen, Hirsch Ballins energie is beperkt.

Zijn rug is een zwakke plek gebleven. Ook mentaal zit hij geregeld aan het randje van overwerktheid, zeggen sommige ambtenaren. Daarom moet hij zijn energie zo efficiënt mogelijk aanwenden en maakt hij keuzen. Zo wordt het ambtelijk vooroverleg, waarbij in aanloop naar een optreden in de Tweede Kamer mogelijke vragen worden doorgesproken, tegenwoordig vaak geschrapt.

Hirsch Ballin heeft liever een dossier. Vaak leest hij dát zelfs niet, zeggen ambtenaren. ‘Terwijl Kamerleden praten, zit hij er wat doorheen te bladeren’, zegt een van hen. ‘Het wonderlijke is: als hij dan antwoordt, blijkt hij de pointe er feilloos uit te hebben gevist. De man is fenomenaal snel in zijn hoofd.’ Hooglerarentruc, zegt eerdergenoemde Kimman, die zelf bedrijfsethiek doceerde. ‘In die tijd beoordeelde hij scripties binnen vijf minuten.’

Overleggen doet Hirsch Ballin wel, maar dan met zijn binnenste kring: staatssecretaris Albayrak, zijn topambtenaar en zijn voorlichters. ‘Iedere dag’, zegt Albayrak. ‘Per sms of telefoon en chatten.’

Moeizaam
Met collega-bewindslieden is de verhouding soms moeizaam. Met Guusje ter Horst woedt een competentiestrijd over het grensgebied tussen Binnenlandse Zaken en Justitie. Tussen hem en Donner hangt soms de spanning over wie het beste jongetje in de juridische klas is.

Voormalig minister Rita Verdonk verslikte zich het pijnlijkst in Hirsch Ballin. Aanvankelijk was ze dolblij dat ze na diens aftreden van Donner was verlost. Maar na het debat over het generaal pardon werd ze zelf aangeschoten wild en moest haar portefeuille herschikt worden. Ze wilde het sanctiebeleid jeugd, maar kreeg niks. Meermalen sloeg een briesende Verdonk met de deuren van Ernsts werkkamer.

In de waardering van zijn politieke positie heeft een merkwaardige herschikking plaats gehad, vergeleken met de jaren negentig. De enge, rechtse fundamentalist van toen wordt nu op de meeste punten bij de zachte, linkse en multicultureel angehauchte zijde van het kabinet ingedeeld. Hij trekt vuur van rechts en krijgt lof van links.

Integratieminister Vogelaar staat in veel opzichten dichter bij Hirsch Ballin dan bij partijgenoten als Bos en Aboutaleb. ‘Die twee zijn dik’, bevestigt een betrokkene. En als er conflicten dreigen met het PvdA-smaldeel in het kabinet, is het steevast Hirsch Ballin die bemiddelt. Praktisch, oplossingsgericht en integer, zijn nu de meest gehoorde eigenschappen.

De meeste waardering oogst hij met zijn politieke handigheid. Maar die heeft een schaduwkant. Want waar hij in zijn eerste periode vaak scherp maar helder stelling nam, heeft hij nu de neiging om alle tegenstellingen te verdoezelen.

Selectief selecteren
‘Hij pakt mensen in’, zegt D66-leider Pechtold. ‘Hij presenteert zichzelf als neutraal, een professor op Justitie die alleen maar uitlegt hoe het precies zit. Net als Donner is hij een doorgestudeerde driedelige heer. Maar ondertussen is hij gewoon politicus. Als hij het wetboek citeert, sla ik het altijd even na. Want selectief selecteren kan hij ook. Daar kijk ik overigens met bewondering naar.’

Leden van Kamercommissies zijn na afloop van vergaderingen regelmatig erg tevreden dat de minister hen zo tegemoet gekomen is. Even later bekruipt ze dan de twijfel. Ben ik nou geringeloord?

Jacques Wallage, destijds als fractievoorzitter voor de PvdA een tegenspeler van Hirsch Ballin, ziet vooral een bewuste keuze voor een andere rol: ‘Hij was de ideologische ausputzer van het CDA tijdens zijn eerste ministerschap. Nu bewaakt hij duidelijk de coalitiebelangen.’

Minister Ernst Hirsch Ballin (Jean-Pierre Jans / de Volkskrant) Beeld
Minister Ernst Hirsch Ballin (Jean-Pierre Jans / de Volkskrant)
Meer over