FBI had aanval moeten voorzien en verijdelen

De FBI is de afgelopen jaren flink uitgebreid, zowel wat de financiële middelen betreft als de mankracht. Toch heeft de federale recherche van de VS de aanslagen in New York en Washington niet zien aankomen....

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

De hoogste baas van the Bureau, minister van Justitie John Ashcroft, noemt de terroristenjacht 'het grootste criminele onderzoek dat ooit in Amerika is gehouden'. En inderdaad, nog nooit zijn zoveel FBI-agenten op slechts één zaak gezet. Overal duiken ze op, van Boston tot badplaatsen in Florida, om treinen en huizen te onderzoeken. 'We zullen geen steen op de andere laten', bezweert FBI-chef Robert Mueller.

Indrukwekkend. Maar waarom heeft de FBI, de belangrijkste Amerikaanse instantie ter bestrijding van het terrorisme, de grootste en meest gedurfde aanslag in de VS niet kunnen zien aankomen of verijdelen? In mei nog hield Muellers voorganger Louis Freeh de Senaat voor dat groepen als die van Osama bin Laden 'het meest acute gevaar' vormen voor de VS.

'Eén van hun belangrijkste doelen is de planning en uitvoering van grootschalige en opzienbarende terroristische acties met een hoog aantal doden', zei Freeh. Maar een instantie met 28 duizend medewerkers, onder wie zo'n twaalfduizend special agents, die tot taak heeft 'terroristen uit te schakelen nog voordat ze toeslaan', had geen flauw idee van wat er vijf maanden later zou gebeuren.

De top van de Federal Bureau of Investigation beseft het dezer dagen: de geloofwaardigheid van de dienst staat op het spel. Na tien jaar van blunders, interne schandalen en ondeugdelijke onderzoeken, wordt wederom getwijfeld aan het vermogen van J. Edgar Hoovers federale recherche om de VS te beschermen tegen criminelen, terroristen en fraudeurs. Een effectief optreden bij de jacht op de rest van de groep van vijftig terroristen en hun handlangers is noodzakelijk om het vertrouwen in de dienst enigzins te herstellen.

Mueller, die amper twee weken in functie is, had zich vast een beter begin bij de FBI voorgesteld. Maar de moeilijke jaren die Freeh sinds zijn benoeming in 1993 bij het bureau had, bewijzen dat het directeurschap van de FBI geen benijdendenswaardige klus is. Anno 2001 worden de agenten vereenzelvigd met Waco, de in een drama geëindigde aanval op de Branch Davidian-sekte van 1993, of met Robert Hanssen, de agent die onlangs werd ontmaskerd als spion voor Moskou.

Schandalen zijn er altijd geweest bij de FBI, die in 1908 werd opgericht als het belangrijkste onderzoeksorgaan van Justitie. Tot 1935 heette de dienst nog Bureau of Investigation (BOI). Met de bestrijding van anarchisten in de jaren twintig en van de georganiseerde misdaad in de jaren dertig vestigde het bureau zijn naam.

In de decennia daarna waren communisten, leiders van de burgerrechtenbeweging en Vietnam-tegenstanders de voornaamste doelwitten van de FBI, die van 1924 tot 1972 werd geleid door J. Edgar Hoover. Toen na Hoovers dood in 1972 duidelijk werd dat de FBI-directeur de dienst op grote schaal had gebruikt voor politieke doeleinden, daalde het vertrouwen in de dienst aanzienlijk.

Onder directeuren als William Webster (onder president Carter) en William Sessions (onder Reagan en Bush) kwam de dienst in rustiger vaarwater. Maar onder Freeh, ooit zelf agent, ging het weer mis. Acties tegen sektes en extreem-rechts mislukten. De laatste jaren werd Hanssen ontmaskerd, evenals een FBI-medewerker die informatie doorgaf aan de maffia, en liep een onderzoek tegen een computerspecialist die werd verdacht van spionage voor China op niets uit.

De blunders stapelden zich op, ondanks de verhoging van het FBI-budget met een kwart, voor onder andere extra agenten. Zo steeg het aantal inlichtingenmedewerkers onder Freeh flink, van 224 in 1992 tot meer dan duizend in 1999. 'De mensen beginnen zich af te vragen hoe het eraan toegaat bij minder belangrijke zaken, als er bij zulke opzienbarende onderzoeken ook al fouten worden gemaakt', sneerde senator Schumer.

Een kleine acht miljard gulden kost de dienst de belastingbetaler jaarlijks. De medewerkers, verspreid over 456 grote en kleinere kantoren, houden zich bezig met tal van misdaden: van seriemoorden tot ontvoeringen en corruptie. Verder trekt de dienst het verleden van nieuwe overheidsfunctionarissen na. Het grootste deel van de FBI-veroordelingen betreft bankovervallen, drugs-en fraudezaken.

Ondanks de hervormingen van de laatste jaren hangt rond de federale recherche nog steeds veel geheimzinnigheid. Zelfs op simpele vragen, zoals de verdeling van budgetten, krijgen Congresleden ontwijkende antwoorden, omdat de FBI haar werkwijze niet wil prijsgeven. Betwijfeld moet worden of de FBI in deze crisis, die ze niet zag aankomen, kan vasthouden aan deze lijn. Als resultaten echter uitblijven, kan Mueller altijd nog wijzen op de woorden van Freeh.

Deze waarschuwde de Amerikanen reeds in mei dat de FBI 'geen vat heeft' op organisaties als die van Bin Laden. 'De FBI zal nooit in staat zijn om alle terreur daden te voorkomen', aldus de directeur tot de Senaat.

Meer over