Feest van slanke torens

Het elegante Riga noemt zich hoofdstad van de Jugendstil. Ook vandaag nog staan honderden gevels elkaar de ogen uit te steken....

De uitbreiding van de Europese Unie is op het einde toch wat weinig feestelijk geworden, met al die angst voor vlijtige Polen en Balten die ons werk afpakken. Maar een feest blijft het, al is het alleen maar om de parels die we erbij krijgen. Over Praag, Boedapest en Krakau hoef je de meeste Nederlanders weinig meer te vertellen. Maar wie weet hoe mooi Riga is?

Je reist er een heel eind voor naar het oosten, met een propellor-Fokker van Air Baltic. Maar de straten van de Letse hoofdstad ademen een elegante Europese sfeer: Jugendstilgevels, moderne winkels en beschaafde mensen. Aan de toren van het sovjet-station is een hippe glazen bar de hoogte in gebouwd.

Business is booming in de Baltische staten, en dat merk je in de metropool Riga.

Toch hoef je hier maar vijf minuten op een straathoek te staan, of het wordt duidelijk dat je je ver achter het vroegere IJzeren Gordijn bevindt: een chauffeur stapt vloekend uit zijn trolley-bus en rukt met geoefende gebaren de geleidkabels weer in de bovenleiding,een dronken man waggelt van de ene lantarenpaal naar de volgende, en zwaar opgedirkte meisjes prikken door de vieze sneeuwlaag met naaldhakken, nauwelijks breder dan tandenstokers. Anders is er wel het fast food-restaurant met lekkere Siberische pelmeni. Of de gigantische markt waar het ruikt naar ingemaakte knoflook. Oude vrouwtjes met mutsen prijzen in luid Russisch hun waar aan, schor gezongen Russenschlagers bonken uit de luidsprekers.

In Riga is de helft van de bevolking Russisch, en dat hoor en zie je. De Russen klagen over discriminatie, ze moeten taal, geschiedenis en volkslied kennen om Let te worden. De Letten spreken over de Russen als wij over de Duitsers hadden gesproken als ze waren gebleven na 1945. De breuk met het sovjet-verleden tonen ze trots. Er waaien veel Europese vlaggen, en van een communistisch propaganda-museum is een bitter 'Museum van de bezetting (1940-1991)' gemaakt. Bij het vrijheidsmonument staan twee stramme jonge soldaten de hele dag met hun ogen tegen de zon te knijpen, voor het geval de Rus weer komt.

De Letten nemen zo een vervelende erfenis mee de EU in. Maar ze maken het ruimschoots goed met hun hoofdstad, die in zijn geheel op de Unesco-lijst van het werelderfgoed staat. Het oude centrum is een feest van slanke torens, besneeuwde daken en kromme straatjes met klinkers.

Goed, het Estse Tallin heeft ook een mooie oude stad, en het katholieke Litouwse Vilnius grossiert in kerken. Maar wat Riga anders maakt, is de welvaartsexplosie in de negentiende eeuw, toen dit economisch de tweede stad van het tsarenrijk was. Het glorieuze moment brak aan dat de muren en vestingen werden geslechten rond de oude stad een ring van nieuwe wijken verrees. Dat is in bijna alle Europese steden gebeurd. Maar in Riga hadden de architecten een bijzonder gelukkige hand. Op de plaats van de muren legden ze een fijn park met een kronkelende rivier aan.

In de rechte straten van de nieuwe stad lieten ze hun fantasie de vrije loop. Hier staan ook vandaag nog honderden Jugendstil-gevels elkaar de ogen uit te steken. Wat de architecten ook bezielde om massaal rare draken, wezenloze vrouwengezichten en mythische figuren met druipbaarden in hun gevels te verwerken, honderd jaar later amuseren we ons met de mode van toen en verwensen stilletjes de vooruitgang.

Riga noemt zichzelf trots 'Jugendstil-hoofdstad'. In het centrum staat zelfs een verrassende Jugendstil-synagoge. Letse architecten hebben ook nog een lokale variant van Jugendstil ontwikkeld, die 'nationale romantiek' wordt genoemd. De toeristen worden naar de Albertstraat gestuurd, waar bijzonder fraaie exemplaren naast elkaar staan, onder andere van architect Michail Eisenstein, de vader van de beroemde regisseur Sergej.

Liefhebbers nemen daar natuurlijk geen genoegen mee en maken de voettocht door de hele nieuwe stad. Riga is hier nog zoals een midden-Europese stad moet zijn: rommelige, lawaaierige straten waar het leven voorbijtrekt aan mooie grote gebouwen waar niemand naar opkijkt. Het gaat zigzag de straten over, een gevel zie je altijd beter vanaf de overkant. Daarbij is het oppassen voor de midden-Europese gevaren: tramrails die uit de kinderhoofdjes steken, nieuw-rijk geboefte dat je in hun BMW-terreinwagen van de sokken rijdt en oude vrouwtjes die zo klein zijn dat je ze omver loopt.

Jugendstil vind je in deze hoeveelheid nergens. Sommige gevels stralen fraai na restauratie, veel andere zijn vuil en verwaarloosd. Er is zoveel dat de Letse rijkdom niet snel genoeg groeit om alles aan te pakken. 'Met een schilderbeurt is het niet gedaan', vertelt de leider van monumentenzorg in Riga. De helft van de huizen is in het bezit van de bewoners gekomen. Na de sovjet-verwaarlozing moeten die sanitair, binnenmuren en dak repareren, ze hebben vaak geen geld over voor de gevel. Investeerders die een heel pand opkopen en opknappen zijn vooralsnog schaars.

Wie weet hoe ruimhartig en rijk aan detail het interieur is in huizen van rond 1900, wil naar binnen. Het ronde trappenhuis van Albertstraat 12 is heerlijk. Boven is het appartement van Letlands nationale schildertrots, Janis Rozentals. Bij de studentes beneden valt te zien hoe de ooit zo luxueuze huizen van de grootburgers in de communistische tijd tot Kommunalka werden gemaakt: elk gezin een kamer, badkamer en keuken gemeenschappelijk. Het is afgrijselijk vervallen, maar achter de rommel duikt soms plotseling een glas-in-loodvenster of een fraai versierd plafond op. 'Romantisch', vindt studente Dace.

Boven leggen werklieden de laatste hand aan een gerenoveerdappartement. Heel mooi, maar de beschilderde muren van 1903 zijn nu strak wit. De oppervlakte is 140 meter, eenderde van wat de appartementen hier oorspronkelijk waren.

Die glorietijd komt nooit meer terug. Of zou het toch nog kunnen? In de Albertstraat hangt een bordje 'Apartments 4-Sell by owners' met een telefoonnummer. Vooruit, waarom geen geheel nieuw leven begonnen in Riga? Te midden van het verval houdt een kleumend meisje de wacht. Maar het appartement, ongeveer tweehonderd vierkante meter groot, kan met flink wat geld weer prachtig worden. Het ene vertrek is nog ruimer dan het andere, de versierde plafonds hangen op een hoogte die je in Nederland niet aantreft.

Voor de dromers: Juris Schager, een Amerikaanse Let die na de onafhankelijkheid het geconfisqueerde bezit van zijn moeder terugkreeg, heeft in Albertstraat zes van zulke appartementen te koop voor 300 duizend euro per stuk. 'Een appartement bij Hyde Park in Londen is tien keer zo duur', zegt hij. Na 1 mei gaan de prijzen volgens hem met 20 tot 30 procent omhoog.

Meer over