Felle gevechten om opvolging van zieke Deng 'Corruptie' wordt wapen in Chinese machtsstrijd

Reuter PEKING De strijd om de opvolging van de ernstig zieke Chinese leider Deng Xiaoping heeft, nog voor de 90-jarige leider - in zijn eigen woorden - 'Marx zal ontmoeten' zijn eerste slachtoffer geëist....

REUTER

De invloedrijke leider van de Communistische Partij in de hoofdstad Peking, Chen Xitong, is - volgens officiële bronnen 'vrijwillig' - afgetreden en heeft volgens het staatspersbureau Xinhua de verantwoordelijkheid op zich genomen voor een corruptieschandaal.

Chen (65) is een voormalige burgemeester van Peking die werd opgenomen in het Politburo, het hoogste bestuurscollege binnen de partij. Deze eer viel Chen te beurt nadat onder meer onder zijn verantwoordelijkheid de opstand op het Plein van de Hemelse Vrede, in 1989, was neergeslagen.

Hij wordt opgevolgd door Wei Jianxing, die als lid van het Politburo verantwoordelijk is voor de strijd tegen de corruptie. Chen zou volgens doorgaans goed geïnformeerde bronnen vrijdag op een geheim gehouden plaats onder huisarrest zijn geplaatst.

Tijdens een televisie-uitzending riepen Wei en de burgemeester van Peking, Li Qiyan, het volk op zich 'rond Jiang Zemin' te scharen. Tussen Chen en de man die wordt gezien als de meest kansrijke in het gevecht om de erfenis van Deng, partijleider en president Jiang Zemin, liepen de spanningen de afgelopen maanden hoog op, nadat Jiang met een anti-corruptiecampagne was gestart.

Chen vocht voor zijn politieke leven sinds de zelfmoord van Wang Baosen, een loco-burgemeester van Peking en een voormalige assistent van Chen, op 4 april. Wang was een van de partijfunctionarissen naar wie een onderzoek werd ingesteld in verband met een omvangrijk corruptieschandaal op hoog politiek niveau. Het zou bij het onderzoek naar dit schandaal vooral gaan om bouwcontracten en speculatie met onroerend goed.

Tegen een zoon van Chen, Chen Xiaotong, zou volgens bronnen uit de communistische partij eveneens een onderzoek zijn geopend. Chen jr zou 'een van de onroerend-goedkoningen' van Peking zijn. Een andere voormalige ondergeschikte van Chen, Chen Jian, is al gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een schandaal waarin voor honderden miljoenen guldens werd gemanipuleerd met leningen.

Sommige politieke waarnemers in Peking zien het aftreden van Chen als een verstoring van het machtsevenwicht. Zo'n machtsevenwicht wordt onontbeerlijk geacht om te kunnen komen tot opvolging van Deng onder politiek stabiele omstandigheden. Deng beschouwde Jiang als zijn meest gewenste opvolger.

Verwacht wordt dat Chen spoedig zijn zetel in het Politburo zal moeten opgeven. Mogelijk zal hij ook uit het Centraal Comité worden verwijderd en wellicht zelfs uit de partij.

Jiang Zemin begon zijn campagne ter ondermijning van Chens positie enkele maanden geleden, met de aankondiging dat de centrale regering het onderzoek naar corruptie op gemeenteniveau zou overnemen en betrokkenen zou arresteren. De onder de bevolking impopulaire Chen was een gemakkelijk doelwit voor Jiang, die onlangs verklaarde dat de corruptieschandalen de partij de macht kunnen kosten.

Maar volgens waarnemers neemt Jiang, die hoopt met het opzijschuiven van Chen zijn eigen populariteit te verhogen, het risico zijn hand te overspelen. Zijn strijd tegen de corruptie, die ook onder hoge kaderleden en kinderen van partijleiders welig tiert, zou zich tegen Jiang zelf kunnen keren.

Een bron binnen de partij zei afgelopen week dat het niet bij de val van Chen zal blijven. 'Dit is niet het einde, maar slechts een begin.' Als Chens aftreden inderdaad meer is dan een symbolische daad, en het begin zou zijn van een echte schoonmaak, zou dat volgens westerse diplomaten in Peking een ernstig destabiliserende invloed kunnen hebben. Hoge partijfunctionarissen zouden in dat geval, om te overleven, weinig andere opties hebben dan het ontketenen van een machtsstrijd met onvoorspelbare uitkomst.

In die machtsstrijd is het anti-corruptiethema door iedereen te gebruiken. 'Iedereen kan met een anti-corruptiecampagne beginnen, iedereen kan er door familieleden of vrienden bij betrokken raken', aldus een diplomaat.

De relatie tussen het landelijke partijkader en dat in Peking is door de jaren heen een moeizame geweest. De val van Chen roept bijvoorbeeld herinneringen op aan het begin van de Culturele Revolutie, in 1966. Toenmalig leider Mao Zedong startte die met het ontslaan van de burgemeester van Peking en partijleider in die stad, Peng Zhen.

Meer over