Felheid verkiezingscampagne verdoezelt toenadering tussen links en rechts Fransen somberen in het stemhokje

De winter was niet koud maar Siberisch, het voorjaar desastreus voor de druiven en de zomer kondigt zich aan met stakingen tegen het sociale onrecht waaronder zowel het trein- als het luchtvaartpersoneel zucht....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

Vorig jaar 12 december hield president Chirac een buitengewoon zwarte televisietoespraak. Frankrijk zat helemaal vast, verkeerde in de greep van het immobilisme en het conservatisme. Ongeveer tezelfdertijd moet de president hebben besloten vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Om Frankrijk aan 'nieuw elan' te helpen.

Op dat moment was het boek l'Horreur Économique van Viviane Forrester al enige tijd een bestseller. De schrijfster won de prestigieuze Prix Médicis, verkocht meer dan een half miljoen boeken, en staat na een half jaar nog steeds op twee.

Ze is geen econoom, het boek behandelt ook geen economisch vraagstuk, maar is een uitgesponnen scheldpartij tegen de globalisering, ten koste van de 'exclus'. Het lot van de werklozen vergelijkt ze zonder blikken of blozen met dat van de joden die naar Auschwitz werden getransporteerd. 'Van uitbuiting naar uitsluiting, en van uitsluiting naar uitroeiing. Is dat zo'n onwaarschijnlijk scenario?'

Naar het schijnt kijkt president Chirac elke week knarsetandend naar de hitlijsten. In de tot dusver vergeefse hoop dat Forrester eindelijk zakt. Want, zoals premier Juppé zei: 'Ik geloof in de effecten van de mode. Als je maar tegen de mensen zegt dat hun land is overgeleverd aan de ''horreur économique'', dan laat dat zijn sporen achter.'

De dramatisering van het leven beneemt de Fransen wel eens het zicht op de werkelijkheid. De socialisten zien met een nieuwe rechtse regering 'karrevrachten ontslagen, hogere belastingen, onderwijs op water en brood en de cultuur gewurgd' (ex-minister Jack Lang). Premier Juppé ziet, met de socialisten aan het roer 'Europa op een crisis en Frankrijk op het isolement afstevenen'.

Maar toen de televisiezender TF1 tijdens de campagne een debat organiseerde tussen oud-premier Balladur (RPR) en oud-EG-commissievoorzitter Delors (PS), bleken die het tot hun eigen stomme verbazing voor 90 procent met elkaar eens. De krant Le Monde was ook dermate verrast, dat zij een heel stuk van het debat woordelijk afdrukte.

Delors: 'Deeltijdwerk is geen vloek, maar zou een keus moeten zijn...'

Balladur: 'Ik ben blij dat u dat zegt. . . bent u het met me eens dat er geen sprake meer kan zijn van het verder verlagen van de pensioenleeftijd?'

Delors: 'Absoluut.'

Balladur: 'En dat we, gezien de langere levensduur, soepeler formules moeten vinden wat betreft deeltijd en activiteit op latere leeftijd?'

Delors: 'Ja, ja.'

Balladur: 'Heel goed.'

Na afloop bleven beide heren als verdoofd zitten, en Balladur vroeg zijn opponent voor de zekerheid of die wel het standpunt van zijn partij uitdroeg. Want wat is politiek in het land dat de begrippen links en rechts heeft uitgevonden, zonder politieke tegenstelling? En zo eindigt deze campagne in het gebruikelijke schelden, terwijl de partijen feitelijk steeds dichter naar elkaar zijn toegekropen.

Europa: Jospin hebben we niet meer gehoord over de voorgenomen weigering verder te bezuinigen om de criteria van Maastricht te halen. Juppé begon te pleiten voor het soepel hanteren van diezelfde Maastricht-criteria, zoals links steeds heeft gedaan.

Werk: De socialisten hebben moeten erkennen dat een algemene arbeidstijdverkorting van 39 naar 35 uur, zonder salarisverlaging, er niet inzit. De RPR van Juppé hield weliswaar vast aan het lied van de lagere lasten, maar sprak steeds vaker over korter werken - een stokpaardje van links.

Zelfs zijn er eigenzinnige geesten die durven bestrijden dat er werkelijk sprake is van economische horror.

Patrick Artus, econoom bij het (staats)beleggingsinstituut Caisse des dépots et consignations, ziet geen reden voor overdreven gejammer. Uiteraard is het werkloosheidscijfer van 12,8 procent niet mooi. 'Maar zelfs dat moet je nuanceren. Dit jaar komen er honderdduizend banen bij, net als vorig jaar. Het probleem is de Franse demografie: hier worden veel meer kinderen geboren dan in Duitsland, er is nog de immigratie, de vrouwen die zich op de arbeidsmarkt melden. De situatie in Duitsland is heel anders, die blijft stabiel, ook als er nul banen bijkomen. Feitelijk doen we het heel goed, maar het zou nog beter moeten.'

Ook wat betreft de veel besproken Franse immobiliteit en het overgereguleerde economische leven, heeft Artus een eigenwijze opvatting. 'Het verhaal dat we nu horen, gaat over tien jaar geleden. Tot 1990 was hier relatief weinig werk in de dienstensector en de distributie. Sindsdien is Frankrijk ingrijpend veranderd. Het debat over flexibiliteit is surrealistisch, want de helft van de nieuwe banen bestaat uit deeltijdarbeid.'

Het echte probleem van Frankrijk, aldus Arthus, is dat er te weinig wordt geïnvesteerd. Daarmee hangt weer samen dat de binnenlandse vraag tekortschiet. 'Er wordt verschrikkelijk veel verdiend, maar de ondernemingen stoppen het niet in de economie. Het ontbreekt aan vertrouwen. De grote bedrijven steken hun geld liever in beschermingsconstructies tegen vijandelijke overnames. Of ze kopen aandelen bij elkaar in de vorm van kruisparticipaties. Maar dat zijn geen investeringen waar de werknemer uiteindelijk wat aan heeft.'

En het bewierookte poldermodel dan, dat zijn succes dankt aan het jaren afzien van salarisverhogingen? Ook in Frankrijk gaat er geen dag voorbij of een krant, tijdschrift of politicus wijst naar Nederland als lichtend voorbeeld.

Maar volgens Artus biedt het Nederlandse model geen soelaas voor Frankrijk. 'Nederland kan met loonmatiging werken, omdat de binnenlandse markt veel kleiner is. Dat werkt in een groot land als Frankrijk averechts, waar driekwart van de bedrijven voor de binnenlandse markt produceert. Een aantoonbaar verband tussen lagere arbeidskosten en werk scheppen ontbreekt. Ze doen het eenvoudig niet.'

Meer over