Fatsoenlijke partij kan zonder consultants

Waar blijft het antwoord, vraagt Kees Kolthoff, van PvdA-leider Wouter Bos op de eis van Rob Oudkerk partij-consultant te worden op straffe van zijn vertrek?...

Waarom horen we niets meer van het ultimatum dat Rob Oudkerkper brief aan Wouter Bos stuurde hem als consultant aan testellen, terwijl we toch haast dagelijks van en over hem horen?

Meer in het algemeen: wat te doen als iemand op een goede ofkwade dag laat weten zich als de aangewezen raadgever van defractievoorzitter of van enig partijorgaan te beschouwen?

Behoort het tot de noodzakelijke kwalificaties voor zo'nfunctie te roepen dat de minister, de fractievoorzitter, ja allecollega's van de fractie moeten opstappen, of links en rechts uitte vallen naar partijgenoten die het op je begrepen zoudenhebben, of te verklaren je te goed te voelen voor 'eenstaatssecretariaatje'? En daar naarstig de publiciteit mee tezoeken (en, gek genoeg, te vinden)? Ja, hoe onmisbaar enbegerenswaardig is deze functie eigenlijk en aan welkekwalificaties zouden serieuze kandidaten eigenlijk wel dienen tevoldoen?

In een moeilijk debat over een lastige zaak op een onmogelijkuur in de Tweede Kamer gaf jaren geleden de toenmaligevoorzitter, Anne Vondeling, mij eens in een schorsing een briefjemet een telefoonnummer: 'Bel hem maar; hij weet er alles van enzal je graag helpen.' En zo was het tot mijn verbazing. 'Ach,'zei Anne 'niets bijzonders. Zo zijn er zoveel in onze partij.'Een aantal jaren later trof ik Joop den Uyl, verstoken van zijnleesbril, met zijn adresboekje bij een van de telefooncellennaast de vergaderzaal. Geheel onthand vroeg hij mij het nummervan P uit zijn boekje te draaien om zich van advies te latendienen. P was niet thuis. Ik zocht Q voor hem op; was ookonbereikbaar. 'Draai dan maar R.' Er volgde een langduriggesprek, eindigend met 'Ik bel je nog wel.'

De partij is nog steeds vergeven van toegewijde, bekwame enervaren personen die zich niet te goed voelen voor de goede zaak,doorlopend of op afroep van advies te dienen, rapporten teschrijven, klussen te klaren. Zonder bijbedoelingen, berekeningof persoonlijk gewin, laat staan ultimatieve eisen.

Eind jaren negentig schreef ik een aantal artikelen over hetfunctioneren van externe 'consultants', waarmee ik nogal watervaring had opgedaan; de semi-onafhankelijkheid, kwasi-deskundigheid en oppervlakkigheid die hun werk vaakkenmerkt, de onduidelijkheid in verantwoordelijkheden die er vaakuit voortkomt. De PvdA, en de politiek in het algemeen, doet ergoed aan omzichtig met het verschijnsel consultancy om tespringen. En met degenen die zich al te gretig als 'consultant'aanbieden.

Het nieuwe Beginselmanifest van de Partij van de Arbeid draaitom de kernbegrippen 'fatsoen' en 'fatsoenlijk'. Die zijn nietoverduidelijk en niet onomstreden. En onvoldoende richtinggevendvoor de praktische politiek. Maar soms is het niet al te moeilijktoestanden en gedragingen aan te wijzen die ermee in strijd zijn.Toegepast op 'de zaak-Oudkerk', schreef ik indertijd dat ditbetekende, dat 'een politiek oordeel, met personeleconsequenties, door leden en organen van de partij dusonvermijdelijk is'. Ten aanzien van het reageren op overspanneneisen lijkt dat niet veel anders te liggen.

In deze kwestie die meer de mentaliteit dan de inhoud van depolitiek raakt is het wachten, naar mijn mening, op het evensimpele als onontkoombare oordeel: 'Consultant? De gotspe!'

Meer over